ChatGPT-output als bewijs: wat doen rechters ermee?

Geschreven door

Lucas HogendoornOprichter Minuut.eu

Mag je ChatGPT-output als bewijs inbrengen? Het mag, maar ik zou de bron overleggen. Dertig uitspraken laten zien welke vragen rechters stellen.

Portret van Lucas Hogendoorn
Inhoud
  1. Mag je AI-output als bewijs inbrengen?
  2. Waarom de rechtbank Oost-Brabant een ChatGPT-productie negeerde
  3. Vijf vragen die rechters steeds stellen
  4. Wanneer telt AI-output wel mee?
  5. Is “dat is AI” genoeg om de output te betwisten?
  6. Wat als de rechter of de overheid zelf AI gebruikt?
  7. Zo breng je AI-ondersteund bewijs in dat meetelt
  8. Zo reageer je als de wederpartij AI-output overlegt
  9. Wat ik zou doen
  10. Hoe Minuut met bronnen omgaat
  11. Veelgestelde vragen

Het korte antwoordJe mag ChatGPT-output als bewijs inbrengen, maar ik zou het niet doen: laat AI de bron vinden, en leg de bron over. In dertig gepubliceerde uitspraken legde AI-output bijna nooit gewicht in de schaal, meestal omdat de vraagstelling, de bron of de invoer niet te controleren was. Waar ze wel meetelde, had de wederpartij haar niet of onvoldoende betwist, of diende ze als indicatie naast ander bewijs. En wie AI-output van de wederpartij wil bestrijden, komt er met “dat is AI” niet: betwist de inhoud.

Een cliënt komt met een uitdraai: “Ik heb het even aan ChatGPT gevraagd, en die zegt dat de schade € 12.000 is.” Of de wederpartij legt een productie over met een “analyse” die duidelijk door een chatbot is gemaakt. Rechters krijgen zulke stukken steeds vaker op hun bord, en hun uitspraken leiden tot één regel: laat AI de bron vinden, en leg de bron over. Verzonnen jurisprudentie in processtukken is een ander onderwerp; dat lees je in AI-fouten in processtukken: wat doen rechters en de tuchtrechter?.

Mag je AI-output als bewijs inbrengen?

Ja, het mag, maar daarmee is nog niets gezegd over wat het waard is. Art. 152 lid 1 Rv is ruim: “Bewijs kan worden geleverd door alle middelen, tenzij de wet anders bepaalt.” De deken zei het in een zaak bij het Hof van Discipline zo: “Het is juist dat AI-gegenereerde output op grond van artikel 152 Rv in beginsel als bewijs mag worden ingebracht” (ECLI:NL:TAHVD:2026:249, r.o. 3.10).

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad schreef in september 2026, in een strafzaak over de vordering van een benadeelde partij:

“In beginsel verzet geen rechtsregel zich ertegen dat een benadeelde partij bij de onderbouwing van haar vordering gebruik maakt van een ‘AI-tool’, zoals ChatGPT. Wel is het dan naar mijn oordeel van belang dat de berekening voldoende inzichtelijk en controleerbaar is voor de overige procespartijen en de rechter.”

Conclusie A-G 22 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:892, onder 2.13

Het probleem zit dus niet in de toelaatbaarheid, maar in de waarde. Art. 152 lid 2 Rv laat de waardering van het bewijs aan de rechter over. Geen van de dertig uitspraken noemt AI-output ontoelaatbaar, maar de meeste rechters gaven er weinig of geen waarde aan. Het hardst deed de rechtbank Den Haag dat in september 2026. Producties die met AI waren opgesteld, liet ze “in hun geheel buiten beschouwing”, “omdat de oorsprong van de informatie onduidelijk is en de redeneringen en conclusies in de betreffende producties niet te controleren zijn” (ECLI:NL:RBDHA:2026:25027, r.o. 5.2).

