AI-fouten in processtukken: wat doen rechters en de tuchtrechter?
Inhoud
- Welke AI-fouten komen rechters tegen in processtukken?
- Welke sancties volgen er op AI-fouten in een processtuk?
- Kan een advocaat een tuchtmaatregel krijgen voor AI-fouten?
- Maakt het uit of je AI hebt gebruikt?
- Wat doe je als je een AI-fout in je eigen processtuk ontdekt?
- Wat als de wederpartij AI-fouten maakt?
- Wat ik zou doen: behandel elke verwijzing alsof de wederpartij hem natrekt
- Hoe Minuut met bronnen omgaat
- Veelgestelde vragen
Het korte antwoordDe rechter vraagt niet of je AI gebruikte, maar of je verwijzing klopt, en het excuus dat je niet wist dat AI uitspraken verzint, is volgens mij op. Meestal kost een AI-fout je je argument, omdat de rechter de verwijzing passeert of het stuk buiten beschouwing laat. In twee uitspraken kostte het ook geld, namelijk een halve punt extra (€ 2.315,50) en de volledige proceskosten, en op 27 juli 2026 kreeg een advocaat een berisping. Hoe de fout in het stuk kwam, vond de rechtbank Amsterdam “niet beslissend”.
Tot 21 oktober 2026 zijn op rechtspraak.nl ruim twintig uitspraken verschenen waarin een rechter verzonnen, verkeerde of onnavolgbare passages bespreekt die vermoedelijk of erkend uit een AI-tool kwamen. Daarnaast is er één tuchtbeslissing waarin een advocaat een maatregel kreeg voor AI-fouten. Naast elkaar gelegd laten ze één ding zien: wie het stuk indient, staat in voor elke verwijzing, en hoe de fout erin kwam, maakt de rechter niet uit. Mij ook niet.
Welke AI-fouten komen rechters tegen in processtukken?
Het gaat om meer dan verzonnen ECLI’s, en de meeste fouten vind je niet door alleen even op het nummer te zoeken. In de uitspraken zie je zes soorten terug.
Een uitspraak die niet bestaat
Dit is het bekende geval. In een huurzaak haalde een advocaat acht uitspraken aan, en één van die ECLI’s bestond niet (ECLI:NL:RBOBR:2026:909, r.o. 4.3).
Een bestaand ECLI dat bij een andere zaak hoort
In diezelfde huurzaak hoorden de zeven andere ECLI’s bij “heel andere uitspraken dan omschreven in de conclusie van antwoord (bijvoorbeeld een echtscheidingsbeschikking en een strafzaak)”. Een rechtbank in Overijssel trof in een dagvaarding “vaste rechtspraak” aan die een bestuursrechtelijke zaak bleek “over een omgevingsvergunning van een paardenrijbak” (ECLI:NL:RBOVE:2026:992, noot 1). Controleer je alleen of het nummer bestaat, dan zie je deze fout over het hoofd.
Een verzonnen citaat uit een echt arrest
Dit is de gevaarlijkste variant, juist omdat het arrest wel bestaat. In een zaak over de koop van aandelen stond in de conclusie van antwoord een citaat van drie rechtsoverwegingen uit het arrest DSM/Fox. De rechtbank Amsterdam stelde vast: “Deze bewoordingen zijn niet in het genoemde arrest te vinden, en ook niet elders in gepubliceerde rechtspraak” (ECLI:NL:RBAMS:2026:8258, r.o. 4.21). In een asielzaak ging het net zo. Een passage stond “schuingedrukt en met aanhalingstekens” in de beroepsgronden, maar “is niet in de uitspraak terug te vinden” (ECLI:NL:RBDHA:2025:22590, r.o. 15).
