Verzonnen jurisprudentie door AI: zo controleer je een ECLI

Geschreven door

Lucas HogendoornOprichter Minuut.eu

Een verzonnen ECLI is een controleprobleem, geen AI-probleem. Wat rechters en de tuchtrechter oordeelden, en de vijf vragen die je bij elke bron stelt.

Portret van Lucas Hogendoorn
Inhoud
  1. Wat is een spook-ECLI?
  2. Drie zaken waarin verkeerde ECLI’s in een processtuk stonden
  3. Wat een verkeerde bronverwijzing juridisch kan betekenen
  4. Wat de NOvA van je verwacht
  5. Zo controleer je een uitspraak in zes stappen
  6. Wat ik zou doen: maak de controle een vaste stap
  7. Hoe Minuut hiermee omgaat
  8. Veelgestelde vragen

Het korte antwoordEen verzonnen ECLI is volgens mij een controleprobleem, geen AI-probleem: dat een taalmodel uitspraken verzint, hoort bij de techniek, maar dat zo’n uitspraak in een processtuk belandt, is een fout in de werkwijze. Op 27 juli 2026 kreeg een advocaat daarvoor een berisping. Stel bij elke uitspraak die je aanhaalt vijf vragen: bestaat ze, is het de goede, staat het citaat er letterlijk in, draagt de overweging je stelling en geldt het oordeel nog? De gevaarlijkste fout is de bestaande uitspraak die iets anders zegt.

In februari 2026 lag er bij de kantonrechter in Eindhoven een conclusie van antwoord met acht ECLI’s. Zeven bestonden gewoon, en toch klopte er niet één. Mijn regel is daarom: controleer verder dan het nummer.

Wat is een spook-ECLI?

Een spook-ECLI is een verwijzing naar rechtspraak die overtuigend oogt maar niet klopt, en de gemeenste vorm bestaat gewoon.

In de eerste vorm bestaat het ECLI niet. Het nummer heeft de juiste opbouw, maar er hoort geen uitspraak bij.

In de tweede vorm bestaat het ECLI wel, maar hoort het bij iets anders. Het nummer leidt naar een echte uitspraak, alleen gaat die over een ander onderwerp, valt hij in een ander rechtsgebied of komt hij van een andere instantie dan in het stuk staat. Met alleen de vraag “bestaat dit nummer?” vang je die tweede vorm niet.

Dat dit kan, komt doordat een taalmodel geen databank is. Op de vraag “Is AI gewoon een zoekmachine?” antwoordt de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) in haar veelgestelde vragen: “Nee. Een LLM genereert tekst op basis van waarschijnlijkheid en kan onjuiste of verzonnen informatie geven.” Voor zo’n model is een ECLI ook maar tekst met een herkenbaar patroon, en dat patroon bootst het moeiteloos na, ook als er geen uitspraak achter zit.

Drie zaken waarin verkeerde ECLI’s in een processtuk stonden

In alle drie de zaken draaide het om de verwijzing die niet klopte, en was het hulpmiddel bijzaak.

Onjuiste jurisprudentie in Nederlandse processtukken

  1. Rb. RotterdamAlle verwijzingen naar HR-uitspraken in een conclusie van antwoord onjuistECLI:NL:RBROT:2025:10388
  2. Rb. Oost-Brabant (Eindhoven)Van 8 aangehaalde uitspraken bestond 1 niet; 7 gingen over iets andersECLI:NL:RBOBR:2026:909
  3. Raad van Discipline 's‑HertogenboschBerisping voor advocaat die AI-output niet had gecontroleerdECLI:NL:TADRSHE:2026:93
Rotterdam: het vonnis noemt geen AI. Bronnen: uitspraken.rechtspraak.nl en tuchtrecht.overheid.nl, geraadpleegd 19 oktober 2026.

