Voorbeeldmemo: ontslag op staande voet en een overstap naar de concurrent

Geschreven door

Lucas HogendoornOprichter Minuut.eu

Een volledig onderzoeksmemo van Minuut over ontslag op staande voet, bonus, concurrentie- en relatiebeding, met juridisch kader, afweging, advies en klikbare bronnen.

Portret van Lucas Hogendoorn
Inhoud
  1. Over welke zaak gaat deze memo?
  2. De volledige memo
  3. Hoe kwam deze memo tot stand?
  4. Over deze memo
  5. Probeer je eigen vraag

Het korte antwoordDit is een volledig en ongewijzigd onderzoeksmemo dat Minuut op 5 oktober 2026 maakte over een fictieve arbeidszaak: een accountmanager is op staande voet ontslagen en wil bij een concurrent beginnen. Minuut haalde 54 bronnen aan, 28 uitspraken en 26 wetsartikelen, en elk daarvan opent met één klik op rechtspraak.nl of wetten.overheid.nl. De memo loopt van de rechtsvraag en het juridisch kader via de toepassing op de casus naar een advies met actielijst, berekeningen en een conclusie.

Onderdeel Gegevens
Rechtsvraag zoals de memo die formuleert Kan de werknemer het ontslag op staande voet van 14 september 2026 tijdig aantasten en geldelijke aanspraken verkrijgen, en onder welke voorwaarden kan hij op 1 november 2026 bij de concurrent beginnen zonder onaanvaardbaar boete- of schadevergoedingsrisico?
Rechtsgebied Arbeidsrecht: ontslag op staande voet, loon, bonus en eindafrekening, transitievergoeding, concurrentie- en relatiebeding, boetebeding
Datum van de memo 5 oktober 2026
Aantal aangehaalde bronnen 54: 28 uitspraken (ECLI) en 26 wetsartikelen
Type casus Fictief; de namen van personen en bedrijven zijn verzonnen

Over welke zaak gaat deze memo?

Een accountmanager werkt sinds 2021 bij een installatiebedrijf in Zwolle. Zijn werkgever ontslaat hem op staande voet, omdat hij twee keer een offerte-overzicht met prijzen en marges naar zijn privémail stuurde en een gesprek had met een concurrent. Hij zegt dat hij de bestanden nodig had om bij VPN-problemen een offerte af te maken. Zijn septemberloon en zijn halfjaarbonus zijn niet betaald, en de concurrent biedt hem per 1 november een baan aan. In zijn contract staan een geheimhoudingsbeding, een concurrentiebeding, een relatiebeding en een boetebeding.

In de memo vat Minuut de vraag zo samen:

De rechtsvraag is of Bakker het ontslag van 14 september 2026 tijdig kan aantasten en geldelijke aanspraken kan verkrijgen, en onder welke voorwaarden hij op 1 november 2026 bij DIG kan beginnen zonder onaanvaardbaar boete- of schadevergoedingsrisico.

De volledige memo

Hieronder staat de memo zoals Minuut hem opleverde, met de kopjes en randnummers van de memo zelf. Elke ECLI linkt naar de uitspraak op uitspraken.rechtspraak.nl en elk wetsartikel naar de wettekst op wetten.overheid.nl. Wil je meteen weten hoe het afloopt, spring dan naar het advies en de conclusie onderaan.

Rechtsvraag en relevante contractsbepaling(en)

1. Jeroen Bakker, accountmanager bij Klimaattechniek Brouwer B.V., is sinds 1 februari 2021 in dienst en heeft sinds 1 februari 2023 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Brouwer ontsloeg hem op 14 september 2026 op staande voet wegens schending van geheimhouding en het benaderen van concurrent Duurzaam Installatie Groep B.V., hierna DIG. Bakker erkent twee privé-verzendingen, op 2026-08-12 en 2026-08-27, van een offerte-overzicht met 14 klanten, met prijzen en marges; volgens hem dienden deze om ondanks VPN-problemen een klantofferte af te maken. Voorafgaande toestemming is onbekend en verstrekking aan DIG wordt betwist. Septemberloon en de H1-bonus zijn volgens Bakker niet betaald; DIG biedt werk aan per 1 november 2026, maar het aanbod is nog niet aanvaard. Brouwer handhaaft de bedingen en overweegt schadevergoeding, terwijl volgens de nadere toelichting uitsluitend Brouwer het dienstverband heeft beëindigd.

2. De relevante bepalingen van de overeenkomst van 1 februari 2023 luiden als volgt. Art. 11 bepaalt:

Werknemer is verplicht zowel tijdens als na het dienstverband geheimhouding te betrachten omtrent alle bedrijfsgegevens, waaronder klantgegevens, prijzen, marges en offertes.

Het is werknemer niet toegestaan bedrijfsgegevens naar een privé-e-mailadres of privé-opslag door te sturen, tenzij werkgever daarvoor vooraf toestemming heeft gegeven.

Art. 12 bepaalt:

Het is werknemer verboden gedurende twaalf maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst, binnen een straal van 50 kilometer rond de vestiging van werkgever te Zwolle, direct of indirect werkzaam te zijn bij of voor een onderneming die zich bezighoudt met installatietechniek voor de zakelijke markt.

Art. 13 bepaalt:

Het is werknemer verboden gedurende twaalf maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst, direct of indirect zakelijke contacten te onderhouden met klanten van werkgever met wie werknemer in de 24 maanden voorafgaand aan het einde van het dienstverband contact heeft gehad.

Art. 14 bepaalt:

Bij overtreding van artikel 11, 12 of 13 verbeurt werknemer, in afwijking van artikel 7:650 leden 3, 4 en 5 BW, zonder dat een ingebrekestelling is vereist, een direct opeisbare boete van € 5.000 per overtreding en € 500 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van werkgever op volledige schadevergoeding.

Voor opzegging en bonus geldt:

Opzegging geschiedt tegen het einde van de kalendermaand. Voor werknemer geldt een opzegtermijn van één maand; voor werkgever geldt de wettelijke opzegtermijn.

Werknemer neemt deel aan de Bonusregeling Commercie zoals die jaarlijks door werkgever wordt vastgesteld. De regeling maakt deel uit van deze overeenkomst.

De Bonusregeling Commercie 2026 bepaalt:

Bij 100% doelrealisatie of meer is de volledige halfjaarbonus verschuldigd.

De halfjaarbonus wordt uitbetaald met de salarisbetaling over september.

Geen recht op uitbetaling bestaat indien het dienstverband voor de uitbetalingsdatum is geeindigd wegens een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW.

3. De rechtsvraag is of Bakker het ontslag van 14 september 2026 tijdig kan aantasten en geldelijke aanspraken kan verkrijgen, en onder welke voorwaarden hij op 1 november 2026 bij DIG kan beginnen zonder onaanvaardbaar boete- of schadevergoedingsrisico.

Juridisch kader en rechtspraak

4. Een contractschending is niet zonder meer een dringende reden: bepalend is of redelijkerwijs geen voortzetting kan worden gevergd. Onder art. 7:678 lid 1 BW moeten aard en ernst, functie, diensttijd, functioneren en persoonlijke omstandigheden gezamenlijk worden gewogen. De Hoge Raad formuleerde dit in een ontslaggeschil over vakantieafwezigheid en onjuiste informatie; de algemene afwegingsmaatstaf geldt ook hier, zonder daarmee privé-verzending of sollicitatie automatisch te kwalificeren (HR 16 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:596, r.o. 3.1.2):

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad moeten bij de beoordeling van de vraag of van zodanige dringende reden sprake is, de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking genomen worden.

Bekendmaken van geheim te houden bedrijfsinformatie en andere grove plichtschendingen zijn wettelijke voorbeelden, maar blijven onderworpen aan die drempel; de werkgever kan dringendheid niet contractueel beslissend vastleggen (art. 7:678 lid 2 onder i en k en lid 3 BW).

5. Privé-verzending kan in combinatie met bijkomende omstandigheden ontslag dragen, maar een expliciet verbod maakt ontslag niet automatisch proportioneel. Het hof Den Haag aanvaardde verzending gecombineerd met het niet tijdig en adequaat beantwoorden van concrete vragen na een uitdrukkelijke ontslagwaarschuwing; dat is méér dan verzending alleen (Gerechtshof Den Haag 24 november 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2102, r.o. 6.7). De kantonrechter Gelderland achtte daarentegen privé-verzending ondanks beperkende contractsbepalingen onvoldoende voor ontslag, waar een bewijsbeschermingsdoel aannemelijk was en andere motieven onvoldoende waren onderbouwd; een lichtere maatregel paste bij die omstandigheden (Rechtbank Gelderland 24 oktober 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:6966, r.o. 4.5 en 4.7). Bakkers werkdoel verschilt van dat bewijsbeschermingsdoel: de uitspraak toont ruimte voor proportionaliteit, niet dat zijn ontslag daarom onterecht is.