Waarom de rechtbank Oost-Brabant een ChatGPT-productie negeerde

De rechtbank Oost-Brabant negeerde in april 2026 een ChatGPT-productie omdat de advocaat niet kon laten zien hoe het antwoord tot stand kwam. De advocaat had als productie een document overgelegd “dat is opgesteld door ChatGPT” (r.o. 3.4). Daarin werd beoordeeld of een businessplan voldeed aan de offerte. Ter zitting stelde de rechtbank er een reeks vragen over (ECLI:NL:RBOBR:2026:2232, r.o. 4.7).

De uitspraak ECLI:NL:RBOBR:2026:2232 op rechtspraak.nl, met in de inhoudsindicatie het gebruik van ChatGPT
Lees de uitspraak zelf op uitspraken.rechtspraak.nl. De vragen van de rechtbank staan in r.o. 4.7.

Eerst wilde de rechtbank weten welke prompt de advocaat had gebruikt. “De advocaat heeft aangegeven dat hij niet meer beschikt over het exact gegeven prompt.” Daarna vroeg ze welke temperatuur hij had ingesteld. Die instelling is volgens de rechtbank “mede bepalend voor hoe feitelijk, consistent en nauwkeurig de antwoorden zijn”. Ook daar bleef het antwoord uit: “De advocaat heeft aangegeven dat hij geen temperatuur heeft opgegeven en de vraag niet te begrijpen.”

Ook keek de rechtbank naar wat er in ChatGPT was ingevoerd. Dat bleek een concept van het businessplan zonder bijlagen te zijn, “terwijl de definitieve versie van 21 mei 2024 niet is gebruikt. Dit heeft gevolgen voor het antwoord van ChatGPT.”

De rechtbank trok daar een duidelijke conclusie uit: “Bij deze stand van zaken zal de rechtbank geen acht slaan op productie 3 bij antwoord en hetgeen de advocaat hierover naar voren heeft gebracht.” Daarmee viel het verweer om, “omdat er zonder de inhoud van het antwoord van ChatGPT vrijwel niets overblijft”.

Het hielp niet dat de cliënt volgens de advocaat de bronnen in de analyse had gecontroleerd (r.o. 4.6). Volgens mij zit daar de les: wie de bronnen heeft, legt de bronnen over en niet het ChatGPT-antwoord.

Vijf vragen die rechters steeds stellen

Rechters stellen bij AI-output steeds dezelfde vijf vragen, en wie ze niet kan beantwoorden, ziet de output weinig of geen gewicht krijgen.

Vijf vragen die rechters stellen bij ChatGPT-output als bewijs, en wanneer AI-output wel meetelde
Kun je op deze vijf vragen geen antwoord geven, dan gaat de rechter er meestal aan voorbij.

Wat heb je ChatGPT precies gevraagd?

Zonder de vraagstelling kan de rechter het antwoord niet plaatsen. Dat punt komt in het bestuursrecht en daarbuiten steeds terug:

  • Het Hof Den Haag: “De aan ChatGPT ontleende stellingen van belanghebbende doen aan dit oordeel niet af, reeds omdat niet duidelijk is wat de vraagstelling is geweest die in ChatGPT is ingevoerd” (ECLI:NL:GHDHA:2024:711, r.o. 5.5).
  • Een gemachtigde verwees ter zitting naar ChatGPT. De rechtbank vond dat onvoldoende, “In de eerste plaats omdat eiser de vraagstelling en het antwoord niet heeft overgelegd” (ECLI:NL:RBDHA:2024:18167, r.o. 10.1).
  • De Afdeling bestuursrechtspraak in juni 2026: “Hij heeft daarbij niet de vraagstelling overgelegd en geen nadere bronvermelding gegeven voor het door ChatGPT gegeven antwoord. De Afdeling gaat daarom aan dit betoog voorbij” (ECLI:NL:RVS:2026:3476, r.o. 6.2). Ook in 2025 stelde de Afdeling vast dat de vraagstelling en een bronvermelding ontbraken. Ze passeerde de ChatGPT-informatie toen omdat er geen tegenrapport van een deskundige lag (ECLI:NL:RVS:2025:335, r.o. 9.2 en 9.3).
  • In een kort geding ging het om een AI-bijlage “waarvan de gebruikte prompt overigens niet is weergegeven, zodat niet valt te achterhalen op welke vraag dit precies een antwoord is” (ECLI:NL:RBNHO:2025:875, r.o. 4.4).

