Een juridische memo schrijven: opbouw, voorbeeldstructuur en checklist
Inhoud
- Wat is een juridische memo?
- Zo bouw je een memo op: zeven onderdelen
- De IRAC-methode in de praktijk
- Zo verwijs je zodat de lezer elke bron terugvindt
- Tegenargumenten en onzekerheid eerlijk opschrijven
- Checklist voordat je de memo verstuurt
- Een memo schrijven met AI: het concept mag, de redenering is van jou
- Wat ik zou doen
- Veelgestelde vragen
Het korte antwoordZet het antwoord bovenaan, met de zekerheid erbij, want een memo die zekerder klinkt dan het recht vind ik gevaarlijker dan geen memo. Een juridische memo beantwoordt één concrete rechtsvraag voor een interne lezer, in zeven delen van vraagstelling tot vervolgstappen. Onderbouw elke stelling met een bron die de lezer kan controleren: instantie, datum, ECLI en rechtsoverweging.
Wie in een kort antwoord “staat vast” leest waar het recht “waarschijnlijk” zegt, beslist op een zekerheid die er niet is. Elk onderdeel hieronder volgt daarom dezelfde regel: het antwoord vooraan, met de zekerheid erbij.
Wat is een juridische memo?
Een memo is een intern stuk dat informeert in plaats van overtuigt. Je schrijft het voor een collega, patroon of bedrijfsjurist die moet beslissen of adviseren. Die lezer wil weten wat de vraag is, wat het recht zegt, hoe sterk het standpunt staat en wat nog openstaat.

Daarin verschilt een memo van een adviesbrief, die je voor de cliënt schrijft, en van een processtuk, dat partijdig is en de rechter wil overtuigen.
Een goede memo is eerlijk over de zwakke punten. Laat je die weg, dan lees je ze later alsnog in de conclusie van de wederpartij.
Zo bouw je een memo op: zeven onderdelen
Een gangbare memo heeft zeven onderdelen, met de vraag en het antwoord bovenaan. Een officiële norm bestaat niet.

1. Vraagstelling: één concrete rechtsvraag
Formuleer één concrete rechtsvraag, binnen de feiten van de casus. Bij IRAC is dit de Issue. Een veelgemaakte fout is een te brede vraag, zoals “Wat zijn de mogelijkheden van de cliënt?” Dan schiet de memo alle kanten op.
- Te breed: “Kan de cliënt iets doen tegen de schade door het paard?”
- Concreet: “Is de medebezitter van een paard op grond van art. 6:179 BW aansprakelijk tegenover de andere medebezitter die door het paard gewond is geraakt?”
In de concrete vraag staan de grondslag, de partijen en de kern van de feiten. Spelen er meer vragen, nummer dan je deelvragen en geef elk een eigen kort antwoord.
2. Kort antwoord: de conclusie bovenaan, met de zekerheid erbij
Zet het antwoord direct onder de vraag, in twee tot vier zinnen. Na deze alinea moet de lezer kunnen stoppen, en ik zou het antwoord nooit opschrijven zonder te zeggen hoe zeker het is.
Voor de fictieve casus hieronder zou het korte antwoord bijvoorbeeld zijn: “Waarschijnlijk niet. De Hoge Raad heeft in 2016 beslist dat art. 6:179 BW geen risicoaansprakelijkheid vestigt tegenover een medebezitter van het dier. Andere grondslagen vallen buiten deze memo.”
3. Feiten en aannames, netjes gescheiden
Beschrijf alleen de feiten die juridisch tellen, en zet aannames apart. De IRAC-handleiding van de Universiteit Utrecht waarschuwt: “Be careful not to make up any facts!” Ontbreekt een feit, zeg dan uitdrukkelijk wat je aanneemt (UU, IRAC method).
4. Juridisch kader: de wet en de rechtspraak die ertoe doet
Noem de wetsartikelen die van toepassing zijn en de belangrijkste rechtspraak. Kies uitspraken die zo dicht mogelijk bij je casus liggen, of in de woorden van de UU-handleiding: “select the case in which the facts or legal issue are closest or most relevant to your case.” Tien uitspraken opsommen zonder uit te leggen waarom ze ertoe doen, helpt de lezer niet verder.
5. Analyse, inclusief de tegenargumenten
Pas het kader toe op de feiten, en behandel ook de sterkste tegenargumenten en de onzekerheden. Bij IRAC is dit de Application of Analysis. Noem je alleen de argumenten die het gewenste antwoord steunen, dan krijgt de lezer een te rooskleurig beeld.
6. Conclusie, even zeker als de analyse
Vat het antwoord samen, even zeker als in het korte antwoord. Let erop dat de conclusie niet stelliger klinkt dan de analyse toelaat.
7. Vervolgstappen en openstaande punten
Noem welke feiten nog moeten worden uitgezocht, welke deelvragen buiten de memo vallen en welke termijnen lopen. Laat je de openstaande punten weg, dan denkt de lezer dat alles is onderzocht.
De IRAC-methode in de praktijk
IRAC ordent je analyse, maar schrijft geen vast format voor: de UU-handleiding benadrukt dat het “a framework only” is. De letters staan voor “Issue, Rule, Application / Analysis, Conclusion”.