6. Ontslag én mededeling moeten onverwijld zijn, waarbij noodzakelijk onderzoek en advies ruimte kunnen geven zolang voortvarend wordt gehandeld (art. 7:677 lid 1 BW). In een ontslagzaak waarin onderzoek achtereenvolgens meerdere onregelmatigheden onthulde, verlangde de Hoge Raad beoordeling van het starten en uitvoeren van onderzoek, kennisneming van tussenbevindingen en het daarop gevolgde ontslag; tussenbevindingen kunnen nader onderzoek rechtvaardigen, maar ook het samenstel moet voortvarend zijn behandeld (HR 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1668, r.o. 3.2). Een weekend is geen automatische overschrijding: het hof Den Haag hield rekening met de mogelijkheid om noodzakelijke gesprekken te voeren (Gerechtshof Den Haag 19 december 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3544, r.o. 2.11). Omgekeerd achtte de kantonrechter Rotterdam twee dagen uitstel na volledige erkenning zonder uitleg niet onverwijld; dat is een feitelijke beoordeling, geen vaste tweedagengrens (Rechtbank Rotterdam 28 augustus 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:8157, r.o. 2.4 en 2.9).

7. Brouwer moet bij betwisting stellen en zo nodig bewijzen dat de dringende reden ten tijde van ontslag bestond, maar mag daarvoor later verkregen bewijs gebruiken. De Hoge Raad bepaalde dit in een vernietigingsprocedure over verdwenen gelden en gestelde onwil om opheldering te geven (HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:55, r.o. 3.3.2 en 3.3.3). In die zaak maakte het nalaten van mogelijk onderzoek naar bekende neurologische beperkingen de aangenomen onwil ondeugdelijk; dat specifieke onderzoeksoordeel geldt niet rechtstreeks voor VPN-problemen. De algemene grens blijft dat latere bewijslevering de werknemer niet nodeloos aan onzekerheid mag blootstellen. Deze regel betreft de bewijspositie bij ontslag, niet de zelfstandige grondslag voor loon of bonus.

8. Kenbaarheid van de reden en het bestaan van een dringende reden zijn afzonderlijke vereisten. In een CEO-ontslagzaak betrok de Hoge Raad de concrete toelichting in de brief en de reactie van de werknemer bij kenbaarheid; ondeugdelijk onderzoek sluit een dringende reden niet op zichzelf uit (HR 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1008, r.o. 3.1.2 en 3.2.2). Een gedeeltelijk bewezen feitencomplex kan bovendien nog dragen wanneer het bewezen deel zelfstandig dringend is en onmiddellijk duidelijk was dat ook alleen daarvoor ontslag zou volgen. Dit is een toepassing bij wege van analogie van de Arubaanse ontslagzaak, omdat de Hoge Raad de strekking van de mededelingseis uitdrukkelijk gelijkstelt aan die van het Nederlandse recht (HR 7 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3126, r.o. 3.4.2-3.4.4). De zelfstandigheidszin in Bakkers brief ondersteunt alleen die kenbaarheid; zij bewijst geen dringendheid.

9. Alleen de rechter kan het ontslag vernietigen: een protestmail doet dat niet. De Hoge Raad legde deze wijziging ten opzichte van het vóór juli 2015 geldende stelsel uit in de zaak Mediant, over vernietiging naast een voorwaardelijk ontbindingsverzoek (HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998, r.o. 3.12.1). Brouwer kan ontbinding vragen voor het geval dezelfde rechter het ontslag vernietigt; zoveel mogelijk gezamenlijke behandeling van de samenhangende geschillen is wenselijk (ECLI:NL:HR:2016:2998, r.o. 3.4.6 en 3.6.2). Vernietiging garandeert dus niet dat het dienstverband daarna blijft voortbestaan.

10. Het ontslagverzoek wordt bij verzoekschrift aan de bevoegde kantonrechter gedaan; samenhangende geldvorderingen mogen daarin worden meegenomen (art. 7:686a lid 2, lid 3 en lid 9 BW). Voor vernietiging en de hier relevante opzegvergoedingen geldt twee maanden, voor de transitievergoeding drie maanden (art. 7:686a lid 4 onder a en b BW). De twee maanden lopen vanaf de eerste dag na het einde tot het einde van de overeenstemmende datum twee maanden later, behoudens de werking van de Algemene termijnenwet (HR 21 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:747, r.o. 3.2.1-3.2.3). Het arrest betreft een indiening in 2018 en verbindt het ontbreken van weekendverlenging aan de toenmalige uitsluiting van die wet. Daarom is hier de uitgangsdatum zaterdag 14 november 2026; als weekendverlenging toepasselijk is, wordt dat maandag 16 november 2026. Die toepasselijkheid moet worden gecontroleerd, maar indiening uiterlijk vrijdag 13 november 2026 vermijdt het verschil; voor de transitievergoeding is bij einde op 14 september de datum maandag 14 december 2026. Dat de vervaltermijn niet ambtshalve wordt toegepast, is geen reden om op stilzitten van Brouwer te vertrouwen.

11. De werknemer kiest tussen vernietiging en een billijke vergoeding voor dezelfde opzegging, niet beide tegelijk (art. 7:681 lid 1 onder a BW). De tekst noemt voor deze route geen afzonderlijke eis van ernstig verwijtbaar werkgevershandelen; die eis staat wél expliciet bij de uitschakeling van bedingen wegens werkgeversgedrag. In een zaak met vernietiging en voorwaardelijke ontbinding bevestigde de Hoge Raad de keuzemogelijkheid en overwoog hij ten overvloede dat een correct voorwaardelijk ingesteld verzoek niet achteraf als nooit gedaan geldt (HR 22 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:404, r.o. 3.4.2 en 3.5.2). De andere ontbindingsvergoeding die dat arrest bespreekt, biedt geen ontsnapping aan de termijn voor Bakkers huidige ontslagverzoek. Zijn vernietigingsbevoegdheid kan niet contractueel worden uitgesloten (art. 7:681 lid 2 BW).

12. De gefixeerde vergoeding hangt af van wie heeft opgezegd en op welke grond. Bij meer dan vijf maar minder dan tien dienstjaren geldt in beginsel een werkgeversopzegtermijn van twee maanden tegen maandeinde; voor Bakker is contractueel één maand afgesproken (art. 7:672 lid 1, lid 2 onder b en lid 4 BW). Een onregelmatig opzeggende partij is het loon over de gemiste termijn verschuldigd, met de begrensde matigingsmogelijkheid van lid 12 (art. 7:672 lid 11 en lid 12 BW). Een andere route geldt wanneer Bakker door opzet of schuld een daadwerkelijke dringende reden gaf en Brouwer daarvan voor onverwijld ontslag gebruikmaakte: dan kan hij een vergoeding verschuldigd zijn zonder bewezen werkelijke lekschade (art. 7:677 lid 2, lid 3 onder a en lid 5 onder a BW). Die laatste vergoeding mag bij matiging niet beneden de in de wet bedoelde reguliere termijn worden gebracht. De twee routes mogen niet worden verwisseld.

13. Na vernietiging kan niet-werken in beginsel voor rekening van Brouwer komen, maar loon is niet onvoorwaardelijk: eigen onbeschikbaarheid, verzekeringsuitkeringen en bespaarde onkosten kunnen de aanspraak beïnvloeden (art. 7:628 lid 1, lid 2 en lid 4 BW). Voor loonmatiging geldt de hoge drempel van onaanvaardbare gevolgen en niet minder dan de wettelijke ondergrenzen van opzegtermijn en drie maanden (art. 7:680a BW); dit minimum schept geen zelfstandig recht op drie maanden als de gewone loonperiode korter is. De Hoge Raad verlangde in een loonzaak na ontslag op staande voet terughoudendheid, weging van alle omstandigheden en aandacht voor inspanningen om ander werk te vinden (HR 16 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1532, r.o. 3.5 en 3.8.2). Dit is een toepassing naar analogie van het oude ontslagstelsel: de materiële drempel is behouden, terwijl de wijze van vernietiging is gewijzigd.