Rechtbank Rotterdam, 27 augustus 2025

Het ging om een handelsnaamgeschil. Tijdens de mondelinge behandeling stelde de rechtbank vast “dat alle verwijzingen in de conclusie van antwoord naar uitspraken van de Hoge Raad onjuist zijn”. Geen van de aangehaalde arresten ging over handelsnaamrecht: “Sommige ECLI-nummers horen bij strafrechtelijke uitspraken, andere bestaan in het geheel niet.” De advocaat wees naar een probleem bij het omzetten van een Word-bestand naar pdf. De rechtbank reageerde kort: “Deze verklaring roept vragen op.” Toch liet ze die vragen rusten, net als de vraag of artikel 21 Rv was geschonden, omdat de partij per saldo geen voordeel had gehad van de onjuiste voorstelling van zaken (r.o. 5.16).

Het vonnis zegt zelf niets over AI. Het laat onjuiste ECLI-verwijzingen zien, geen vastgesteld AI-gebruik.

Kantonrechter Oost-Brabant, 12 februari 2026

Dit was een huurzaak, en de gemachtigde van de huurder diende een “akte rectificatie” in. Daarin stond dat er verwezen was naar “diverse rechterlijke uitspraken (ECLI-verwijzingen) die na controle niet traceerbaar bleken”, en dat die verwijzingen werden ingetrokken. De kantonrechter stelde vast dat van de acht aangehaalde uitspraken één ECLI niet bestond, en dat de andere zeven hoorden bij “heel andere uitspraken dan omschreven in de conclusie van antwoord (bijvoorbeeld een echtscheidingsbeschikking en een strafzaak)” (r.o. 4.3).

Hij had “de sterke indruk” dat (delen van) de conclusie door een AI-tool waren opgesteld en dat niemand de uitspraken had gecontroleerd. Klopt dat, dan is het volgens de kantonrechter “kwalijk. Dit schaadt namelijk de belangen van de cliënt en de andere procespartij kan daardoor op het verkeerde been worden gezet” (r.o. 4.5). Voorshands oordeelde hij dat artikel 21 Rv was geschonden. Alle verweren passeren vond hij wel “een te zware sanctie” voor de huurder zelf (r.o. 4.6).

Raad van Discipline ’s-Hertogenbosch, 27 juli 2026

Deze tuchtzaak sluit aan op dezelfde huurzaak: de beslissing citeert dezelfde akte rectificatie en verwijst naar het tussenvonnis van 12 februari 2026. De advocaat had een eigen praktijk en had in twee huurzaken conclusies van antwoord ingediend met verwijzingen naar niet-bestaande of verkeerde uitspraken.

Ze had rechtspraak uit AI-tools overgenomen, die ze “destijds beschouwde als een soort zoekmachines” (r.o. 5.3 en 5.4). Volgens de raad had ze de gegenereerde rechtspraak “klakkeloos overgenomen”, “zonder de verwijzingen op juistheid te controleren of de uitspraken ook maar te lezen” (r.o. 5.6). Onthoud vooral deze zin:

“De raad overweegt dat alle bij de gerechtelijke procedure betrokken partijen erop moeten kunnen vertrouwen dat door een advocaat in een processtuk genoemde rechtspraak daadwerkelijk bestaat en dat verwijzingen kloppen.” (r.o. 5.6)

De raad zag een schending van de kernwaarden deskundigheid en integriteit (art. 10a Advocatenwet) en van gedragsregel 8. Daarnaast noemt de beslissing tekortkomingen in de procesvoering die los staan van AI (r.o. 5.7 tot en met 5.10). Bij de keuze van de maatregel telde in haar voordeel mee dat ze niet eerder tuchtrechtelijk was veroordeeld, en dat in juli 2025 “AI-geletterdheid nog geen gemeengoed” was en de NOvA-aanbevelingen pas later kwamen (r.o. 6.2). Het werd een berisping.

Op die verzachtende omstandigheid zou ik niet meer rekenen. Het excuus dat je niet wist dat AI uitspraken verzint, is op.