Waar komt de informatie vandaan?

Een antwoord zonder bron is niet te controleren. Het Hof Amsterdam kende “geen betekenis toe aan de resultaten van raadpleging van ChatGPT, reeds omdat niet controleerbaar is wat de bron is van de door ChatGPT gegeven informatie” (ECLI:NL:GHAMS:2025:2647, r.o. 4.29). Andere rechters zagen hetzelfde:

  • Bij een ChatGPT-overzicht van alternatieve vluchten voerde de luchtvaartmaatschappij volgens de kantonrechter terecht aan “dat de gegevens waarop ‘Chatgpt’ zich heeft gebaseerd niet te verifiëren zijn” (ECLI:NL:RBDHA:2026:9684, r.o. 4.5).
  • Over een billijke vergoeding van € 50.000, het bedrag dat “door ChatGPT wordt genoemd”, oordeelde de kantonrechter: “Dat is echter geen deugdelijke onderbouwing, al was het maar omdat niet duidelijk is op basis van welke feiten en argumenten ChatGPT tot dit bedrag is gekomen” (ECLI:NL:RBMNE:2026:826, r.o. 3.26). Toegekend werd € 5.000.
  • Het Hof van Discipline: “Van belang is dat de feitelijke data waarop de AI-analyses gebaseerd niet zijn overgelegd” (TAHVD:2026:249, r.o. 4.6).

Welke stukken heb je ingevoerd?

Het antwoord is zo goed als wat je erin stopt. Dat was de kern in Oost-Brabant. De kantonrechter in Zeeland-West-Brabant zag hetzelfde bij een AI-analyse van een vakartikel. Uit de stukken bleek dat de partij “kennelijk een bewerking heeft gemaakt op een selectie van een artikel in een vakblad en die bewerking vervolgens heeft laten analyseren via AI. Zowel de bewerking als de selectie kan niet gecontroleerd worden” (ECLI:NL:RBZWB:2024:9051, r.o. 2.5). En bij een ChatGPT-berekening van de snelheid van een brommer waren de ingevoerde gegevens “gebaseerd op aannames”, die “niet met objectieve gegevens of stukken gestaafd” waren (ECLI:NL:RBZWB:2025:6499, r.o. 9.3).

Gaat het antwoord over deze zaak?

Algemene informatie bewijst niets over het concrete geval. Een AI-bijlage liet zien dat persoonlijke aanwezigheid in een bankfiliaal “meestal vereist” is, maar de voorzieningenrechter merkte op: “Dat dat in dít geval ook zo is, staat daarmee niet vast” (RBNHO:2025:875, r.o. 4.4). De rechtbank Den Haag passeerde in september 2026 een AI-analyse van 548 documenten, omdat er “geen koppeling gemaakt” was “tussen de specifieke stellingen van [eisers] c.s. over bepaalde werkzaamheden en de conclusie van de analyse” (ECLI:NL:RBDHA:2026:27649, r.o. 4.28).

In de zaak bij de advocaat-generaal ging de ChatGPT-voorbeeldberekening zelfs niet over een van de gestolen sieraden waar de vordering om draaide (PHR:2026:892, onder 2.15).

Kan AI-output een deskundige vervangen?