14. Een bonusregeling wordt uitgelegd naar wat partijen over en weer redelijkerwijs mochten begrijpen, met aandacht voor de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen. In een bonusgeschil bepaalde de Hoge Raad dat de werkgever een betwiste naleving van zijn informatieplicht moet bewijzen, maar dat een tekort daarin de werknemersuitleg niet automatisch juist maakt; de werknemer draagt de stelplicht en bewijslast voor zijn beroep op de bepaling (HR 13 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1871, r.o. 3.1.2 en 3.1.4). De informatieplicht betreft onder meer loonbestanddelen en berekening, niet de zelfstandige toekenning van bonus (art. 7:655 lid 1 onder h en lid 3 BW). De uitspraak kwalificeert Bakkers specifieke uitsluiting wegens dringende reden niet: daarvoor blijven tekst, afspraken en toepassingsfeiten beslissend.

15. Bij werkelijk einde worden nog bestaande vakantiedagen in geld afgerekend en verstrekt de werkgever een verklaring over het tegoed (art. 7:641 lid 1 en lid 2 BW). De omvang correspondeert met het loon over het tijdvak; de uitzondering die lid 1 voor de daar bedoelde bijzondere beloningssituatie maakt, moet bij een passende loonberekening worden betrokken. In een vakantietegoedgeschil over een zeer zelfstandig werkende werknemer bepaalde de Hoge Raad dat de werknemer het saldo bewijst na voldoende gemotiveerde betwisting; de werkgever motiveert die normaal met zijn administratie, maar kan concrete omstandigheden aanvoeren waarom zulke gegevens ontbreken (HR 12 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8560, r.o. 5.2 en 5.3). Een eigen aantekening over het portaal is dus geen onaantastbaar bewijs van 11,5 dagen.

16. Een rechtsgeldig ontslag op staande voet sluit transitievergoeding niet automatisch uit. Bij werkelijk einde door werkgeversopzegging geldt de aanspraak, met samentelling van aansluitende contracten, een derde maandloon per jaar en een evenredige rest; ernstige verwijtbaarheid van de werknemer kan uitsluiten, met een billijkheidscorrectie (art. 7:673 lid 1 onder a, lid 2, lid 4 onder b, lid 7 onder c en lid 8 BW). De wettelijke loonbasis vereist ook de nadere uitvoeringsregels (art. 7:673 lid 10 BW). De Hoge Raad maakte in een ontslagzaak over alcoholgebruik het onderscheid tussen dringendheid en ernstige verwijtbaarheid en verlangde afzonderlijke beoordeling van transitievergoeding (HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:484, r.o. 4.3.4 en 4.3.6). In een ontbindingszaak over ongeoorloofd overnachten met een bewoner beperkte hij uitsluiting tot uitzonderlijke, evident ernstig verwijtbare gevallen; bij die verwijtbaarheid tellen slechts daarmee verbonden omstandigheden, terwijl bij de billijkheidscorrectie alle omstandigheden kunnen meewegen (HR 8 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:203, r.o. 3.4.3 en 3.4.4). Deze algemene scheiding zegt niets beslissends over de bonusuitsluiting.

17. Een schriftelijk beding met een meerderjarige werknemer in een overeenkomst voor onbepaalde tijd is formeel geldig; de rechter kan het wegens onbillijke benadeling geheel of gedeeltelijk vernietigen (art. 7:653 lid 1 en lid 3 onder b BW). In kort geding kan alleen schorsing, geen definitieve vernietiging worden verkregen. De Hoge Raad formuleerde dit in een schorsingsgeschil over een chauffeur en sloot het belang om personeel te behouden of vervanging te vinden uit van de belangenafweging (HR 17 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:894, r.o. 3.1.3 en 3.1.4). De passage over bescherming van bedrijfsdebiet in r.o. 2.3 geeft het oordeel van het hof weer, niet een afzonderlijke Hoge-Raadholding over ieder voorbeeld; commerciële informatie en klantenbinding vergen in Bakkers functie een eigen beoordeling. De wet sluit handhaving uit bij ernstig verwijtbaar werkgeversgedrag als oorzaak van het einde; een vergoeding tijdens de beperking vergt belangrijke belemmering en is uitgesloten bij ernstig verwijtbaar werknemersgedrag (art. 7:653 lid 4 en lid 5 BW).

18. Commerciële kennis kan een tijdelijke beperking rechtvaardigen, ook als een volledig jaar te zwaar is. In een kort geding over een salesdirecteur met strategische kennis woog het hof Den Haag bedrijfsbescherming tegenover arbeidskeuze en achtte het slechts een gedeeltelijke beperking in duur aannemelijk in de bodemzaak (Gerechtshof Den Haag 20 februari 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:251, r.o. 6.10 en 6.14). De overeenkomst met Bakker is commercieel relevante kennis; het verschil is dat een vergelijkbare strategische sleutelpositie niet vaststaat. Dit voorlopige oordeel geeft daarom geen garantie van directe vrijgave en evenmin een vaste wachttijd na afsluiting van systemen.

19. Het relatiebeding moet zelfstandig worden afgewogen. Bij een accountmanager die naar een concurrent met dezelfde klanten wilde, liet de kantonrechter het relatiebeding voorlopig in stand ondanks schorsing van het concurrentiebeding (Rechtbank Midden-Nederland 26 juni 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:3914, r.o. 4.14 en 4.16). Onduidelijkheid kan juist voorlopige schorsing dragen: in een zaak over consultants en een breed relaties/prospects-beding oordeelde de kantonrechter dat uitblijvende duidelijkheid hen feitelijk vastzette (Rechtbank Rotterdam 15 juli 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6818, r.o. 5.10). Deze regel steunt op een oordeel van de kantonrechter; de redenering bouwt daarop voort door voor Bakker afbakening te verlangen, niet door ieder beding zonder lijst ongeldig te noemen. Een zakelijke uitnodiging kan reeds overtreden zonder geslaagde klantovername: het hof ’s-Hertogenbosch oordeelde zo over een anders geformuleerd relatieverbod en telde een rappel over dezelfde samenwerking niet als tweede overtreding (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 30 mei 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:2294, r.o. 3.11 en 3.12). Dit laatste oordeel is naar analogie een waarschuwing wegens het zakelijke-contactverbod, geen autoriteit voor schorsing en geen regel dat elke e-mail een aparte overtreding is.

20. De arbeidsrechtelijke boete vereist schriftelijke vermelding van de voorschriften en bedragen; afwijking van bestemming en het halve-dagloonplafond kan slechts schriftelijk bij een loon boven het toepasselijke minimumuurloon, met mogelijke schorsing van de afwijking bij wijziging van dat minimum (art. 7:650 lid 1-7 BW). Lid 8 omvat ook algemene boetebedingen. In een bodemzaak over geheimhoudings- en relatieboetes achtte het hof Amsterdam een expliciete afwijking toereikend en paste het de lichtere maatstaf van bovenmatigheid toe, maar weigerde het matiging wegens ernstige overtredingen, aannemelijke schade en onvoldoende inzicht in draagkracht en opbrengst (Gerechtshof Amsterdam 1 september 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2391, r.o. 3.3.2 en 3.6.2-3.6.3). De toepassing is niet uniform voor alle postcontractuele boetes: een kantonrechter behandelde een na-einde geheimhoudingsboete buiten de arbeidsrechtelijke bepaling (Rechtbank Arnhem 27 juni 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BD6311, r.o. 3.5.2). Subsidiair geldt dan de strengere algemene matigingsroute: klaarblijkelijke billijkheid, op verzoek, met wettelijke schadevergoeding als ondergrens; uitsluiting van die bevoegdheid is nietig (art. 6:94 lid 1 en lid 3 BW).

21. Boete en schadevergoeding mogen voor hetzelfde feit niet worden gestapeld; een strijdig beding kan dat niet toestaan (art. 7:651 lid 1 en lid 2 BW). De kantonrechter Noord-Holland liet na het wegdenken van aanvullende schadevergoeding de boeteclausule bestaan en matigde twee gelijksoortige downloads tot één boete, terwijl een andere verzending apart bleef (Rechtbank Noord-Holland 5 januari 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:180, r.o. 5.3 en 5.21-5.22). Het hof Amsterdam telde daarentegen berichten met verschillende inhoud op verschillende momenten afzonderlijk; het merkte privé-verzending naar het eigen adres in die zaak niet als geheimhoudingsschending aan, anders dan doorgifte aan derden (ECLI:NL:GHAMS:2020:2391, r.o. 3.4.5 en 3.5.4). De precieze contracttekst en feiten bepalen dus zowel normschending als telling: geen totale nietigheid en geen automatische korting voor alle verzendingen.