Een rechtsregel die niet in de uitspraak staat
Hier bestaat de uitspraak en gaat hij over het goede onderwerp, maar zegt hij niet wat het processtuk beweert. Een kantonrechter in Groningen las de rechtsregels die een partij uit een reeks uitspraken afleidde “in de meeste gevallen niet terug in de genoemde uitspraken” (ECLI:NL:RBNNE:2026:808, r.o. 4.29). In een nalatenschapszaak was er in de pleitnota van een advocaat van alles mis: een arrest met de verkeerde datum, een ECLI waaronder het arrest niet te vinden was en een Arubaanse zaak over de termijn voor de memorie van grieven. De rechtbank woog vooral dit zwaar: “Van meer belang is dat in geen van beide arresten (…) de voorgestane rechtsregel valt aan te treffen” (ECLI:NL:RBNNE:2025:4814, r.o. 4.5).
Wetsartikelen die niet bestaan
Ook wetgeving wordt verzonnen. Een verzoeker op Bonaire citeerde de leden 4 en 5 van een artikel dat die leden niet heeft, en verwees naar art. 46 van de Rijkswet Openbaar Ministerie: “deze Rijkswet heeft echter slechts 43 artikelen” (ECLI:NL:OGEABES:2026:106, r.o. 3.6).
Onnavolgbare tekst en achtergebleven AI-instructies
Soms zijn niet de bronnen het probleem, maar de tekst zelf. Een gemachtigde in negen WOZ-zaken diende stukken in die volgens de rechtbank Gelderland “bol staan van adviezen aan gemachtigde over de te volgen processtrategie en daarmee duidelijk niet bedoeld zijn voor de heffingsambtenaar en/of de rechtbank” (ECLI:NL:RBGEL:2026:4122, r.o. 8). In een bijlage bij een ander beroepschrift stond zelfs nog letterlijk de zin “Als u mij de aard van de overtreding geeft, kan ik hier gerichte ECLI’s bij zetten die uw punt echt ondersteunen.” (ECLI:NL:RBMNE:2026:3994, r.o. 28).
Deze fouten maken niet alleen procespartijen zonder rechtsbijstand. In de uitspraken kom je ook advocaten tegen, met fouten in een conclusie van antwoord, een pleitnota en een dagvaarding, en een reeks professionele gemachtigden in het bestuurs- en asielrecht.
Welke sancties volgen er op AI-fouten in een processtuk?
De gevolgen lopen van een verwijzing die niet meetelt tot een tuchtmaatregel. Hieronder zie je alle treden die rechters en de tuchtrechter tot nu toe hebben gezet, met de uitspraak erbij en met wie het stuk opstelde.

De verwijzing telt niet mee
Dit is het gewone gevolg. “Wat daar ook van zij, nu sommige (vermeende) uitspraken niet bestaan en van andere aangehaalde uitspraken de relevantie onduidelijk is, zal de rechtbank het beroep op deze (vermeende) rechtspraak passeren” (ECLI:NL:RBGEL:2025:9423, r.o. 3). Dat klinkt mild, maar het betekent dat je standpunt zonder onderbouwing komt te staan. Droegen de uitspraken je hele argument, dan verlies je het punt.
Vier maanden later oordeelde dezelfde rechtbank over een ander beroep van dezelfde gemachtigde, opnieuw met irrelevante uitspraken. De rechtbank noteerde dat hij “met de eerdere uitspraak van de rechtbank hierop is gewezen” en dat hij het eerder ingediende stuk toch niet had ingetrokken of verbeterd (ECLI:NL:RBGEL:2026:1608, r.o. 3.1). Een rechter onthoudt dus wie hij al eens op zo’n fout heeft gewezen.
De rechter bespreekt alleen wat je ter zitting toelicht
Is het stuk niet te volgen, dan beperkt de rechter zich tot wat je mondeling uitlegt. “De rechtbank zal in deze uitspraak niet op deze gronden ingaan maar de bespreking van het beroep beperken tot de gronden die ter zitting zijn toegelicht” (ECLI:NL:RBZWB:2026:8748, r.o. 7). De gemachtigde had daar ter zitting erkend dat hij het beroepschrift, “inclusief de verwijzingen naar eerdere uitspraken, met behulp van AI heeft opgesteld”. In een spoedprocedure in Gelderland beperkte de voorzieningenrechter zich om dezelfde reden “tot de voornaamste beroepsgronden” (ECLI:NL:RBGEL:2026:6180, r.o. 5.1).