Wat een verkeerde bronverwijzing juridisch kan betekenen

Een verkeerde bronverwijzing kan de procedure raken, en daarmee je cliënt. Beide rechters grijpen terug op artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:

“Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.” (art. 21 Rv)

Rotterdam liet open of het artikel was geschonden, Eindhoven vond voorshands van wel.

Ben je advocaat, dan heb je daarnaast met het tuchtrecht te maken. Gedragsregel 8 luidt: “De advocaat dient zich zowel in als buiten rechte te onthouden van het verstrekken van feitelijke informatie waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist is.” (NOvA, Gedragsregels advocatuur 2018)

Wat de NOvA van je verwacht

De NOvA vraagt precies deze controle, en ik lees haar aanbevelingen als de lat, niet als een rem. In december 2025 publiceerde ze haar Aanbevelingen AI in de advocatuur. Bij de kernwaarde deskundigheid staan twee aanbevelingen die precies over dit onderwerp gaan: “Controleer citaten, jurisprudentie en feiten altijd handmatig vóór gebruik.” En: “Gebruik uitsluitend tools met bronvermelding, zodat de output verifieerbaar is en overeenkomst met de oorspronkelijke bron.” Bij integriteit staat het nog korter: “Neem AI-output nooit ongecontroleerd over.”

De veelgestelde vragen van de NOvA zijn realistisch over wat een taalmodel kan: “Volledig voorkomen van hallucinaties is niet mogelijk.”

Bindend zijn de aanbevelingen niet, maar de tuchtzaak laat zien dat de normen eronder wel degelijk worden gehandhaafd. Het hele kader staat in Mag een advocaat AI gebruiken?.

Zo controleer je een uitspraak in zes stappen

De controle komt neer op vijf vragen: bestaat de uitspraak, is het de goede (instantie, datum, onderwerp), staat het citaat er letterlijk in, draagt de overweging je stelling en geldt het oordeel nog? De stappen hieronder beantwoorden ze in die volgorde, voor elke uitspraak die je aanhaalt, ook die van een collega.

1. Zoek het ECLI op: bestaat de uitspraak?

Ga naar uitspraken.rechtspraak.nl en open “Uitgebreid zoeken”. Daar zoek je gericht op ECLI of LJN, zaaknummer of vindplaats (Rechtspraak, Hulp bij zoeken). Bestaat het nummer, dan krijg je de uitspraak te zien met instantie, datum en zaaknummer.

Zoeken op ECLI in uitspraken.rechtspraak.nl: het nummer in de zoekbalk en Zoeken in op ECLI/LJN
Kies onder Uitgebreid zoeken bij Zoeken in voor ECLI/LJN en zet het nummer in de zoekbalk.

Werk je liever met data, dan geeft de Open Data-dienst van de Rechtspraak bij een bestaand gepubliceerd ECLI de uitspraak in xml terug, en bij een onbekend nummer een foutmelding (HTTP 404; gecontroleerd op 19 oktober 2026).

2. Kijk of het nummer klopt met de instantie en de datum

Stap 2 en 3 beantwoorden de tweede vraag: is het de goede uitspraak? Een ECLI ziet er altijd zo uit: ECLI:landcode:gerechtscode:jaar:nummer. Het jaar is het jaar van de uitspraak, niet het jaar waarin de zaak begon (Rechtspraak, ECLI). De gerechtscode moet passen bij de genoemde instantie: HR is de Hoge Raad, RBROT de Rechtbank Rotterdam, RBOBR de Rechtbank Oost-Brabant (volledige lijst gerechtscodes). Zie je een “arrest van de Hoge Raad” met een rechtbankcode, dan is er iets mis.

Opbouw van een ECLI: landcode, gerechtscode, jaar van de uitspraak en nummer, met voorbeelden van gerechtscodes
Gerechtscode en jaar moeten passen bij de instantie en de datum die in het stuk staan.