22. Schade tijdens de uitvoering van arbeid leidt in beginsel slechts bij opzet of bewuste roekeloosheid tot werknemersaansprakelijkheid; de wet laat andersluidende omstandigheden naar de aard van de overeenkomst toe en afwijking ten nadele kan slechts schriftelijk en voor zover verzekerd (art. 7:661 lid 1 en lid 2 BW). In een werkgeversvordering over autoschade legde het hof ’s-Hertogenbosch de bewijslast voor opzet en bewuste roekeloosheid bij de werkgever; daadwerkelijke bewustheid onmiddellijk vóór het schadelijke handelen was vereist (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 23 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:636, r.o. 3.3.3). De overeenkomst met Bakker betreft schade bij arbeidsuitvoering, niet de soort schade: het arrest bewijst geen informatielek. Voor handelen buiten die uitvoering, bijvoorbeeld doelbewust gebruik voor een concurrent, kan Brouwer onrechtmatige daad aanvoeren, maar moet zij onrechtmatigheid, toerekening, schade en oorzakelijk verband onderbouwen (art. 6:162 lid 1-3 BW). Een ander etiket neemt de werknemersbescherming niet vanzelf weg.

Toepassing op de casus

23. Het privé-mailverbod levert Brouwer een serieus argument op: prijzen en marges uit een overzicht met veertien klanten zijn commercieel relevante informatie en Bakker erkent twee verzendingen. Voorafgaande toestemming blijft echter onbekend; als zij is gegeven, ontbreekt voor die verzendingen de contractuele overtreding. Zonder toestemming kan Brouwer een grove plichtschending bepleiten, ook zonder bewezen bekendmaking aan derden. Bakkers concrete tegenargument is een werkdoel voor Van der Meulen Vastgoed bij een falende VPN, maar ticket 4471, de reactie van IT en de beschikbaarheid van de VPN op de tweede verzenddatum moeten worden bewezen. Dat IT volgens zijn aantekeningen al op 19 augustus reageerde, maakt de noodzaak van opnieuw verzenden op 27 augustus tot een afzonderlijk bewijsthema. Het ICT-reglement, toestemming en de bestanden ontbreken; de ernst is daarom niet definitief vast te stellen.

24. De kennismaking bij DIG is op de bekende feiten de zwakkere ontslaggrond: een gesprek zonder getekende overeenkomst, meegenomen informatie of aangetoonde concurrerende arbeid is niet gelijk aan daadwerkelijk werken voor de concurrent. Brouwer moet méér dan de combinatie van privé-verzending en sollicitatie aannemelijk maken als zij daaruit doelbewust doorspelen afleidt. Ook samen moeten de gronden de wettelijke drempel halen; de zin dat elk afzonderlijk dringend is, vervangt die afweging niet. Daarin wegen Bakkers commerciële functie, diensttijd sinds 2021, leeftijd van 42 jaar en gestelde inkomensloosheid mee, zonder een onbesproken functioneren te veronderstellen. De concrete vragenweigering na ontslagwaarschuwing uit de hofzaak staat niet in deze ontslagbrief, en het latere verzoek om vernietigingsbevestiging kan niet als toen aanwezige weigering worden behandeld. Het voorlopig oordeel op de bekende feiten: verdedigbaar. Bewijs van voorafgaande toestemming kantelt de bestrijding van de eerste grond naar kansrijk; bewezen doelbewuste verstrekking aan DIG of concurrerende arbeid vóór ontslag kantelt de bestrijding van dringendheid naar dun.

25. Het weekenduitstel is een reëel aanvalspunt, geen automatische vernietigingsgrond. Op 11 september waren de erkende verzendingen en het gesprek met DIG besproken; op 14 september volgde ontslag, zonder uitleg van noodzakelijke tussenstappen. Brouwer kan dit rechtvaardigen door concreet voortvarend onderzoek, overleg of advies aan te tonen, met vermelding wie wanneer voldoende kennis en ontslagbevoegdheid had. De beweerde kennis van Sandra op 4 september is van horen zeggen en mag niet als vaststaand beginmoment dienen. Ontbrekend zijn juist de onderzoeks- en besluitmomenten per grond en voor hun samenstel. Het voorlopig oordeel op de bekende feiten: verdedigbaar. Noodzakelijke en voortvarende weekendstappen kantelen het tijdigheidsverweer naar dun; bewezen eerdere volledige kennis bij de ontslagbevoegde zonder noodzakelijke vervolgstappen kantelt het naar kansrijk.

26. De globale brief maakt de mededelingsaanval minder sterk dan alleen haar tekst doet vermoeden: zij verwijst naar de erkenning op 11 september, terwijl Bakkers protest Gmail en DIG herkenbaar behandelt. Bakker moet concreet uitleggen welk verwijt hem desondanks niet onmiddellijk duidelijk was; het ontbreken van klantnamen is niet op zichzelf fataal. Evenmin is het ontbreken van nieuw wederhoor op 14 september een zelfstandige automatische vernietigingsgrond. Wel ontbreken de precieze mondelinge toelichting en verslagen van beide gesprekken. Zijn eigen vermelding, “15 sep 2026”, betreft verwijdering van beide e-mails inclusief de prullenbak; die verwijdering bewijst geen lek, maar bemoeilijkt controle en moet volledig worden gemeld. Brouwer behoudt de bewijslast en kan serverkopieën, logbestanden of latere verklaringen inzetten; Bakker moet de resterende gegevens veiligstellen.

27. De gerechtelijke route staat nog open en de protestmail heeft haar niet vervangen. Omdat Bakker naar DIG wil, is terugkeer niet zijn uiteindelijke doel; zolang vrijgave onzeker is, beschermt een tijdig vernietigingsverzoek met loon de inkomenspositie. Een alternatief verzoek om financiële afwikkeling moet zorgvuldig worden geformuleerd, niet pas na afloop van de vervaltermijn worden bedacht. Brouwer kan met voorwaardelijke ontbinding reageren en bij bewezen dringende reden plus schuld een gefixeerde vergoeding verlangen; dat is een andere route dan haar feitelijk onjuiste suggestie dat Bakker zelf heeft opgezegd. Op grond van art. 7:672 BW, lid 1, lid 2 onder b en lid 11, kan Bakker bij onregelmatige werkgeversopzegging als alternatief voor vernietiging het loon over de gemiste termijn vorderen: bij zijn diensttijd sinds 1 februari 2021 is dat in beginsel twee maanden tegen maandeinde, tot 30 november 2026, onder voorbehoud van afwijkende cao-bepalingen en zonder dubbel loon over hetzelfde tijdvak. Voor een billijke vergoeding onder de huidige opzegroute is geen aparte ernstige-verwijtbaarheidseis in de tekst genoemd, maar het buiten werking stellen van de bedingen vergt die beoordeling wél. Het voorlopig oordeel op de bekende feiten: kansrijk. Dit oordeel betreft de mogelijkheid van tijdige aanvechting, niet haar inhoudelijke toewijzing; zonder tijdig geldig verzoek kantelt het naar dun, terwijl bewezen geldig ontslag plus opzet of schuld de inhoudelijke vergoedingsroute verzwakt en Brouwers tegenverzoek reëel maakt.

28. Loon vóór ontslag en loon daarna moeten worden onderscheiden. Omdat het laatst betaalde salaris augustus betreft, moet ook het verdiende septemberloon vóór ontslag worden gevorderd; loon vanaf ontslag vergt tijdige vernietiging en voldoende beschikbaarheid. De werkhervattingsaanbieding van 16 september ondersteunt die laatste aanspraak: na vernietiging ligt het niet-werken op de bekende feiten in beginsel in Brouwers risicosfeer (art. 7:628 BW, lid 1). De aanspraak kan veranderen bij eigen onbeschikbaarheid; eventuele verzekeringsuitkeringen en bespaarde onkosten moeten overeenkomstig lid 2 en lid 4 worden verwerkt, terwijl Bakker nu stelt geen ander inkomen of WW te hebben. De nadere toelichting noemt € 4.850 bruto in september, terwijl de overeenkomst € 4.650 bij aanvang noemt: verschillende peilmomenten, maar loonstroken ontbreken ter onderbouwing van het huidige bedrag. Iedere berekening en salarisvergelijking hieronder gebruikt daarom voorlopig € 4.850, ook bij draagkracht en de boete-afwijking. Het voorlopig oordeel op de bekende feiten: verdedigbaar. Vernietiging met blijvende beschikbaarheid kantelt het naar kansrijk; geldig ontslag of eigen onbeschikbaarheid, bijvoorbeeld door onverenigbaar werk bij DIG, kantelt loon ná ontslag naar dun zonder reeds verdiend loon te laten vervallen.

