Mag je zeggen dat het processtuk van de wederpartij door AI is geschreven?
Inhoud
- Mag je zeggen dat de wederpartij AI heeft gebruikt?
- Waar ligt de grens bij een AI-verwijt?
- Wat doet de rechter met een AI-verwijt?
- Zo kaart je AI-fouten van de wederpartij aan
- Wat levert het aankaarten je op?
- Moet je de advocaat van de wederpartij eerst waarschuwen?
- Kun je de advocaat van de wederpartij bij de deken melden?
- Wat ik zou doen
- Hoe Minuut je helpt de stukken van de wederpartij te lezen
- Veelgestelde vragen
Het korte antwoordJe mag zeggen dat de wederpartij AI gebruikte, maar ik zou het niet doen: benoem de fouten en laat het label weg. In de drie gepubliceerde tuchtzaken over zo’n verwijt werd de klacht tegen de advocaat steeds ongegrond verklaard, maar de rechter kijkt naar de fout: hoe een verzonnen citaat in een stuk kwam, vond de rechtbank Amsterdam “niet beslissend”. Controleer dus eerst zelf, vraag de rechter om de kosten van de tijd die het je kostte, en bewaar de deken voor een patroon.
Je leest de conclusie van antwoord en een arrest klinkt je onbekend in de oren. Je zoekt het ECLI op en het gaat over een echtscheiding, en het volgende citaat staat nergens. Op dat moment is het verleidelijk om te schrijven dat de wederpartij haar stuk door ChatGPT liet maken. Mijn regel is een andere: je mag het zeggen, maar de fouten zeggen het beter.
Wat er gebeurt met de partij die de fout maakt, lees je in AI-fouten in processtukken: wat doen rechters en de tuchtrechter?.
Mag je zeggen dat de wederpartij AI heeft gebruikt?
Ja, dat mag: in alle drie de gepubliceerde tuchtzaken waarin een advocaat de wederpartij of haar gemachtigde AI-gebruik verweet, werd de klacht tegen die advocaat ongegrond verklaard.
De duidelijkste zaak speelde in een beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, in een tuchtzaak tegen een accountant. Volgens de beslissing schreef de advocaat van de accountant in zijn verweerschrift dat het beroepschrift van de klagers “niet door klagers lijkt te zijn opgesteld maar door een AI-tool” (r.o. 4.7). De klagers dienden daarop een tuchtklacht tegen hem in. De voorzitter van de Raad van Discipline Amsterdam oordeelde:
“De voorzitter is van oordeel dat verweerder met zijn opmerkingen over het vermoedelijke gebruik van AI door klagers niet onbetamelijk heeft gehandeld. Verweerder had een vermoeden van het gebruik van een AI-tool, door de structuur en van het verwijzen naar onjuiste of niet bestaande jurisprudentie. Het stond hem vrij om dit onder de aandacht van de rechter te brengen.”
Voorzitter Raad van Discipline Amsterdam 21 september 2026, ECLI:NL:TADRAMS:2026:205, r.o. 4.8
De voorzitter stelt niet vast dat er AI is gebruikt, maar oordeelt dat het vermoeden mocht worden geuit. De advocaat vond zelf dat hij het moest melden: hij “meent dat hij als advocaat moet aangeven wanneer hij vermoedt dat een stuk mede door AI is gegeneerd” (r.o. 4.7). Op die plicht gaat de voorzitter niet in. Hij zegt alleen: “Het stond hem vrij”.

De tweede zaak was een familiezaak, een kort geding. Een advocaat schreef in de conclusie van antwoord dat de man zijn verklaring aan Veilig Thuis met ChatGPT had geschreven, en legde het ChatGPT-gesprek van de man over als productie. De Raad van Discipline Den Haag beoordeelde dat verwijt samen met veel zwaardere verwijten uit dezelfde conclusie. Het geheel was “behoorlijk scherp geformuleerd”, en “Hoewel het de voorkeur had verdiend om zich minder scherp en ferm uit te drukken”, was er geen sprake van onnodig grievende uitlatingen (ECLI:NL:TADRSGR:2025:210, r.o. 5.4). Het Hof van Discipline bekrachtigde dat (ECLI:NL:TAHVD:2026:200). Over het ChatGPT-gesprek als bewijs zei de raad: “Het is aan de civiele rechter om te beoordelen of een bewijsstuk toelaatbaar is” (TADRSGR:2025:210, r.o. 5.3).