Hieronder volgt een uitgewerkt voorbeeld. De casus is fictief. De rechtsregel en de uitspraak zijn echt en gecontroleerd op 19 oktober 2026.
Fictieve casus. Anna en Bram zijn samen eigenaar van een paard. Ze rijden er allebei op en delen de kosten; er is geen bedrijf. Tijdens het verzorgen trapt het paard Anna, die letsel oploopt. Anna wil Bram, en via hem zijn aansprakelijkheidsverzekeraar, aanspreken voor een deel van haar schade op grond van de risicoaansprakelijkheid voor dieren.
Issue. Is Bram als medebezitter van het paard op grond van art. 6:179 BW aansprakelijk tegenover Anna, die zelf ook medebezitter is?
Rule. Art. 6:179 BW: “De bezitter van een dier is aansprakelijk voor de door het dier aangerichte schade, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij de gedraging van het dier waardoor de schade werd toegebracht, in zijn macht zou hebben gehad.” Medebezitters zijn volgens art. 6:180 lid 1 BW hoofdelijk aansprakelijk. De Hoge Raad oordeelde in een prejudiciële beslissing dat “art. 6:179 BW geen risicoaansprakelijkheid vestigt jegens personen die de hoedanigheid van medebezitter van het dier hebben” (HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:162, r.o. 3.7).
Application. Anna en Bram zijn allebei bezitter van het paard. Volgens de Hoge Raad berust de aansprakelijkheid voor dieren vooral op het feit dat de bezitter tegenover anderen een risico in het leven roept. Een medebezitter is “mede verantwoordelijk […] voor het scheppen of handhaven van dat risico” (r.o. 3.6.1). Daarnaast is “steeds kenbaar dat een dier – als levend wezen – beschikt over onberekenbare eigen energie” (r.o. 3.6.2). De Hoge Raad zet dit uitdrukkelijk af tegen de aansprakelijkheid voor opstallen, waar medebezitters elkaar wel kunnen aanspreken (r.o. 3.4.1 tot en met 3.5.2, met verwijzing naar het Hangmatarrest). Op de feiten van deze casus is de regel uit r.o. 3.7 direct van toepassing. Een mogelijk tegenargument is dat Anna en Bram samen een bedrijf voeren en dat art. 6:181 BW geldt. Dat gaat hier niet op, want er is geen bedrijf. En ook dan zou het antwoord volgens r.o. 3.9 niet anders zijn.
Conclusie. Anna kan Bram waarschijnlijk niet aanspreken op grond van art. 6:179 BW, omdat die bepaling geen risicoaansprakelijkheid vestigt tegenover een medebezitter. Openstaand punt: of Anna Bram kan aanspreken op een andere grondslag, zoals onrechtmatige daad, valt buiten deze memo en vraagt eigen onderzoek naar de feiten.
Zo verwijs je zodat de lezer elke bron terugvindt
Een memo is pas bruikbaar als de lezer elke bron kan terugvinden. In Nederland is de Leidraad voor juridische auteurs de gangbare standaard. De handleiding van de Radboud Universiteit laat zien hoe dat eruitziet:
- Minimaal schrijf je:
HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:162, r.o. 3.5.2. - Uitgebreider, met vindplaats en annotator:
HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:162, NJ 2016/173, m.nt. T. Hartlief.Eventueel volgen daarna de partijnamen tussen haakjes. - De rechtsoverweging komt direct na het ECLI en vóór de vindplaats.
- Een ongepubliceerde uitspraak zonder ECLI vermeld je met het zaaknummer, bijvoorbeeld
Hof Amsterdam 8 december 1995, 95/345.
Het belangrijkste: open elk ECLI zelf voordat je het in een memo zet, en zoek de rechtsoverweging op die je citeert. Een ECLI kan bestaan en toch bij een andere uitspraak horen dan je denkt.

Hoe je een ECLI in vijf vragen controleert, lees je in Verzonnen jurisprudentie door AI: zo controleer je een ECLI.
Tegenargumenten en onzekerheid eerlijk opschrijven
Een memo die zekerder klinkt dan het recht, is gevaarlijker dan geen memo. Kies je woorden dus bewust:
| Zekerheid | Formulering | Wanneer |
|---|---|---|
| Hoog | “Op grond van [artikel] en [uitspraak] staat vast dat…” | Duidelijke wettekst of vaste rechtspraak van de hoogste rechter, op vergelijkbare feiten |
| Redelijk | “Het is waarschijnlijk dat…” / “Naar verwachting zal de rechter…” | Vaste lijn, maar de feiten wijken op punten af |
| Onzeker | “Het is onzeker of…, omdat…” | Verdeelde lagere rechtspraak, of de uitkomst hangt af van feiten die nog niet vaststaan |
| Open | “Hierover is geen gepubliceerde rechtspraak gevonden.” | Je hebt gezocht en niets gevonden; vermeld dan ook hoe je zocht |
Ik zou het sterkste tegenargument altijd in de analyse zetten, niet in een voetnoot. Leg uit waarom het je minder overtuigt, of geef toe dat het de conclusie onzeker maakt.