29. De H1-bonus is contractueel, niet vrijblijvend door de jaarlijkse vaststelling. Het leidende dashboard van 6 juli vermeldt 104,6% doelrealisatie en indicatief € 4.365, zodat er een concrete aanspraak is om te vorderen. Brouwers serieuze verweer is de uitdrukkelijke uitsluiting bij einde vóór de betaaldatum wegens dringende reden; dat vergt bewijs van haar toepassingsfeiten en uitleg van de clausule. Alleen een onverwijldheidsgebrek beslist niet automatisch of voor deze clausule materieel een dringende reden aanwezig was. De transitievergoedingsregel over ernstige verwijtbaarheid kan niet op deze bonusvoorwaarde worden geplakt. Het voorlopig oordeel op de bekende feiten: verdedigbaar. Ontbreken van een materiële dringende reden of einde niet vóór de betaaldatum kantelt het naar kansrijk; toepasselijke en na uitleg standhoudende uitsluiting kantelt het naar dun. Vraag het bonusbesluit, de exacte septemberbetalingsdatum en de onderbouwing van de jaarbasis van € 58.200 op; de verplichting van Brouwer om loonbestanddelen en uitbetalingsgegevens schriftelijk of elektronisch te verstrekken ondersteunt dit verzoek (art. 7:655 BW, lid 1 onder h en lid 3). Voor zover die gegevens al in de schriftelijke overeenkomst staan, volstaat die vermelding volgens lid 2; de informatieplicht levert niet zelf het bonusrecht op en maakt Bakkers uitleg niet automatisch juist.

30. De 11,5 dagen leveren bij werkelijk einde een zelfstandige eindafrekeningspost op, ook als het ontslag geldig blijkt: art. 7:641 BW, lid 1 en lid 2, geeft bij een bewezen resterend tegoed recht op het overeenkomende loonbedrag en verplicht Brouwer een verklaring over het vakantietegoed te verstrekken. Bij vernietiging en voortduring blijven het in beginsel verlofaanspraken; dezelfde einduitbetaling kan dan niet al worden verlangd. De HR-portaalregistratie, opbouwjaren, wettelijke/bovenwettelijke splitsing en dagloonbasis ontbreken. Het voorlopig oordeel op de bekende feiten: kansrijk. Een administratie met lager of reeds uitbetaald saldo kantelt het betwiste meerdere naar dun; voortduring van het dienstverband kantelt einduitbetaling nú naar dun, niet het bestaan van verlofrechten. Vraag ook de wettelijke verklaring en de ontbrekende eindafrekening op.

31. Brouwers mededeling dat geen transitievergoeding verschuldigd is, slaat de afzonderlijke verwijtbaarheidstoets over. De VPN-werkverklaring en betwiste verstrekking aan DIG bieden tegenwicht, maar een storing is geen vrijbrief voor bewuste normschending bij werkbare alternatieven. De overeenkomst van 2023 bevestigt aansluiting op beide tijdelijke contracten; het ontbrekende contract van 2022 verhindert die samentelling niet. De definitieve einddatum en mee te tellen looncomponenten ontbreken; de raming hieronder veronderstelt einde op 14 september. Het voorlopig oordeel op de bekende feiten: verdedigbaar. Bewezen doelbewuste verstrekking en ernstige verwijtbaarheid kantelen het naar dun, behoudens de billijkheidscorrectie; bevestigde werknoodzaak zonder ernstige verwijtbaarheid kantelt het bij werkelijk einde naar kansrijk.

32. De overeenkomst van 2023 is het actuele vertrekpunt voor de bedingen. Zij is schriftelijk ondertekend door een meerderjarige werknemer en voor onbepaalde tijd, zodat de formele voorwaarden van art. 7:653 BW, lid 1, zijn vervuld; het ontbreken van een motivering maakt haar bedingen niet ongeldig. De inhoudelijke aanvalsroute voor deze overeenkomst is lid 3 onder b: Bakker moet zijn benadeling afzetten tegen Brouwers concrete beschermingsbelang, niet tegen een motiveringsvereiste voor tijdelijke contracten. De motiveringsplicht en de vernietigingsgrond wegens ontbreken van zwaarwegende belangen bij tijdelijke contracten betreffen hier niet de overeenkomst van 2023 (art. 7:653 lid 2 en lid 3 onder a BW). De motivering uit 2021 verklaart wel Brouwers feitelijke belang bij klant- en prijsinformatie, maar bindt niet vanzelf de uitleg van het nieuwe contract. De artikelen 11, 12, 13 en 14 sluiten aan op de ontslagbrief en boeteclausule; de nummers 18, 20 en 22 duiden alinea’s aan, niet afwijkende contractartikelen. De oudere boetebedragen zijn dus niet het huidige uitgangspunt.

33. De DIG-functie valt op de bekende gegevens binnen het concurrentieverbod: Deventer ligt volgens Bakker circa veertig kilometer van Zwolle, de branche overlapt en het werkgebied omvat Zwolle. De afleiding is dat beperkte vrijgave met klantenafscherming een evenredige tussenoplossing kan zijn, mits Brouwer geen concrete onvermijdbare benutting van actuele essentiële informatie aannemelijk maakt. Bakkers prijzen- en margesoverzicht geeft Brouwer juist een concreet argument dat ontbreekt bij een louter beroep op algemene ervaring; anderzijds tellen behoud van personeel en vervanging niet mee. DIG biedt € 4.900 tegenover voorlopig € 4.850, dus slechts beperkte salarisverbetering, maar inkomensherstel en arbeidskeuze wegen wel. DIG meldt dat de jurist van DIG ernaar kijkt; dit is geen vrijgave door Brouwer of toegezegde vrijwaring. Het voorlopig oordeel op de bekende feiten: verdedigbaar. Aantoonbare afscherming van klanten en informatiebenutting kantelt beperkte schorsing naar kansrijk; bewezen actuele essentiële informatie met onvermijdelijke benutting kantelt onmiddellijke schorsing naar dun. Een onterecht ontslag schakelt het beding niet vanzelf uit; subsidiair kan een vergoeding tijdens een belangrijke arbeidsbelemmering worden gevraagd, met de wettelijke uitsluiting bij ernstig verwijtbaar werknemersgedrag.

34. Het relatiebeding beperkt meer dan actieve acquisitie: het verbiedt zakelijke contacten met klanten met wie Bakker in de laatste 24 maanden contact had. Dat omvat niet automatisch alle ongeveer zestig klanten, maar zijn schatting van circa 35 actief gesproken klanten is evenmin een definitieve lijst. De verwachte overlap met ten minste acht maakt handhaving een concreet risico. Ook zonder een overgenomen klant kan een verboden zakelijk contact ontstaan; het hofarrest over uitnodigingen ondersteunt die waarschuwing, niet schorsing. Een opdracht die via DIG binnenkomt, kan daarom niet zonder voorafgaande controle door Bakker worden behandeld.

35. Volledige uitschakeling van het relatiebeding is minder sterk dan beperking van het concurrentiebeding: ook dit schriftelijke beding in de overeenkomst voor onbepaalde tijd voldoet formeel aan art. 7:653 BW, lid 1, en vergt een eigen belangenafweging onder lid 3 onder b. Dat Bakker naar DIG wil en daar klantoverlap verwacht, weegt niet zonder meer zwaarder dan Brouwers bescherming van de betrokken klantrelaties; uitsluiting van handhaving onder lid 4 vereist bovendien ernstig verwijtbaar werkgeversgedrag als oorzaak van het einde, dat niet reeds uit een onterecht ontslag volgt. Het eigen contactcriterium is preciezer dan een onbegrensd relaties/prospects-beding, zodat het ontbreken van een lijst geen vrijbrief is. Vraag een lijst met contactdata en regel schriftelijk met DIG dat Bakker geen zakelijke contacten met de betrokken klanten onderhoudt. Het voorlopig oordeel op de bekende feiten: dun. Blijvende onduidelijkheid na gericht verzoek die passende arbeid feitelijk onmogelijk maakt, kantelt voorlopige beperking naar verdedigbaar; aantoonbare afscherming door DIG maakt een veilige overstap beter verdedigbaar zonder dat volledige schorsing nodig is.