In de WOZ-zaken ging de rechtbank Gelderland nog een stap verder: “Het is de taak van gemachtigde om relevante stukken in te dienen. De rechtbank laat deze stukken daarom buiten beschouwing” (RBGEL:2026:4122, r.o. 8). Volgens de rechtbank was die manier van procederen in strijd met de goede procesorde, en kwam het risico dat een stelling niet werd behandeld voor rekening van de belanghebbende (r.o. 10). Dat risico draagt dus je cliënt.
De rechter kan art. 21 Rv geschonden achten
Art. 21 Rv verplicht partijen “de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren”. Wordt die plicht geschonden, “dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht”. Strikt genomen gaat het artikel over feiten en niet over rechtspraak. Toch vond de kantonrechter in Eindhoven dat acht onjuiste ECLI-verwijzingen art. 21 schonden:
“De kantonrechter is voorshands van oordeel dat met de onjuiste verwijzingen weliswaar artikel 21 Rv is geschonden, maar dat het passeren van alle verweren uit de conclusie van antwoord een te zware sanctie voor [gedaagde 1] zou zijn.”
Kantonrechter Rechtbank Oost-Brabant 12 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:909, r.o. 4.6
De wederpartij, een woningcorporatie, had gevraagd de hele conclusie van antwoord te negeren. Dat ging de kantonrechter te ver. De advocaat moest wel bij akte uitleggen hoe de fouten waren ontstaan. De kantonrechter vond het “kwalijk” als niemand AI-verwijzingen controleert: “Dit schaadt namelijk de belangen van de cliënt en de andere procespartij kan daardoor op het verkeerde been worden gezet” (r.o. 4.5). De einduitspraak in die zaak is niet gepubliceerd.
Welke gevolgtrekking past, bepaalt de feitenrechter. De Hoge Raad herhaalde in september 2026 dat de uitoefening van de bevoegdheid “om aan een schending van bedoelde verplichting een sanctie te verbinden” berust op waarderingen “die in cassatie slechts op begrijpelijkheid kunnen worden onderzocht” (ECLI:NL:HR:2026:1500, r.o. 3.1.4). Dat was geen AI-zaak, maar het betekent wel dat je in cassatie weinig te halen hebt als een rechter je op grond van art. 21 Rv hard aanpakt.
Niet elke rechter gaat op de vraag in. De rechtbank Rotterdam stelde vast dat “alle verwijzingen in de conclusie van antwoord naar uitspraken van de Hoge Raad onjuist zijn”. Of art. 21 was geschonden, liet ze in het midden, omdat de partij “per saldo geen voordeel heeft gehad van de onjuiste voorstelling van zaken” (ECLI:NL:RBROT:2025:10388, r.o. 5.16).
Je betaalt extra proceskosten
De rechtbank Amsterdam hing een bedrag aan de fout zelf. Het verzonnen DSM/Fox-citaat leverde een halve punt extra op in het liquidatietarief:
“Het als citaat opnemen van niet bestaande rechtspraak acht de rechtbank kwalijk, want dit heeft zowel [eiser] als de rechtbank nodeloos extra tijd en aandacht gekost. De rechtbank begroot de daarmee gemoeide kosten op een halve punt in de proceskostenveroordeling (€ 2.315,50).”
Rechtbank Amsterdam 12 augustus 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8258, r.o. 4.22
De rechtbank noemt geen wetsartikel, maar art. 237 lid 1 Rv geeft de rechter die ruimte: “Ook kan de rechter de kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte.” Let op hoe de rechtbank het formuleert. Het gaat om de tijd die de wederpartij en de rechter kwijt waren. Hoe meer werk je fout de ander bezorgt, hoe groter de kans dat je ervoor betaalt.