Nee. Waar de rechter normaal een deskundige verwacht, neemt AI-output die plaats niet in:

  • Tegen een verzekeringsarts moet je “in beginsel een rapportage van een medicus inbrengen”, niet “algemene informatie van websites en een tekst van ChatGPT” (ECLI:NL:RBMNE:2025:3133, r.o. 4.9.3).
  • Een verkoper had zijn verweer moeten onderbouwen met “een schriftelijke verklaring van een ter zake deskundige”. Het antwoord van een AI-tool was “onvoldoende” (ECLI:NL:RBMNE:2026:450, r.o. 3.6).
  • Een tegenadvies dat de verzoeker “vermoedelijk met behulp van artificiële intelligentie” zelf had opgesteld, “kan om die reden al niet worden aangemerkt als een deskundig tegenadvies” (ECLI:NL:RBAMS:2026:8602, r.o. 11).
  • Aan een eigen geurberekening hechtte de rechtbank geen waarde, “aangezien ChatGPT geen goedgekeurd rekenmodel bij geurbelasting is” (ECLI:NL:RBDHA:2026:4795, r.o. 8.7).
  • Een Pools rapport dat met ChatGPT was vertaald, kon de rechtbank niet controleren. Er was geen officiële vertaling, “noch een vertaling van het originele rapport naar het Nederlands door een beëdigd vertaler” (ECLI:NL:RBAMS:2025:326).

Wanneer telt AI-output wel mee?

AI-output telde vooral mee als de andere kant haar niet of onvoldoende betwistte, en een enkele keer als indicatie naast ander bewijs.

Als de wederpartij de output niet betwist

In twee strafzaken van de rechtbank Amsterdam onderbouwde een benadeelde partij de restwaarde van een telefoon met een AI-overzicht. “Nu het door de benadeelde partij gegenereerde AI-overzicht door de verdediging echter niet is betwist, zal de rechtbank de restwaarde van de telefoon begroten op het door de benadeelde partij gevorderde bedrag van € 385” (ECLI:NL:RBAMS:2026:9995, r.o. 8.1.3). Dat volgt de regel die de Hoge Raad voor de benadeelde partij hanteert: wordt de vordering niet (gemotiveerd) betwist, dan gaat de rechter uit van de juistheid van de feiten “(vgl. art. 149 Rv)” (ECLI:NL:HR:2019:793, r.o. 2.8.3). In een civiele zaak geldt art. 149 lid 1 Rv rechtstreeks: wat niet of niet voldoende is betwist, moet de rechter als vaststaand beschouwen.

Als indicatie naast ander bewijs

De rechtbank Noord-Holland woog een ChatGPT-prijsanalyse van een auto mee, samen met een taxatie, als bron “waaruit weliswaar geen nauwkeurige waarde blijkt, maar wel een indicatie”. De wederpartij voerde aan dat er kanttekeningen bij een waardering met AI te plaatsen waren. Dat nam volgens de rechtbank “niet weg dat een substantieel verschil blijkt” (ECLI:NL:RBNHO:2025:10657, r.o. 5.15).

Als de wederpartij de output gemotiveerd betwist

Dan moet de rechter uitleggen waarom hij de output toch volgt. Daarop liep het hof volgens de advocaat-generaal vast. De verdediging had aangevoerd dat geen deskundige betrokken was “en ChatGPT geen betrouwbare bron is, nu een dergelijk systeem ook fouten kan maken” (PHR:2026:892, onder 2.11). Het hof volgde de ChatGPT-cijfers toch, terwijl de berekening “daarvoor geen enkele bron noemt”. De A-G vindt de toewijzing daarom “onvoldoende met redenen” omkleed (onder 2.15). Over “het gebruik van ChatGPT in processtukken” heeft de strafkamer van de Hoge Raad zich volgens de A-G, “voor zover ik kan overzien”, “niet eerder uitgelaten” (onder 2.6).

Ook buiten het strafrecht houdt AI-output geen stand tegenover een gemotiveerde betwisting. Een foto met kosten “bepaald aan de hand van een zoekvraag in ChatGPT” was, “tegenover de gemotiveerde betwisting van de Inspecteur, niet voldoende” om de schade aannemelijk te maken (ECLI:NL:GHDHA:2026:2875, r.o. 5.4.2). En een koopprijs die alleen met ChatGPT was bepaald, is “in het algemeen al geen deugdelijke onderbouwing” (ECLI:NL:RBROT:2025:9914, r.o. 5.24).