In de derde zaak verdedigde een advocaat zich tegen een tuchtklacht van een incassobureau. Hij schreef dat de gemachtigde haar stukken met “slechte AI” had opgesteld. Volgens de voorzitter van de Raad van Discipline Den Haag konden die woorden kwetsend overkomen, maar “zijn zij daarmee nog niet onnodig kwetsend. Verweerder heeft dit immers functioneel mogen achten om zich te verweren tegen de tuchtklacht” (ECLI:NL:TADRSGR:2025:258, r.o. 4.7). Hier verdedigde de advocaat zich tegen een klacht over hemzelf, en die positie geeft extra ruimte.
Twee van de drie zijn beslissingen van een voorzitter. Het Hof van Discipline noemde in de familiezaak het ChatGPT-verwijt niet apart, en woog mee dat de advocaat “voldoende duidelijk heeft gemaakt dat hij het standpunt van zijn cliënte verwoordde” (TAHVD:2026:200, r.o. 8.5). Alleen de Amsterdamse beslissing gaat dus echt over het AI-vermoeden zelf, en die zegt dat het mag, niet dat het loont.
Waar ligt de grens bij een AI-verwijt?
De grens ligt bij de gewone normen voor de advocaat van de wederpartij, want voor AI-verwijten bestaat geen aparte regel. De tuchtrechters gebruiken in deze zaken steeds hetzelfde kader:
“Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen.”
ECLI:NL:TADRAMS:2026:205, r.o. 4.2
Volgens het Hof van Discipline mag de advocaat “(a) zich niet onnodig grievend uitlaten over de wederpartij, (b) geen feiten poneren waarvan hij de onwaarheid kent of redelijkerwijs kan kennen, (c) bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van de wederpartij niet onnodig of onevenredig schaden zonder redelijk doel” (TAHVD:2026:200, r.o. 8.2). Die normen vind je terug in de gedragsregels 7, 8 en 6.
Daaruit volgen twee risico’s:
- Je stelt als feit wat je niet weet. Of de wederpartij AI heeft gebruikt, weet je zelden zeker. In twee van de drie tuchtzaken was het verwijt geformuleerd als vermoeden (“lijkt”, “vermoeden”) of steunde het op wat de cliënt had gezien en als productie had aangeleverd. Een stellige beschuldiging zonder grond kan onder regel 8 vallen: “feitelijke informatie waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist is”. Hoe stelliger je het zegt, hoe meer je moet kunnen onderbouwen.
- Je beweert dat een uitspraak niet bestaat, terwijl ze wel bestaat. Dan heb jij de onjuiste informatie verstrekt. Zoek de uitspraak dus zelf op in de volledige tekst, voordat je schrijft dat een verwijzing niet klopt.
Spot of hoon voegt niets toe.
Wat doet de rechter met een AI-verwijt?
Met een kaal AI-verwijt doet de rechter weinig, omdat hij naar de fout kijkt en niet naar de oorzaak. In de Amsterdamse zaak over een verzonnen DSM/Fox-citaat stelde de eiser dat AI was gaan “hallucineren”. De advocaat van de gedaagden ontkende dat. De rechtbank: “De rechtbank vindt dit laatste niet beslissend. Het als citaat opnemen van niet bestaande rechtspraak acht de rechtbank kwalijk” (ECLI:NL:RBAMS:2026:8258, r.o. 4.22). Hoe de fout erin kwam, maakt de rechter niet uit, en mij ook niet.
Waar het AI-gebruik als zelfstandig argument werd ingezet, strandde het:
- Een bank voerde aan dat een dagvaarding een obscuur libel was, onder meer omdat er “onjuiste verwijzingen naar jurisprudentie” in stonden en “artificial intelligence (AI) is gebruikt”. De kantonrechter verwierp dat verweer (ECLI:NL:RBAMS:2026:2855, r.o. 4.2-4.3). De bank kreeg wel een deel van haar kosten vergoed, maar wegens misbruik van procesrecht op andere gronden (r.o. 4.14-4.15).