De werkelijke proceskosten wees de rechtbank in die zaak overigens af. Daarvoor geldt een “hoge drempel” (r.o. 4.19).
Alle proceskosten wegens misbruik van procesrecht
Die hoge drempel werd één keer gehaald, in een kort geding over een executiegeschil waarin de eisers zelf procedeerden. De kantonrechter in ’s-Hertogenbosch zag misbruik van procesrecht. AI was daarvoor de derde reden, na stellingen waarvan de eisers wisten of hadden moeten weten dat ze onjuist waren, en na opnieuw procederen over dezelfde kwestie:
“De kantonrechter rekent het [eisers] aan dat hij de door AI geproduceerde stukken niet goed naleest en de juridische relevantie en juistheid ervan niet laat controleren door bijvoorbeeld een raadsman. Aannemelijk is dat het [gedaagden] daardoor extra tijd en moeite heeft gekost om de stellingen van [eisers] te doorgronden en zich hiertegen te verweren. Het geheel overziend draagt ook het zonder meer gebruiken van ondermaatse, door AI geproduceerde processtukken bij aan misbruik van procesrecht.”
Kantonrechter Rechtbank Oost-Brabant 24 december 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8495, r.o. 4.30
Het resultaat was een veroordeling in de volledige proceskosten van € 2.786,81, hoofdelijk. Een vrijbrief om bij elke AI-fout misbruik te stellen is dat niet. Een VvE stelde onder meer misbruik omdat de wederpartij AI had gebruikt en naar een niet bestaand arrest zou hebben verwezen. De kantonrechter vond, los van de kostencompensatie die al volgde, “ook niet dat er sprake is van misbruik van procesrecht” (ECLI:NL:RBNHO:2026:10816, r.o. 4.14).
Kan een advocaat een tuchtmaatregel krijgen voor AI-fouten?
Ja. Op 27 juli 2026 legde de Raad van Discipline ’s-Hertogenbosch een berisping op aan een advocaat met een eenmanspraktijk (ECLI:NL:TADRSHE:2026:93). Het ging om de advocaat uit de Eindhovense huurzaak, en de deken had zelf bezwaar ingediend. Ze had in twee huurzaken rechtspraak uit een AI-tool overgenomen, terwijl ze vooral arbeidsrecht deed. Naar eigen zeggen beschouwde ze AI-tools “als een soort zoekmachines” (r.o. 5.4).
Dit is de kernpassage:
“In de eerste plaats heeft verweerster de door de door haar gebruikte AI-tool gegenereerde rechtspraak klakkeloos overgenomen in de conclusie van antwoord in zaak M, zonder de verwijzingen op juistheid te controleren of de uitspraken ook maar te lezen. Door op deze wijze gebruik te maken van een hulpmiddel, in dit geval een AI-tool, heeft verweerster de op haar rustende verantwoordelijkheid miskend.”
Raad van Discipline ’s-Hertogenbosch 27 juli 2026, ECLI:NL:TADRSHE:2026:93, r.o. 5.6
De raad vond de kernwaarden deskundigheid en integriteit uit art. 10a Advocatenwet geschonden, en daarnaast gedragsregel 8. Die regel verbiedt het verstrekken van “feitelijke informatie waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist is”. Net als art. 21 Rv is dat een regel over feiten, die hier werd toegepast op verwijzingen naar rechtspraak. Waarom, staat in dezelfde overweging: “De raad overweegt dat alle bij de gerechtelijke procedure betrokken partijen erop moeten kunnen vertrouwen dat door een advocaat in een processtuk genoemde rechtspraak daadwerkelijk bestaat en dat verwijzingen kloppen.”
De berisping steunde niet alleen op de AI-fouten. De raad woog ook mee dat de advocaat buiten haar vakgebied procedeerde, een wetsartikel verkeerd las, geen verweer voerde tegen de subsidiaire vordering en in beide zaken niet ter zitting verscheen (r.o. 5.7-5.10). Maar de AI-fouten stonden voorop.