Is “dat is AI” genoeg om de output te betwisten?

Nee, “dat is AI” is geen betwisting: wie alleen op de herkomst wijst, betwist de inhoud nog niet. In een beslagzaak bij de rechtbank Den Haag had de curator een box 3-vermogen met AI berekend. De wederpartij “heeft die stelling betwist, omdat de berekening met behulp van AI is opgesteld. Hij heeft echter niet gemotiveerd op welk vermogen zijn Box 3-belasting dan wel is berekend” (ECLI:NL:RBDHA:2026:20788, r.o. 4.20). Het beslag bleef.

In de zaak over het vakartikel in Zeeland-West-Brabant werkte het wel. Daar zei de wederpartij niet alleen dát het AI was, maar ook waarom dat ertoe deed: “ieder wenselijk resultaat kan worden behaald via AI afhankelijk van de ingegeven input” (RBZWB:2024:9051, r.o. 2.3). Ook legde ze tegenbewijs over het product zelf over: een verklaring van haar leverancier. De kantonrechter was het met haar eens “dat aan de analyse weinig waarde kan worden gehecht”, omdat de analyse niet op expertise berustte en de bewerking en selectie van de ingevoerde tekst niet te controleren waren (r.o. 2.5).

Het verschil zit dus niet in het woord AI, maar in wat je ertegenover zet. Dat is dezelfde lijn als bij verzonnen jurisprudentie: of een fout uit een chatbot komt, maakt de rechter niet uit, en mij ook niet. Gaat het om een processtuk vol verzonnen verwijzingen, lees dan Mag je zeggen dat het processtuk van de wederpartij door AI is geschreven?.

Wat als de rechter of de overheid zelf AI gebruikt?

Dan gelden dezelfde vragen, met één extra: of je op de AI-informatie hebt kunnen reageren.

Als de rechter zelf ChatGPT raadpleegt

In juni 2024 schatte een kantonrechter in Gelderland de levensduur van zonnepanelen zelf in, “mede met behulp van ChatGPT” (ECLI:NL:RBGEL:2024:3636, r.o. 5.7). Uit het vonnis blijkt niet dat partijen op de ChatGPT-gegevens konden reageren.

Wel oordeelde de Hoge Raad in 2011 over een hof dat zelf gegevens op internet had gevonden en die aan zijn beslissing ten grondslag legde, zonder de betrokkene de kans te geven daarop te reageren. Dat was “in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor” (ECLI:NL:HR:2011:BR1654, r.o. 3.5). Gebruikt een rechter AI voor feiten waarover jij niets hebt kunnen zeggen, dan is dat arrest je aanknopingspunt.

Binnen de Rechtspraak zelf is het gebruik van “openbare generatieve AI-toepassingen zoals ChatGPT” niet toegestaan. Dat staat in een intranetbericht van 9 juli 2025, dat de Raad voor de rechtspraak openbaar maakte bij een Woo-besluit van 18 december 2025.

Als een bestuursorgaan op AI steunt

Bestuursorganen krijgen dezelfde maatstaf als burgers. Een arbeidsdeskundige van het UWV steunde op AI voor een opleidingsniveau. De rechtbank: “De kennelijk door AI gegenereerde informatie kan niet worden gevolgd, nu niet bekend is op welke gevalideerde informatiebron deze is gebaseerd” (ECLI:NL:RBROT:2025:11087, r.o. 7). En een gemeente die een parkeernorm op een AI-tool baseerde, kreeg te horen: “De rechtbank kan niet volgen waarom een AI-tool in dit geval zou volstaan voor het maken van een berekening naar de parkeerbehoefte” (ECLI:NL:RBGEL:2026:1845, r.o. 6.4). Zie je in een besluit of rapport AI-output zonder bron, dan heb je een beroepsgrond.