36. Twee erkende privé-verzendingen vormen een reële boetegrond wanneer toestemming ontbreekt, ook als zij onvoldoende zijn voor ontslag. Het eigen-privéadresoordeel uit de Amsterdamse hofzaak beschermt Bakker niet automatisch, omdat zijn contract juist dat doorsturen afzonderlijk verbiedt. De bedragen en voorschriften zijn schriftelijk genoemd en ingebrekestelling is uitdrukkelijk uitgesloten; wachten op een extra waarschuwing is daarom geen veilige strategie. De afwijking van bestemming en loonplafond vergt wel toetsing van het werkelijke uurloon aan het toepasselijke minimumloon, inclusief eventuele wijziging daarvan. Het voorlopige salaris mag niet als volledig loonbewijs worden gebruikt. Brouwer moet de overtreding, toerekening, telling en eventueel voortduren onderbouwen.

37. Dagboetes ontstaan niet vanzelf voor iedere dag na een verzending. Er moet een voortdurende overtreding worden aangewezen; de verwijdering op 15 september bewijst noch dat iedere eerdere dag zelfstandig beboetbaar was, noch dat al het materiaal is verdwenen. Twee verzendmomenten met een bijgewerkt overzicht kunnen twee feiten zijn, maar telling en eventuele samenloop vereisen uitleg. Voortdurend werken voor DIG binnen het verboden gebied is een ander, toekomstig dagrisico. Het contractuele voorbehoud van volledige schadevergoeding laat geen stapeling van boete en schade voor hetzelfde feit toe: art. 7:651 BW, lid 1 en lid 2, verbiedt die cumulatie en verklaart een daarmee strijdig beding nietig. Bakker moet dit per gesteld feit tegenwerpen; het voorbehoud weggedacht kan het overige boetebeding blijven bestaan, zodat dit geen verweer is dat iedere boete doet vervallen.

38. Matiging moet concreet worden gevraagd en onderbouwd met werkdoel, ontbrekende aantoonbare schade, inkomensloosheid, verhouding tot loon en mogelijke samenloop. De hofzaak laat juist zien dat ook de lichtere maatstaf volledige hoge boetes kan laten staan; een voorspelling van steeds sterke matiging is niet verantwoord. Voor de tijdens-dienstverbandverzendingen ligt de arbeidsrechtelijke bovenmatigheidstoets voor de hand; als bij toekomstige postcontractuele feiten die toets niet toepasselijk wordt geacht, moet Bakker subsidiair art. 6:94 BW, lid 1 en lid 3, aanvoeren. Die strengere route vereist dat de billijkheid matiging klaarblijkelijk eist en laat geen verlaging beneden de wettelijke schadevergoeding toe; de ontbrekende schadeonderbouwing helpt het verweer, maar bewijst niet dat de schade nul is of dat een salarisplafond geldt. Het voorlopig oordeel op de bekende feiten: verdedigbaar. Bewezen voorafgaande toestemming kantelt verweer tegen Gmail-boetes naar kansrijk; bewust overtreden na de handhavingswaarschuwing met aantoonbare schade kantelt verweer tegen volledige heffing en forse matiging naar dun.

39. De huidige claim wegens weglekken is onvoldoende geconcretiseerd, niet bewezen nihil. Als Bakker uitsluitend een offerte voor Brouwers klant afmaakte, past de schadevraag bij uitvoering van arbeid: art. 7:661 BW, lid 1, begrenst dan zijn aansprakelijkheid en Brouwer moet opzet of bewuste roekeloosheid ten aanzien van schade bewijzen; opzettelijk verzenden is niet vanzelf opzet op schade. Andersluidende omstandigheden wegens de aard van de overeenkomst moeten concreet worden aangevoerd, terwijl een contractuele afwijking ten nadele slechts mogelijk is voor zover schriftelijk overeengekomen én door verzekering gedekt volgens lid 2; daarvan blijkt hier niet. Brouwers serieuze alternatief is bewezen doelbewust doorgeven of gebruiken voor DIG buiten die werkuitvoering, met onderbouwde schade en causaal klantverlies. Geen stuk specificeert ontvangers, gebruik, verloren klanten of herstelkosten. De vertrouwelijke contractuele aard van de gegevens betekent niet zonder meer dat zij een beschermd bedrijfsgeheim, auteursrechtelijk werk of beschermde databank vormen; een dergelijke kwalificatie is niet nodig om de huidige claim te beoordelen. Het voorlopig oordeel op de bekende feiten: kansrijk. Bewezen doelbewuste verstrekking met causaal klantverlies kantelt het verweer naar dun afhankelijk van de toepasselijke aansprakelijkheidsnorm; bevestigde werkuitvoering zonder schade versterkt het kansrijke verweer.

Advies

40. Actielijst: (1) uiterlijk maandag 5 oktober 2026: advocaat en verzekeraar met spoed inschakelen, bewijsbewaring instrueren en Brouwer gecontroleerd antwoorden, omdat de door Brouwer gestelde datum 28 september 2026 is verstreken en vandaag de eerste haalbare actie is; (2) uiterlijk vrijdag 9 oktober 2026: vrijgave voor DIG, een beperkte relatielijst, loon, bonus, eindafrekening en gericht bewijs vragen en bij ontbreken van een snelle afspraak een schorsingskortgeding starten, omdat het aanbod eerder verloopt dan de ontslagtermijn; (3) uiterlijk vrijdag 16 oktober 2026: uitsluitend voorwaardelijk aanvaarden of verlenging en aangepaste functie met klantenafscherming overeenkomen, met expliciete afspraken over processteun en vrijwaring, omdat die steun nog niet is toegezegd; (4) uiterlijk vrijdag 30 oktober 2026: controleren of vrijgave of voldoende rechterlijke schorsing én relatieafscherming zijn geregeld, anders de start uitstellen, omdat de beoogde start op zondag 1 november 2026 tot verboden werk en oplopende boetes kan leiden; (5) uiterlijk vrijdag 13 november 2026: het geldige ontslagverzoek met passende loon- en vergoedingsverzoeken indienen en ontvangst controleren, omdat dit de praktische veilige grens vóór de twee maanden is, ongeacht mogelijke verlenging; (6) uiterlijk maandag 14 december 2026: controleren dat de transitievergoeding voor einde op 14 september tijdig onder juiste voorwaarden is verzocht en zo nodig alsnog indienen, omdat daarvoor drie maanden geldt. De data 9 en 30 oktober zijn werkafspraken, geen wettelijke vervaltermijnen; aanbevolen is het ontslagverzoek veel eerder dan 13 november in te dienen (art. 7:686a lid 2-4 BW).

41. Aanbevolen route: Bakker bewaart met een tijdig ontslagverzoek zijn loon- en vergoedingspositie en onderhandelt tegelijk met Brouwer over vrijgave voor DIG met een afgebakende relatielijst. Bij geen snelle afspraak moet hij beperkte schorsing vóór de start vragen. Dit dient zijn doel om bij DIG te werken zonder in de tussentijd inkomen en rechten prijs te geven. Financiële beëindiging in plaats van voortzetting wordt beter zodra DIG daadwerkelijk doorgaat en veilige vrijgave is geregeld; uitstel of aangepast werk is beter als geen tijdige schorsing volgt of concrete klanten- en informatierisico’s zwaar wegen. Een akkoord moet ook ontslagclaims, bonus, eindafrekening en bestaande boetes afwikkelen, niet uitsluitend het concurrentiebeding.

42. De onmiddellijke beslissing is niet onvoorwaardelijk te starten en niet op de rechtsbijstandsverzekeraar te wachten. Laat een advocaat de juiste verzoeken voorbereiden, vraag de polis en dekkingsbevestiging en leg kostenafspraken vast zonder dekking te veronderstellen. Antwoord op het vernietigingsverzoek alleen wat controleerbaar is: Bakker heeft volgens zijn aantekeningen de twee Gmail-berichten verwijderd, maar kan zonder onderzoek niet verklaren dat alle bedrijfsinformatie of iedere kopie is vernietigd. Geen verdere gegevens vernietigen of nieuwe brede privé-kopieën maken. Vraag een gecontroleerde oplossing waarbij bedrijfsinformatie niet wordt gebruikt en noodzakelijk bewijs afgebakend wordt bewaard; vermeld alle relevante feiten naar waarheid (art. 21 Rv).