Uit de beslissing zijn vier lessen te halen.
Ten eerste is één fout niet meteen een schending. De raad gaf de advocaat gelijk “waar zij stelt dat niet iedere fout, zoals een enkele onjuiste verwijzing naar rechtspraak, een schending van de kernwaarde deskundigheid oplevert” (r.o. 5.5). Wat de raad haar aanrekende, was het patroon: ze had niets gecontroleerd en de uitspraken niet gelezen.
Ten tweede telt mee wat je doet nadat de fout is ontdekt. De advocaat trok de verwijzingen in, maar noemde geen andere rechtspraak en verscheen niet ter zitting. Volgens de raad was er juist “alle aanleiding om (kosteloos) haar cliënten alsnog ter zitting bij te staan, het verweer ter zitting handen en voeten te geven en vragen van de kantonrechter te beantwoorden” (r.o. 5.10).
Ten derde is het excuus op. De raad hield er rekening mee dat “Ten tijde van het opstellen van de gewraakte processtukken (juli 2025) was AI-geletterdheid nog geen gemeengoed en de aanbevelingen van de Orde ten aanzien van AI-gebruik zijn eveneens van latere datum” (r.o. 6.2). Dat woog mee bij de keuze van de maatregel, niet bij de vraag of het verwijtbaar was. Die aanbevelingen zijn er inmiddels wel, dus op die omstandigheid zou ik niet meer rekenen.
Ten vierde is een vermoeden van een datalek niet genoeg. De deken verweet de advocaat ook dat ze haar geheimhoudingsplicht had geschonden door een AI-tool te gebruiken. Dat onderdeel was ongegrond: “Het enkele door de deken geuite vermoeden (…) is onvoldoende om schending van de kernwaarde vertrouwelijkheid aan te nemen” (r.o. 5.12).
De NOvA houdt het in haar Aanbevelingen AI in de advocatuur kort: “Neem AI-output nooit ongecontroleerd over.” Bij deskundigheid staat onder het kopje “Verifieer altijd de output”: “Controleer citaten, jurisprudentie en feiten altijd handmatig vóór gebruik.” Wat dat betekent voor het beleid op je kantoor, lees je in Mag een advocaat AI gebruiken?.
Maakt het uit of je AI hebt gebruikt?
Voor de sanctie niet. In de Amsterdamse aandelenzaak ontkende de raadsman dat hij AI had gebruikt, maar hij “heeft niet kunnen achterhalen hoe de passage wel in de conclusie van antwoord terecht is gekomen”. De rechtbank: “De rechtbank vindt dit laatste niet beslissend” (RBAMS:2026:8258, r.o. 4.21-4.22). De halve punt kwam er toch. De rechtbank Overijssel zei het op haar manier: “dit soort fouten (al dan niet door gebruik van AI)” zijn “bijzonder onwenselijk en misleidend” (RBOVE:2026:992, noot 1).
AI gebruiken is op zichzelf ook geen bezwaar. Een verhuurder zette vraagtekens bij een verweer dat kennelijk met AI was opgesteld. De kantonrechter in Limburg zag daar geen probleem in: “De kantonrechter ziet in dit laatste geen bezwaren, met dien verstande dat de kantonrechter uit dit 18 pagina’s tellend stuk zal halen wat voor de beoordeling van de zaak rechtens van belang is” (ECLI:NL:RBLIM:2026:5893, r.o. 4.7). Het probleem is de fout, niet het hulpmiddel.
Wat wel uitmaakt, is hoe je reageert als de rechter ernaar vraagt. Een verklaring die niet overtuigt, maakt het erger. De Rotterdamse advocaat die alle foute HR-verwijzingen weet aan een probleem “bij het converteren van een word-bestand naar pdf”, kreeg te horen: “Deze verklaring roept vragen op” (RBROT:2025:10388, r.o. 5.16). Een gemachtigde in een asielzaak ontkende dat hij ChatGPT had gebruikt, terwijl het citaat nergens te vinden was. Ook hij kreeg die reactie: “Deze gang van zaken roept bij de rechtbank vragen op” (RBDHA:2025:22590, r.o. 15).