Zo breng je AI-ondersteund bewijs in dat meetelt

Bewijs dat meetelt, breng je in door AI de bron te laten vinden en daarna de bron zelf over te leggen. Ik zou een chatbotantwoord nooit als productie overleggen, want wat niet te controleren is, telt niet. Doe je het toch, leg dan de vraagstelling, de invoer en de bron erbij, en let op het volgende.

Een advocaat stopt een taxatie, prijslijst en foto in de productiemap en legt de chatbotuitdraai opzij: de bron overleggen
Gebruik AI om de bron te vinden, en leg daarna de bron zelf over.
  1. Leg de onderliggende bron over, niet alleen het antwoord. Denk aan de advertenties, de taxatie, de prijslijst of het rapport. De NOvA raadt advocaten aan: “Gebruik uitsluitend tools met bronvermelding, zodat de output verifieerbaar is en overeenkomst met de oorspronkelijke bron.”
  2. Bewaar de volledige vraagstelling en het hele antwoord, en leg ze over. Ontbreekt de prompt, dan ontbreekt volgens de Afdeling, het Hof Den Haag en verschillende rechtbanken de basis.
  3. Leg vast wat je hebt ingevoerd. Noteer welke stukken je hebt gebruikt, in welke versie en met of zonder bijlagen, en gebruik de definitieve versies. In Oost-Brabant ging het juist daarop mis.
  4. Koppel de output aan de stellingen die in geschil zijn. Algemene informatie bewijst niets over dít geval.
  5. Laat cijfers steunen op objectieve gegevens. Aannames worden niet beter doordat je ze in een chatbot invoert.
  6. Schakel een deskundige of beëdigd vertaler in waar de rechter die verwacht.
  7. Breng het op tijd in. Cijfers “met hulp van AI” die pas op de zitting kwamen, waren “tardief” (ECLI:NL:RBAMS:2025:3935, r.o. 4.10).

Zo reageer je als de wederpartij AI-output overlegt

Reageer op de inhoud en op wat ontbreekt, niet op het label.

  1. Vraag naar de vraagstelling, de input en de bron. Ontbreken die, wijs daar dan op. Je kunt de rechter ook vragen de wederpartij die gegevens te laten overleggen. In een civiele zaak geeft art. 22 lid 1 Rv de rechter die bevoegdheid: hij kan partijen bevelen “bepaalde stellingen toe te lichten of bepaalde, op de zaak betrekking hebbende gegevens over te leggen”.
  2. Betwist de inhoud, niet alleen de herkomst. Zeg wat er niet klopt en waarom. Alleen “dat is AI” was in Den Haag niet genoeg.
  3. Leg tegenbewijs over. Denk aan een verklaring van de leverancier, een e-mail van het installatiebedrijf of een taxatie. Het Hof ’s-Hertogenbosch vond een opbrengstberekening van ChatGPT “onvoldoende gezien de inhoud van het e-mailbericht van het installatiebedrijf” (ECLI:NL:GHSHE:2026:232, r.o. 6.5.10).
  4. Lees de output zelf goed. Soms ondersteunt die juist jouw standpunt. Een ChatGPT-analyse van kantoorleegstand “bevestigt juist dat de leegstand van kantoren laag is in die periode”, oordeelde de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2026:5931, r.o. 9.5).
  5. Wijs op het ontbreken van een deskundige. Waar het om expertise gaat, is AI-output geen deskundigenbericht.

Wat ik zou doen

Mijn advies past in één regel: laat AI de bron vinden, en leg de bron over. Gebruik een chatbot gerust om een taxatie, prijslijst of uitspraak op het spoor te komen, en zet daarna dat stuk zelf in je productiemap. Overlegt de wederpartij AI-output, betwist dan de inhoud en niet het label.