43. Het loonverzoek gebruikt voorlopig € 4.850 bruto per maand en contractuele toeslagopbouw van € 4.850 × 8% = € 388; samen is € 4.850 × 108% = € 5.238 bruto per volle maand. September is volgens Bakker geheel onbetaald, zodat de vóór ontslag verdiende periode niet mag ontbreken. Voor alleen 14 tot en met 30 september is een kalenderdagraming € 4.850 × 108% × 17 / 30 = € 2.968,20; dit is geen vastgestelde loonadministratiemethode. Toeslag wordt contractueel in mei uitbetaald, dus de maandelijkse opbouw is niet automatisch direct opeisbaar. Nog niet afgerekend vakantiegeld bedraagt € 388 × het aantal niet afgerekende volle maanden, met een evenredig deel voor gebroken maanden; het totale aantal ontbreekt. Tel dezelfde toeslag niet opnieuw mee in andere ramingen.

44. De H1-bonusvordering is € 4.850 × 12 × 7,5% = € 4.365 bruto, overeenkomstig het dashboard; zij kan € 0 worden als de uitsluiting standhoudt. Het maximum van 15% bewijst geen H2-aanspraak. Voor 11,5 vakantiedagen geeft de expliciete aanname van vijf werkdagen van acht uur bij veertig uur per week de eindraming 11,5 × 8 × € 4.850 × 108% / (40 × 52 / 12) ≈ € 2.780,17 bruto. Rooster, administratie, relevante variabele loonbestanddelen en uiteindelijke dagloonbasis moeten worden gecontroleerd; bij voortduring is deze einduitbetaling nu niet aan de orde.

45. De transitievergoeding bij einde op 14 september heeft een basisraming van (€ 4.850 × 108%) / 3 × (5 + 7 / 12 + 14 / 360) ≈ € 9.816,40 bruto. Dit gebruikt uitdrukkelijk een ramingsbasis van vijf jaar, zeven maanden en veertien dagen op een dertig-dagenmaand, geen definitieve toepassing van de uitvoeringsregels. Ter illustratie van variabele beloning geeft toevoeging van een maximale gemiddelde bonuscomponent (€ 4.850 × 108% + € 4.850 × 15%) / 3 × (5 + 7 / 12 + 14 / 360) ≈ € 11.179,79 bruto. Het maximum is geen bewezen gemiddelde en dus geen gegarandeerde bovengrens; de werkelijke looncomponenten en uitvoeringsberekening moeten worden vastgesteld. Bij ernstige verwijtbaarheid kan de aanspraak € 0 zijn, behoudens de billijkheidscorrectie; bij latere beëindiging wordt herberekend (art. 7:673 lid 2, lid 7 onder c, lid 8 en lid 10 BW).

46. Bij financiële beëindiging wegens onterecht ontslag kan Bakker in plaats van vernietiging de onregelmatige werkgeversopzegging aanvoeren. Uitgaande van de twee maanden tegen maandeinde zou reguliere opzegging in beginsel tot 30 november 2026 lopen; de kalenderdagraming voor 15 september tot en met die datum is € 4.850 × 108% × (2 + 16 / 30) ≈ € 13.269,60 bruto. Cao, looncomponenten en termijnbasis moeten worden gecontroleerd; deze post wordt niet naast doorlopend loon over hetzelfde tijdvak opgevoerd (art. 7:672 lid 1, lid 2 onder b en lid 11 BW). Voor de billijke vergoeding is geen verantwoord vast bedrag mogelijk: rekensjabloon € 5.238 × gemiste volle loonmaanden, plus aantoonbaar overig verlies, verminderd met mee te wegen vervangende inkomsten. Dit is geen wettelijke standaardformule; hypothetische rechtmatige einddatum en inkomsten ontbreken, € 0 is mogelijk en vrijwel gelijk betaald DIG-werk kan toekomstig verlies beperken (art. 7:681 lid 1 onder a BW).

47. Vorder wettelijke verhoging met onderbouwing van vervaldata en vertraging, niet zonder meer het maximum. Over één maand basisloon is het maximum € 4.850 × 50% = € 2.425; over de H1-bonus € 4.365 × 50% = € 2.182,50. De verhoging volgt de wettelijke werkdagopbouw, vergt toerekenbare vertraging en kan rechterlijk worden beperkt; afwijking ten nadele van de werknemer is niet toegestaan (art. 7:625 lid 1 en lid 2 BW). De exacte septemberbetalingsdatum ontbreekt, dus de feitelijk opgebouwde verhoging en loonrente zijn nog niet becijferbaar. Voor de genoemde gefixeerde ontslagvergoedingen loopt wettelijke rente vanaf het einde; voor transitievergoeding vanaf een maand daarna (art. 7:686a lid 1 BW). Onderbouw elke rente-ingangsdatum afzonderlijk.

48. Reserveer voor twee Gmail-verzendingen een contractuele basisblootstelling van 2 × € 5.000 = € 10.000, met € 0 mogelijk bij toestemming of een geslaagd ander verweer en zonder onbewezen dagboetes. Een toekomstig voorbeeld van één DIG-overtreding met dertig dagen voortduren is € 5.000 + 30 × € 500 = € 20.000; de dertig dagen illustreren 1 tot en met 30 november, niet een reeds vastgestelde duur. Acht afzonderlijke relatieovertredingen zouden 8 × € 5.000 = € 40.000 vóór dagboetes geven; verwachte overlap met acht klanten bewijst niet acht overtredingen. Dit zijn blootstellingen vóór telling, samenloop en matiging, geen maximale totale aansprakelijkheid. Bewust beginnen ondanks handhaving verzwakt het matigingsverweer.

49. Brouwers claim wegens eigen opzegging van Bakker is op de bevestigde feiten € 0: Bakker heeft niet opgezegd. Haar alternatieve route wegens een door schuld gegeven dringende reden kan bij een geldige ontslaggrond een vergoeding opleveren. Bij één maand tegen maandeinde is de indicatie voor 15 september tot en met 31 oktober € 4.850 × 108% × (1 + 16 / 30) ≈ € 8.031,60 bruto; termijnbasis, cao, looncomponenten en opzet of schuld moeten worden getoetst (art. 7:677 lid 2, lid 3 onder a en lid 5 onder a BW). Werkelijke lekschade is niet becijferbaar: het rekensjabloon is bewezen gemiste omzet × bewezen winstmarge + causaal bewezen herstelkosten, maar alle invoercijfers ontbreken. Ook proceskosten zijn zonder procedure, offerte en dekking niet te begroten; mogelijke beslagkosten vormen een extra post als het beslag niet nietig, onnodig of onrechtmatig was (art. 706 Rv).

50. Een spoedvoorziening kan het inkomensgat beperken, maar vervangt het tijdige ontslagverzoek niet (art. 254 lid 1 en lid 5 Rv). In een loon-kortgeding na ontslag van een bedrijfsleider woog het hof voldoende aannemelijkheid, spoed en restitutierisico en wees het loon af omdat de kans op bewijs van de dringende reden niet gering genoeg was (Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:874, r.o. 3.3). Dit betrof het oude ontslagstelsel; als analogisch richtsnoer voor een voorlopig geldverzoek blijven aannemelijkheid en terugbetalingsrisico relevant, niet de oude vernietigingswijze. Bakkers inkomensloosheid ondersteunt spoed, maar de erkende verzendingen maken toewijzing niet zeker. Houd het kort geding over bedingen en de gerechtelijke ontslagtermijn als afzonderlijke taken; leg voorwaardelijke vergoedingsverzoeken onmiddellijk correct vast.

51. Bereid vóór uitvoering van het DIG-aanbod het verweer tegen een verbodsprocedure voor: bied een schriftelijk afgebakende functie en klantenafscherming aan en betwist concreet welke informatie of klanten werkelijk gevaar lopen. Beslag is nog niet uitdrukkelijk aangekondigd, maar Brouwer kan voor haar geldclaim verlof vragen (art. 700 lid 1 Rv). Bij een concrete beslagdreiging moeten de betwisting, bewijsstukken en zo nodig een aanbod van voldoende zekerheid vóór de maatregel gereed zijn; houd een opheffingskortgeding voorbereid. Na beslag kan summierlijke ondeugdelijkheid, onnodigheid of voldoende zekerheid opheffing dragen (art. 705 lid 1 en lid 2 Rv). Vertrouw niet op een algemeen verweer dat Brouwer te laat klaagde over concurrentie: de Hoge Raad sloot die klachtplicht uit voor een nalatingsverbintenis, met tijdsverloop slechts als mogelijke factor bij matiging of rechtsverwerking (HR 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:336, r.o. 4.1.3).