Wat doe je als je een AI-fout in je eigen processtuk ontdekt?
Herstel het zelf, en doe dat zo vroeg mogelijk. De uitspraken laten goed zien wat werkt en wat niet.
- Meld het zelf, vóór de zitting. Wacht niet tot de rechter ernaar vraagt. Een gemachtigde in een asielzaak kwam bij de voorbereiding tot de conclusie dat de jurisprudentie vanaf bladzijde 9 van zijn beroepschrift onjuist was, maar zei dat pas ter zitting, toen hem ernaar werd gevraagd (ECLI:NL:RBDHA:2026:9527, r.o. 5). “De rechtbank betreurt de handelwijze van gemachtigde”, wees op het extra werk voor de wederpartij en de rechtbank, en besprak dat deel van het beroepschrift niet (r.o. 5.1). Het ging om het subsidiaire standpunt van zijn cliënt.
- Trek de verwijzingen in en vervang ze. Alleen intrekken is niet genoeg. In de Eindhovense zaak noteerde de kantonrechter: “De ECLI-nummers zijn niet verbeterd en er is ook niet verwezen naar andere uitspraken ter onderbouwing van de verweren” (RBOBR:2026:909, r.o. 4.3). Ook de tuchtrechter rekende de advocaat dat later aan (TADRSHE:2026:93, r.o. 5.10). Zoek de rechtspraak die je standpunt wel draagt, en zet die in de akte.
- Verschijn ter zitting en leg het uit. De kantonrechter “had deze onjuiste verwijzingen graag op de mondelinge behandeling met de gemachtigde willen bespreken”, maar de advocaat was er niet (RBOBR:2026:909, r.o. 4.4). Volgens de tuchtrechter had ze er juist wel moeten zijn.
- Wees eerlijk over hoe het kwam. Zeg welk hulpmiddel je gebruikte en wat je wel en niet hebt gecontroleerd. In de Eindhovense zaak erkende de advocaat in een akte dat ze AI had gebruikt, maar schreef ze ook: “Ze zijn gecontroleerd, vandaar de akte rectificatie” (aangehaald in TADRSHE:2026:93, r.o. 2.8). De tuchtrechter stelde vast dat ze de uitspraken niet had gecontroleerd of gelezen (r.o. 5.6). Een halve verklaring werkt tegen je, zoals ook de zaken in Rotterdam en Den Haag hierboven laten zien.
- Licht je cliënt in. Het gaat om de positie van je cliënt, en je cliënt draagt de proceskosten. In de Eindhovense zaak wist de cliënt van de akte rectificatie, maar niet welk systeem was gebruikt (RBOBR:2026:909, r.o. 4.4).

Wat als de wederpartij AI-fouten maakt?
Je mag zeggen dat je AI-gebruik vermoedt, maar ik zou het niet doen: benoem per verwijzing wat er mis is, want de fouten spreken harder dan het label. Dat het mag, blijkt uit een tuchtzaak. Een advocaat schreef in een verweerschrift dat het beroepschrift van de wederpartij door een AI-tool leek te zijn opgesteld, en de wederpartij diende daarop een tuchtklacht in. De voorzitter van de Raad van Discipline Amsterdam oordeelde: “Verweerder had een vermoeden van het gebruik van een AI-tool, door de structuur en van het verwijzen naar onjuiste of niet bestaande jurisprudentie. Het stond hem vrij om dit onder de aandacht van de rechter te brengen” (ECLI:NL:TADRAMS:2026:205, r.o. 4.8).