Hoe Minuut met bronnen omgaat

Om één prijs, rapport of uitspraak te vinden heb je Minuut niet nodig. Het verschil ontstaat bij een rechtsvraag die je wilt laten uitzoeken. Minuut is een team van AI-onderzoekers dat Nederlandse wetgeving, rechtspraak en EU-recht doorzoekt, elkaars werk tegenleest en elke bronverwijzing naast de oorspronkelijke tekst legt. Na een onderzoek van anderhalf uur of langer krijg je een memo met de rechtsvraag, het juridisch kader en de rechtspraak, de toepassing op jouw zaak, een advies en een conclusie met risico-inschatting. Elke bron of rechtsoverweging klik je met één klik na. Wat je de rechter voorlegt, is dan geen AI-antwoord, maar de uitspraak of het wetsartikel zelf.

Wil je onderzoek dat je bron voor bron kunt laten zien? Check of Minuut bij je past.

Veelgestelde vragen

Mag ik ChatGPT-output als bewijs inbrengen?

Ja, maar ik zou het niet doen. Bewijs kan worden geleverd “door alle middelen” (art. 152 lid 1 Rv), maar zonder vraagstelling, bron en controleerbare input vindt de rechter het meestal weinig of niets waard. Leg liever de bron zelf over.

Moet ik de prompt overleggen?

Ja, als je AI-output overlegt. Er is geen regel die het voorschrijft, maar zonder prompt gaan rechters er doorgaans aan voorbij. De Afdeling bestuursrechtspraak, het Hof Den Haag en verschillende rechtbanken noemden het ontbreken van de vraagstelling als reden om AI-output niet te volgen.

Wanneer telt AI-output wel mee?

Zelden: als de wederpartij haar niet betwist, zoals bij de restwaarde van een telefoon in ECLI:NL:RBAMS:2026:9995. Of als indicatie naast ander bewijs, zoals een prijsanalyse naast een taxatie in ECLI:NL:RBNHO:2025:10657.

Kan ik AI-output van de wederpartij afdoen met “dat is door AI gemaakt”?

Nee, niet alleen daarmee. In ECLI:NL:RBDHA:2026:20788 was dat geen voldoende betwisting. Vraag naar de vraagstelling, de input en de bron, betwist de inhoud en leg tegenbewijs over.

Vervangt een AI-analyse een deskundigenrapport?

Nee. Rechters wezen AI-output af als vervanging van een medisch rapport, een deskundig tegenadvies, een goedgekeurd rekenmodel en een beëdigde vertaling.

Mag een rechter zelf ChatGPT gebruiken?

Nee, binnen de Rechtspraak is het gebruik van openbare generatieve AI zoals ChatGPT niet toegestaan (intranetbericht van 9 juli 2025). Gebruikt een rechter toch zelf gevonden informatie waarover je niet hebt kunnen reageren, dan kun je je beroepen op hoor en wederhoor (ECLI:NL:HR:2011:BR1654).