52. Veiligstelling en opvragen van bewijs moeten gericht zijn: bewaar de overeenkomst van 2023, bonusregeling, dashboard, bankbetalingen, loonstroken, verlofregistratie, eigen aantekeningen en alle DIG-correspondentie. Vraag ticket 4471, VPN-log en IT-reactie, toestemming of gedoogbeleid, serverkopieën van juist de twee verzendingen, gespreksverslagen en concrete schadeposten op. Vraag Mark de Groot, Sandra, de HR-adviseur en Ruud Mulder verklaringen over eigen waarnemingen, niet over geruchten; DIG noemt ook een gesprek op 16 september. Het huidige inzagerecht betreft bepaalde gegevens over de rechtsbetrekking bij voldoende belang, met wettelijke begrenzingen; de rechter kan verstrekking bevelen (art. 194 lid 1 en lid 2 Rv en art. 195 lid 1 Rv). Bij voortduring moet ook verlof worden bewaakt: wettelijk minimumverlof kent de zesmaandenregel na het verwervingsjaar met de wettelijke uitzondering en mogelijkheid van schriftelijke verlenging, terwijl overige aanspraken de vijfjarige termijn kennen (art. 7:640a BW en art. 7:642 BW); de 11,5 dagen kunnen zonder registratie niet allemaal aan hetzelfde jaar worden toegerekend.

Conclusie

53. Bakker heeft een verdedigbare inhoudelijke ontslagaanval en kan die nog tijdig aan de rechter voorleggen; de protestmail alleen volstaat niet. De sterkste aandachtspunten zijn de werkverklaring tegenover het expliciete privé-mailverbod, de niet bewezen DIG-verstrekking en het onverklaarde uitstel; geen daarvan geeft vooraf zekerheid van vernietiging. Hij kan septemberloon, bij vernietiging doorgaand loon, € 4.365 H1-bonus en passende eindafrekening of ontslagvergoedingen vorderen, met de hiervoor onderscheiden voorwaarden en voorlopige berekeningen. Brouwer kan ondanks een zwakke eigen-opzegclaim wel boetes en een gefixeerde vergoeding op een andere grondslag proberen te verkrijgen. DIG is daarom niet veilig toegankelijk zonder schriftelijke vrijgave of voldoende rechterlijke schorsing én zelfstandige naleving of beperking van het relatiebeding. Tijdig procederen en onderhandelen over een gecontroleerde overstap is de aangewezen route.

54. Risicorangschikking: (1) Verboden DIG-start en oplopende boetes, omdat de gewenste functie binnen de formeel geldige beperkingen valt en een onbeschermde start verbod en snel oplopende boetes kan veroorzaken; (2) Verlies van ontslag- en loonroute door termijnoverschrijding, omdat het protest geen verzoekschrift vervangt en afwachten de aanval en doorgaand loon kan kosten; (3) Gmail-boetes en geldig ontslag, omdat twee verzendingen zijn erkend en bij ontbrekende toestemming een basisclaim van € 10.000 reëel is, met zwaardere gevolgen bij bewezen bijkomende feiten; (4) Achterstallig loon en H1-bonus, omdat de substantiële aanspraken van voorlopig € 4.850 per maand plus toeslag en € 4.365 bonus afhangen van verschillende ontslag- en bonusvoorwaarden; (5) Transitievergoeding en eindafrekening, omdat eindvakantie en opgebouwde toeslag ook bij geldig einde kunnen resteren, terwijl de transitie-basisraming van € 9.816,40 kan wegvallen bij ernstige verwijtbaarheid en haar eigen termijn moet worden bewaakt; (6) Gefixeerde vergoeding aan Brouwer, omdat eigen opzegging ontbreekt maar geldig ontslag plus opzet of schuld op de alternatieve grondslag indicatief € 8.031,60 kan opleveren; (7) Werkelijke schade door informatielek, omdat de huidige claim verstrekking, schade en causaliteit niet concretiseert, hoewel bewezen doelbewust doorgeven met klantverlies een groter financieel gevolg kan hebben.

Hoe kwam deze memo tot stand?

Een team van AI-onderzoekers zocht in Nederlandse wetgeving, rechtspraak en EU-recht uit officiële bronnen, las elkaars werk tegen en legde elke bronverwijzing naast de oorspronkelijke tekst. Elke citatie is tegen de brontekst gecontroleerd voordat zij in de memo kwam.

Meer uitleg: Zo werkt Minuut.

Over deze memo

  • Minuut maakte deze memo op 5 oktober 2026. Latere wetswijzigingen en uitspraken zijn er niet in verwerkt.
  • De casus is fictief. De namen van personen en bedrijven zijn verzonnen; partijnamen in de aangehaalde uitspraken zijn door de rechtspraak zelf geanonimiseerd.
  • De tekst van de memo is volledig en ongewijzigd. Alleen de koppen zijn een niveau verschoven en de links naar wetten.overheid.nl zijn toegevoegd waar de memo een wetsartikel zonder link noemde.

Probeer je eigen vraag

Ligt er zelf een ontslagzaak op je bureau? Check of Minuut bij je past.

Bronnen

  1. Hoge Raad 16 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:596geraadpleegd op 19 oktober 2026
  2. Gerechtshof Den Haag 24 november 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2102geraadpleegd op 19 oktober 2026
  3. Rechtbank Gelderland 24 oktober 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:6966geraadpleegd op 19 oktober 2026
  4. Hoge Raad 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1668geraadpleegd op 19 oktober 2026
  5. Gerechtshof Den Haag 19 december 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3544geraadpleegd op 19 oktober 2026
  6. Rechtbank Rotterdam 28 augustus 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:8157geraadpleegd op 19 oktober 2026
  7. Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:55geraadpleegd op 19 oktober 2026
  8. Hoge Raad 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1008geraadpleegd op 19 oktober 2026
  9. Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3126geraadpleegd op 19 oktober 2026
  10. Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998geraadpleegd op 19 oktober 2026
  11. Hoge Raad 21 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:747geraadpleegd op 19 oktober 2026
  12. Hoge Raad 22 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:404geraadpleegd op 19 oktober 2026
  13. Hoge Raad 16 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1532geraadpleegd op 19 oktober 2026
  14. Hoge Raad 13 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1871geraadpleegd op 19 oktober 2026
  15. Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8560geraadpleegd op 19 oktober 2026
  16. Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:484geraadpleegd op 19 oktober 2026
  17. Hoge Raad 8 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:203geraadpleegd op 19 oktober 2026
  18. Hoge Raad 17 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:894geraadpleegd op 19 oktober 2026
  19. Gerechtshof Den Haag 20 februari 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:251geraadpleegd op 19 oktober 2026
  20. Rechtbank Midden-Nederland 26 juni 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:3914geraadpleegd op 19 oktober 2026
  21. Rechtbank Rotterdam 15 juli 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6818geraadpleegd op 19 oktober 2026
  22. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 mei 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:2294geraadpleegd op 19 oktober 2026
  23. Gerechtshof Amsterdam 1 september 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2391geraadpleegd op 19 oktober 2026
  24. Rechtbank Arnhem 27 juni 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BD6311geraadpleegd op 19 oktober 2026
  25. Rechtbank Noord-Holland 5 januari 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:180geraadpleegd op 19 oktober 2026
  26. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:636geraadpleegd op 19 oktober 2026
  27. Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:874geraadpleegd op 19 oktober 2026
  28. Hoge Raad 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:336geraadpleegd op 19 oktober 2026
  29. Art. 6:94 BW
  30. Art. 6:162 BW
  31. Art. 7:625 BW
  32. Art. 7:628 BW
  33. Art. 7:640a BW
  34. Art. 7:641 BW
  35. Art. 7:642 BW
  36. Art. 7:650 BW
  37. Art. 7:651 BW
  38. Art. 7:653 BW
  39. Art. 7:655 BW
  40. Art. 7:661 BW
  41. Art. 7:672 BW
  42. Art. 7:673 BW
  43. Art. 7:677 BW
  44. Art. 7:678 BW
  45. Art. 7:680a BW
  46. Art. 7:681 BW
  47. Art. 7:686a BW
  48. Art. 21 Rv
  49. Art. 194 Rv
  50. Art. 195 Rv
  51. Art. 254 Rv
  52. Art. 700 Rv
  53. Art. 705 Rv
  54. Art. 706 Rv

Zie je een fout of is er iets veranderd? Mail lucas@minuut.eu, dan passen we het aan.

Past Minuut bij je praktijk?

Check in twee minuten hoeveel onderzoek Minuut je uit handen neemt

Beantwoord een paar korte vragen over je praktijk, en je ziet hoeveel uur juridisch onderzoek je per maand terugkrijgt. De eerste vraag staat al hieronder.

Welke omschrijving past het best bij je?

Je antwoord gaat mee, en je gaat verder bij vraag 2.