Controleer eerst zelf in de volledige tekst wat er niet klopt, en wijs de rechter dan op de extra tijd die het je kostte. In Amsterdam vertaalde de rechtbank die tijd zelf in een halve punt extra. Een algemeen beroep op misbruik van procesrecht strandt meestal. Hoe je dat aanpakt, lees je in Mag je zeggen dat het processtuk van de wederpartij door AI is geschreven?
Wat ik zou doen: behandel elke verwijzing alsof de wederpartij hem natrekt
De rechter vraagt of je verwijzing klopt en het excuus is op, dus ik zou geen processtuk indienen voordat elke verwijzing is gecontroleerd zoals de wederpartij dat zou doen. Stel bij elke uitspraak de vijf vragen: bestaat ze, is het de goede (instantie, datum, onderwerp), staat het citaat er letterlijk in, draagt de overweging je stelling en geldt het oordeel nog? Het DSM/Fox-geval laat zien dat een bestaand arrest geen garantie is.
Voor een processtuk komen er drie vragen bij:
- Bestaan de wetsartikelen en leden die je noemt? Controleer ze op wetten.overheid.nl, in de versie die gold op het moment waar het om gaat.
- Is alle AI-tekst eruit? Instructies, adviezen aan jezelf en vragen van de tool horen niet in een processtuk.
- Is de redenering van jou? AI mag een concept schrijven, maar je moet elke stap ter zitting kunnen uitleggen.
Hoe je de vijf vragen stap voor stap beantwoordt, staat in het protocol in Verzonnen jurisprudentie door AI: zo controleer je een ECLI.
Hoe Minuut met bronnen omgaat
Voor de controle van je eigen processtuk heb je Minuut niet nodig; daarvoor zijn de vragen hierboven genoeg. Minuut is geen schrijfassistent, maar de onderzoeksbasis onder je stuk: een team van AI-onderzoekers dat Nederlandse wetgeving, rechtspraak en EU-recht doorzoekt, elkaars werk tegenleest en elke bronverwijzing naast de oorspronkelijke tekst legt. Na een onderzoek van anderhalf uur of langer krijg je een memo met de rechtsvraag, het juridisch kader en de rechtspraak, de toepassing op jouw zaak, een advies en een conclusie met risico-inschatting. Elke bron die je overneemt, klik je met één klik na, zodat je ziet wat de rechter echt schreef voordat het in je processtuk komt.
Wil je onderzoek waarvan je elke bron kunt nalezen? Check of Minuut bij je past.
Veelgestelde vragen
Wat gebeurt er als er een verzonnen uitspraak in mijn processtuk staat?
Meestal passeert de rechter de verwijzing, en staat je standpunt zonder onderbouwing. De rechter kan het stuk ook buiten beschouwing laten, art. 21 Rv geschonden achten of de kosten die de wederpartij daardoor maakte bij jou leggen. De rechtbank Amsterdam rekende een halve punt extra in de proceskosten (ECLI:NL:RBAMS:2026:8258).
Schendt nepjurisprudentie artikel 21 Rv?
Volgens de kantonrechter in Eindhoven voorshands wel (ECLI:NL:RBOBR:2026:909), hoewel art. 21 over feiten gaat. Alle verweren passeren vond de kantonrechter wel een “te zware sanctie”. De rechtbank Rotterdam liet de vraag in het midden, omdat de partij er geen voordeel van had (ECLI:NL:RBROT:2025:10388).
Kan ik een berisping krijgen voor AI-fouten?
Ja. De Raad van Discipline ’s-Hertogenbosch legde op 27 juli 2026 een berisping op aan een advocaat die AI-rechtspraak klakkeloos had overgenomen, zonder de uitspraken te lezen (ECLI:NL:TADRSHE:2026:93). De raad woog daarnaast andere tekortkomingen mee, zoals niet ter zitting verschijnen. Volgens de raad levert een enkele onjuiste verwijzing niet meteen een schending van de kernwaarde deskundigheid op.
Maakt het uit of ik zeg dat ik AI heb gebruikt?