Bronnen

  1. Rechtbank Oost-Brabant 8 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2232, r.o. 3.4, 4.6 en 4.7geraadpleegd op 21 oktober 2026
  2. Conclusie A-G 22 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:892, onder 2.6, 2.11, 2.13 en 2.15geraadpleegd op 21 oktober 2026
  3. Rechtbank Den Haag 2 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:25027, r.o. 5.2geraadpleegd op 21 oktober 2026
  4. ABRvS 17 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3476, r.o. 6.2geraadpleegd op 21 oktober 2026
  5. ABRvS 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:335, r.o. 9.2 en 9.3geraadpleegd op 21 oktober 2026
  6. Hof Den Haag 5 maart 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:711, r.o. 5.5geraadpleegd op 21 oktober 2026
  7. Rechtbank Den Haag 6 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:18167, r.o. 10.1geraadpleegd op 21 oktober 2026
  8. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6499, r.o. 9.3geraadpleegd op 21 oktober 2026
  9. Voorzieningenrechter Rechtbank Noord-Holland 5 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:875, r.o. 4.4geraadpleegd op 21 oktober 2026
  10. Hof Amsterdam 7 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2647, r.o. 4.29geraadpleegd op 21 oktober 2026
  11. Rechtbank Amsterdam 11 juni 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3935, r.o. 4.10 en 4.11geraadpleegd op 21 oktober 2026
  12. Kantonrechter Rechtbank Den Haag 21 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9684, r.o. 4.5geraadpleegd op 21 oktober 2026
  13. Kantonrechter Rechtbank Midden-Nederland 24 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:826, r.o. 3.26geraadpleegd op 21 oktober 2026
  14. Kantonrechter Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 november 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:9051, r.o. 2.3 en 2.5geraadpleegd op 21 oktober 2026
  15. Hof van Discipline 3 augustus 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:249, r.o. 3.10 en 4.6geraadpleegd op 21 oktober 2026
  16. Rechtbank Midden-Nederland 12 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3133, r.o. 4.9.3geraadpleegd op 21 oktober 2026
  17. Kantonrechter Rechtbank Midden-Nederland 21 januari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:450, r.o. 3.6geraadpleegd op 21 oktober 2026
  18. Voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam 31 augustus 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8602, r.o. 11geraadpleegd op 21 oktober 2026
  19. Rechtbank Den Haag 10 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4795, r.o. 8.7geraadpleegd op 21 oktober 2026
  20. Rechtbank Amsterdam 16 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:326, onder 'Artikel 11 OLW'geraadpleegd op 21 oktober 2026
  21. Hof 's-Hertogenbosch 3 februari 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:232, r.o. 6.5.10geraadpleegd op 21 oktober 2026
  22. Rechtbank Den Haag 16 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27649, r.o. 4.28geraadpleegd op 21 oktober 2026
  23. Rechtbank Rotterdam 9 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9914, r.o. 5.24geraadpleegd op 21 oktober 2026
  24. Hof Den Haag 24 juni 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2875, r.o. 5.4.2geraadpleegd op 21 oktober 2026
  25. ABRvS 7 oktober 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5931, r.o. 9.5geraadpleegd op 21 oktober 2026
  26. Rechtbank Amsterdam 8 oktober 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9995, r.o. 8.1.3geraadpleegd op 21 oktober 2026
  27. Rechtbank Noord-Holland 17 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:10657, r.o. 5.15geraadpleegd op 21 oktober 2026
  28. Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 29 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:20788, r.o. 4.20geraadpleegd op 21 oktober 2026
  29. Rechtbank Rotterdam 23 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:11087, r.o. 7geraadpleegd op 21 oktober 2026
  30. Rechtbank Gelderland 18 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1845, r.o. 6.4geraadpleegd op 21 oktober 2026
  31. Kantonrechter Rechtbank Gelderland 7 juni 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:3636, r.o. 3.1 en 5.7geraadpleegd op 21 oktober 2026
  32. Hoge Raad 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR1654, r.o. 3.5geraadpleegd op 21 oktober 2026
  33. Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, r.o. 2.8.3geraadpleegd op 21 oktober 2026
  34. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, art. 22, 149 en 152geraadpleegd op 21 oktober 2026
  35. Raad voor de rechtspraak, Woo-besluit gebruik AI van 18 december 2025, bijlagen 1 tot en met 12geraadpleegd op 21 oktober 2026
  36. NOvA, Aanbevelingen AI in de advocatuurgeraadpleegd op 21 oktober 2026

Zie je een fout of is er iets veranderd? Mail lucas@minuut.eu, dan passen we het aan.

Past Minuut bij je praktijk?

Check in twee minuten hoeveel onderzoek Minuut je uit handen neemt

Beantwoord een paar korte vragen over je praktijk, en je ziet hoeveel uur juridisch onderzoek je per maand terugkrijgt. De eerste vraag staat al hieronder.

Welke omschrijving past het best bij je?

Je antwoord gaat mee, en je gaat verder bij vraag 2.