Vind je geen uitspraak die je stelling draagt, dan is ook dat een antwoord. Gepubliceerde rechtspraak is wel een selectie: niets vinden bewijst niet dat er niets is.
Checklist voordat je de memo verstuurt
Een memo is klaar als hij deze negen punten doorstaat.
- De vraag is concreet en staat bovenaan.
- Het korte antwoord staat direct onder de vraag, inclusief de mate van zekerheid.
- Feiten en aannames zijn gescheiden.
- Elk wetsartikel is gecontroleerd in de versie die gold op het relevante moment.
- Elke uitspraak is geopend: ze bestaat, is de goede, bevat het citaat letterlijk, draagt je stelling en geldt nog.
- Het sterkste tegenargument is behandeld.
- De conclusie is niet zekerder dan de analyse.
- Openstaande punten en vervolgstappen staan erin.
- Er staan geen vertrouwelijke gegevens in die niet nodig zijn.
Een memo schrijven met AI: het concept mag, de redenering is van jou
AI mag een concept van je memo schrijven, zoals een structuur of een samenvatting van uitspraken, maar de redenering moet van jou zijn, want jij moet elke stap kunnen uitleggen. De NOvA-aanbevelingen zeggen het voor advocaten zo: “Neem AI-output nooit ongecontroleerd over” en “Controleer citaten, jurisprudentie en feiten altijd handmatig vóór gebruik.” (NOvA)
Lees een AI-concept daarom met één vraag: klinkt het zekerder dan de bronnen dragen?
Wat ik zou doen
Mijn advies: zet het antwoord bovenaan, met de zekerheid erbij, en laat de conclusie nooit stelliger klinken dan de analyse.
Een memo over een vraag die je al kent, schrijf je zelf. Minuut helpt bij de vraag die eerst uitgezocht moet worden. Minuut is een team van AI-onderzoekers dat Nederlandse wetgeving, rechtspraak en EU-recht doorzoekt, elkaars werk tegenleest en elke bronverwijzing naast de oorspronkelijke tekst legt. Na een onderzoek van anderhalf uur of langer krijg je een memo met de rechtsvraag, het juridisch kader en de rechtspraak, de toepassing op jouw zaak, een advies en een conclusie met risico-inschatting. Elke bron of rechtsoverweging klik je met één klik na.
Ook die memo zegt hoe zeker het antwoord is, met de tegenargumenten erin. Het advies is onderbouwd, zoals een goede medewerker het geeft, en wat je ermee doet, beslis jij: de memo is een afgerond onderzoek dat jij uitwerkt tot je advies of processtuk. Hoe zo’n memo is opgebouwd, zie je in de voorbeeldmemo.
Ligt er een rechtsvraag op je bureau waar een memo over moet komen? Check of Minuut bij je past.
Veelgestelde vragen
Hoe lang is een juridische memo?
Zo kort als de vraag toelaat. Een eenvoudige vraag past vaak op één tot twee pagina’s; een complexe vraag heeft meer ruimte nodig.
Moet ik in een memo ook schrijven hoe ik heb gezocht?
Ja, zeker bij een vraag waarover weinig rechtspraak is. Vermeld kort in welke bronnen en met welke zoektermen je zocht, en op welke datum. Dan kan de lezer inschatten hoe volledig het beeld is. Tips voor een zoekstrategie staan in Jurisprudentie zoeken.
Moet ik de inhoudsindicatie van een uitspraak citeren?
Nee. De inhoudsindicatie is een korte samenvatting bovenaan de publicatie. Citeer de rechtsoverweging zelf, want daar staat wat de rechter precies heeft beslist.
Mag ik AI gebruiken om een memo te schrijven?
Ja, voor een concept, maar de redenering moet van jou zijn. Controleer elke bron en elk citaat zelf.
Bronnen
- Universiteit Utrecht (N. Dobson), IRAC method (17 augustus 2020, pdf)geraadpleegd op 19 oktober 2026
- Radboud Universiteit, Verwijzen volgens de Leidraad voor juridische auteurs 2025 (libguide)geraadpleegd op 19 oktober 2026
- HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:162geraadpleegd op 19 oktober 2026
- Art. 6:179 BWgeraadpleegd op 19 oktober 2026
- Art. 6:180 BWgeraadpleegd op 19 oktober 2026
- Art. 6:181 BWgeraadpleegd op 19 oktober 2026
- Rechtspraak, ECLIgeraadpleegd op 19 oktober 2026
- NOvA, Aanbevelingen AI in de advocatuurgeraadpleegd op 19 oktober 2026
Zie je een fout of is er iets veranderd? Mail lucas@minuut.eu, dan passen we het aan.
Past Minuut bij je praktijk?
Check in twee minuten hoeveel onderzoek Minuut je uit handen neemt
Beantwoord een paar korte vragen over je praktijk, en je ziet hoeveel uur juridisch onderzoek je per maand terugkrijgt. De eerste vraag staat al hieronder.
Welke omschrijving past het best bij je?
Je antwoord gaat mee, en je gaat verder bij vraag 2.