Nee, niet voor de beoordeling van de fout. De rechtbank Amsterdam vond het “niet beslissend” hoe een verzonnen citaat in het stuk kwam (ECLI:NL:RBAMS:2026:8258). Voor je geloofwaardigheid wel: vraagt de rechter ernaar, geef dan een eerlijke verklaring. Een verklaring die niet overtuigde, riep in Rotterdam en Den Haag juist vragen op.
Wat doe ik als ik een AI-fout in mijn eigen stuk ontdek?
Meld het zelf vóór de zitting, trek de verwijzingen in en vervang ze door rechtspraak die je standpunt wel draagt, en verschijn ter zitting om het uit te leggen. In de Eindhovense zaak werden de verwijzingen alleen ingetrokken. De kantonrechter merkte dat op, en de tuchtrechter rekende het de advocaat aan.
Mag ik zeggen dat het stuk van de wederpartij door AI is geschreven?
Ja, maar ik zou het niet doen. De voorzitter van de Raad van Discipline Amsterdam vond dat een advocaat met aanwijzingen dit “onder de aandacht van de rechter” mocht brengen (ECLI:NL:TADRAMS:2026:205). Benoem liever per verwijzing wat er mis is; de fouten spreken harder dan het label.
Bronnen
- Rechtbank Amsterdam 12 augustus 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8258, r.o. 4.20-4.22geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Kantonrechter Rechtbank Oost-Brabant 24 december 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8495, r.o. 4.26-4.31geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Kantonrechter Rechtbank Oost-Brabant 12 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:909, r.o. 4.3-4.6geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 27 juli 2026, ECLI:NL:TADRSHE:2026:93geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Hoge Raad 18 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1500, r.o. 3.1.4geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Rechtbank Rotterdam 27 augustus 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10388, r.o. 5.16geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Rechtbank Noord-Nederland 19 november 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4814, r.o. 4.5geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Rechtbank Overijssel 25 februari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:992, noot 1 bij r.o. 3.3geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8748, r.o. 7geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Voorzieningenrechter Rechtbank Gelderland 31 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6180, r.o. 5-5.1geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Rechtbank Gelderland 22 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4122, r.o. 8geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Rechtbank Gelderland 6 november 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9423, r.o. 3geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Rechtbank Gelderland 4 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1608, r.o. 3-3.1geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Kantonrechter Rechtbank Noord-Nederland 24 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:808, r.o. 4.29geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Rechtbank Den Haag 18 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:22590, r.o. 15geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Rechtbank Den Haag 20 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9527, r.o. 5geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Rechtbank Midden-Nederland 11 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3994, r.o. 28geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Gerecht in eerste aanleg BES 20 maart 2026, ECLI:NL:OGEABES:2026:106, r.o. 3.6geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Kantonrechter Rechtbank Noord-Holland 19 augustus 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:10816, r.o. 4.14geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Kantonrechter Rechtbank Limburg 22 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5893, r.o. 4.7geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Voorzitter Raad van Discipline Amsterdam 21 september 2026, ECLI:NL:TADRAMS:2026:205, r.o. 4.7-4.8geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, art. 21 en 237geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Advocatenwet, art. 10a en 46geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Gedragsregel 8 (Gedragsregels advocatuur 2018)geraadpleegd op 21 oktober 2026
- NOvA, Aanbevelingen AI in de advocatuurgeraadpleegd op 21 oktober 2026
Zie je een fout of is er iets veranderd? Mail lucas@minuut.eu, dan passen we het aan.
Past Minuut bij je praktijk?
Check in twee minuten hoeveel onderzoek Minuut je uit handen neemt
Beantwoord een paar korte vragen over je praktijk, en je ziet hoeveel uur juridisch onderzoek je per maand terugkrijgt. De eerste vraag staat al hieronder.
Welke omschrijving past het best bij je?
Je antwoord gaat mee, en je gaat verder bij vraag 2.