3. Leg de gegevens naast je stuk

Vergelijk instantie, datum, zaaknummer en rechtsgebied op de pagina van de uitspraak met wat er in het stuk staat. Een “Hoge Raad-arrest over handelsnaamrecht” dat een strafzaak blijkt te zijn: dat is precies wat er in Rotterdam gebeurde. Lees ook de inhoudsindicatie. Daaraan zie je snel of de uitspraak over het onderwerp gaat waarvoor je hem aanhaalt.

ECLI-pagina op rechtspraak.nl met instantie, datum, zaaknummer, rechtsgebied en inhoudsindicatie van de uitspraak
Op de pagina van de uitspraak leg je instantie, datum, zaaknummer en rechtsgebied naast je stuk.

4. Lees het citaat in de uitspraak zelf, en toets of het je stelling draagt

Open de volledige uitspraak, zoek de genoemde rechtsoverweging op en lees wat eromheen staat. Staat het citaat er letterlijk in, en draagt de overweging de stelling waarvoor je haar aanhaalt? Een citaat dat klopt, bewijst nog niet dat de overweging je stelling draagt. Met deze stap vang je de gevaarlijkste fout, en daarom zou ik een AI-samenvatting van een uitspraak nooit overnemen zonder de rechtsoverweging zelf te lezen.

5. Ga na of het oordeel nog geldt

Kijk of er hoger beroep of cassatie volgde en of latere rechtspraak anders oordeelt. Ook een echte uitspraak kan een zwakke onderbouwing zijn.

6. Niet gevonden? Zoek dan verder voordat je concludeert

Een uitspraak die je niet vindt, is nog niet per se verzonnen. Niet elke uitspraak komt op rechtspraak.nl; de Rechtspraak werkt met selectiecriteria. In 2025 publiceerde de Rechtspraak 71.300 uitspraken op rechtspraak.nl, terwijl de gerechten dat jaar 1,45 miljoen zaken afhandelden (Jaarverslag Rechtspraak 2025). Die getallen zijn niet een-op-een te vergelijken, maar rechtspraak.nl is dus geen compleet archief. Twijfel je, vraag dan naar de vindplaats (bijvoorbeeld een tijdschrift) of het zaaknummer. Tuchtrechtelijke uitspraken vind je op tuchtrecht.overheid.nl.

Wat ik zou doen: maak de controle een vaste stap

Ik zou de vijf vragen vastleggen als de laatste stap voordat een stuk de deur uit gaat, met een naam erbij van wie ze stelt. Elke uitspraak die in een processtuk komt, wordt door een mens geopend en gelezen. Dat is geen wantrouwen; je doet het ook bij het werk van een collega.

  • Zie AI-output als concept. Dat adviseert de NOvA ook: een AI-antwoord is het begin van je onderzoek, niet het eindproduct.
  • Houd per stuk een bronnenlijst bij. Noteer welke ECLI’s je hebt gecontroleerd en wanneer, zodat je later kunt laten zien waarop je stuk steunt.
  • Laat de tool geen gaten vullen. Vind je geen uitspraak die je stelling draagt, dan is dat ook een antwoord. Blijf niet doorvragen tot er toch een “uitspraak” opduikt.

Hoe Minuut hiermee omgaat

Voor de controle zelf heb je Minuut niet nodig, want daarvoor zijn rechtspraak.nl en de vijf vragen genoeg. De uitspraken vinden die je stelling echt dragen, is precies het werk dat Minuut overneemt.

Minuut is een team van AI-onderzoekers dat Nederlandse wetgeving, rechtspraak en EU-recht doorzoekt, elkaars werk tegenleest en elke bronverwijzing naast de oorspronkelijke tekst legt. Na een onderzoek van anderhalf uur of langer krijg je een memo met de rechtsvraag, het juridisch kader en de rechtspraak, de toepassing op jouw zaak, een advies en een conclusie met risico-inschatting. Elke bron die je overneemt, klik je met één klik na, zodat je meteen ziet op welke passage een stelling steunt. Hoe het onderzoek verder werkt, lees je op Zo werkt Minuut.

Wil je weten wat zo’n memo voor jouw dossiers kan betekenen? Check of Minuut bij je past.

Veelgestelde vragen

Waarom verzint AI uitspraken?

Omdat een taalmodel tekst voorspelt en niet in een databank met uitspraken zoekt. Zo kan het een ECLI opleveren dat echt lijkt maar niet bestaat, of een bestaand nummer aan de verkeerde inhoud koppelen.

Kan een advocaat tuchtrechtelijk worden gestraft voor verzonnen AI-jurisprudentie?

Ja, en dat is ook gebeurd. Op 27 juli 2026 legde de Raad van Discipline ’s-Hertogenbosch een berisping op aan een advocaat die door een AI-tool gegenereerde rechtspraak ongecontroleerd had overgenomen (ECLI:NL:TADRSHE:2026:93).

Hoe controleer ik snel of een ECLI bestaat?

Via Uitgebreid zoeken op uitspraken.rechtspraak.nl. Dat is pas de eerste van de vijf vragen; kijk daarna ook of instantie, datum en inhoud kloppen met je stuk.

Kun je hallucinaties helemaal voorkomen?

Nee, volgens de NOvA niet volledig. Je verkleint het risico wel flink met tools die hun bronnen laten zien en met een vaste controle door een mens.

Wat als ik een uitspraak niet kan vinden op rechtspraak.nl?

Dan is hij nog niet per se verzonnen, want niet alles wordt gepubliceerd. Vraag naar de vindplaats of het zaaknummer en zoek daarop. Kun je hem nergens verifiëren, gebruik hem dan niet.

Bronnen

  1. Rechtbank Rotterdam 27 augustus 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10388, r.o. 5.16geraadpleegd op 19 oktober 2026
  2. Rechtbank Oost-Brabant (ktr. Eindhoven) 12 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:909, r.o. 4.3 tot en met 4.6geraadpleegd op 19 oktober 2026
  3. Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 27 juli 2026, ECLI:NL:TADRSHE:2026:93geraadpleegd op 19 oktober 2026
  4. Art. 21 Rvgeraadpleegd op 19 oktober 2026
  5. Art. 10a Advocatenwetgeraadpleegd op 19 oktober 2026
  6. Gedragsregel 8 (Gedragsregels advocatuur 2018)geraadpleegd op 19 oktober 2026
  7. NOvA, Aanbevelingen AI in de advocatuurgeraadpleegd op 19 oktober 2026
  8. NOvA, Kernwaarden leidend in verantwoord gebruik AI (16 december 2025)geraadpleegd op 19 oktober 2026
  9. NOvA, AI in de advocatuur: basisbegrippen en veelgestelde vragen (pdf)geraadpleegd op 19 oktober 2026
  10. Rechtspraak, ECLI (en LJN)geraadpleegd op 19 oktober 2026
  11. Rechtspraak, volledige lijst Nederlandse gerechtscodesgeraadpleegd op 19 oktober 2026
  12. Rechtspraak, Hulp bij zoekengeraadpleegd op 19 oktober 2026
  13. Rechtspraak, Selectiecriteriageraadpleegd op 19 oktober 2026
  14. Rechtspraak, Open Datageraadpleegd op 19 oktober 2026
  15. Jaarverslag Rechtspraak 2025, Rechtspraak in cijfersgeraadpleegd op 19 oktober 2026

Zie je een fout of is er iets veranderd? Mail lucas@minuut.eu, dan passen we het aan.

Past Minuut bij je praktijk?

Check in twee minuten hoeveel onderzoek Minuut je uit handen neemt

Beantwoord een paar korte vragen over je praktijk, en je ziet hoeveel uur juridisch onderzoek je per maand terugkrijgt. De eerste vraag staat al hieronder.

Welke omschrijving past het best bij je?

Je antwoord gaat mee, en je gaat verder bij vraag 2.