- Een verhuurder zette vraagtekens bij een verweer dat kennelijk met AI was opgesteld. “De kantonrechter ziet in dit laatste geen bezwaren, met dien verstande dat de kantonrechter uit dit 18 pagina’s tellend stuk zal halen wat voor de beoordeling van de zaak rechtens van belang is” (ECLI:NL:RBLIM:2026:5893, r.o. 4.7).
- Een partij wilde minder advocaatkosten betalen, omdat de stukken “gegeneerd door kunstmatige intelligentie” zouden zijn en de advocaat ze “slechts voorgelezen” had. “De kantonrechter volgt [eiser] hierin niet” (ECLI:NL:RBZWB:2024:2537, r.o. 3.45).
- Een heffingsambtenaar weigerde een vergoeding voor een taxatierapport omdat het “door artificiële intelligentie (AI) is gegenereerd”. “De rechtbank verwerpt het standpunt van de heffingsambtenaar” (ECLI:NL:RBZWB:2025:6682, r.o. 4.7).
Wel kan het AI-gebruik helpen verklaren waarom een stuk niet te volgen is. In een spoedprocedure in Gelderland erkenden de verzoeksters ter zitting dat zij hun beroepschrift met generatieve AI hadden opgesteld. De voorzieningenrechter sloot aan bij de opmerking van de gemachtigde van de vergunninghoudster: “Zoals de gemachtigde van vergunninghoudster daarover heeft opgemerkt, zijn de beroepsgronden vanwege hun onduidelijke – deels tegenstrijdige – formulering daarom vaak moeilijk en soms überhaupt niet te volgen” (ECLI:NL:RBGEL:2026:6180, r.o. 5). Daarna beperkte hij zich “tot de voornaamste beroepsgronden” (r.o. 5.1).
Zo kaart je AI-fouten van de wederpartij aan
Je kaart AI-fouten aan door de fouten zelf te benoemen, zo precies dat de rechter er iets mee kan. Uit de uitspraken volgt een aanpak in vijf stappen.

- Controleer zelf, in de volledige tekst. Zoek elke verdachte verwijzing op en stel de vijf vragen uit het stappenplan voor verzonnen jurisprudentie: bestaat de uitspraak, is het de goede, staat het citaat er letterlijk in, draagt de overweging de stelling en geldt het oordeel nog? Je wilt niet zelf degene zijn die beweert dat een bestaande uitspraak niet bestaat.
- Benoem per verwijzing wat er mis is. Schrijf op of het ECLI niet bestaat, bij welke andere zaak het hoort, welk citaat er niet in staat of wat de uitspraak werkelijk zegt. De kantonrechter in Oost-Brabant stelde vast dat van acht uitspraken er één niet bestond en zeven “bij heel andere uitspraken” hoorden, “bijvoorbeeld een echtscheidingsbeschikking en een strafzaak” (ECLI:NL:RBOBR:2026:909, r.o. 4.3).
- Laat het AI-label weg en houd de toon zakelijk. Het mag, maar ik zou het niet doen, want de fouten spreken harder dan het label. Wil je het toch noemen, doe het dan zoals in de Amsterdamse tuchtzaak: als vermoeden, gebaseerd op de structuur en op de verwijzingen.
- Vraag de rechter om een gevolg. Bijvoorbeeld om:
- de verwijzingen te passeren, zodat het standpunt zijn onderbouwing verliest;
- art. 21 Rv toe te passen. De rechter “kan (…) daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht”. In de zaak in Oost-Brabant vond de kantonrechter art. 21 voorshands geschonden. Alle verweren passeren vond hij wel “een te zware sanctie” (RBOBR:2026:909, r.o. 4.6);
- de wederpartij om uitleg te laten vragen. Dezelfde kantonrechter verwees de zaak naar de rol voor een akte waarin de gemachtigde “nadere uitleg” moest geven (r.o. 4.5). Art. 22 Rv geeft de rechter de bevoegdheid partijen te bevelen “bepaalde stellingen toe te lichten”.
- Vraag om de kosten van de tijd die het je kostte. De rechtbank Amsterdam vond het verzonnen citaat kwalijk “want dit heeft zowel [eiser] als de rechtbank nodeloos extra tijd en aandacht gekost” (RBAMS:2026:8258, r.o. 4.22). In een andere zaak in Oost-Brabant vond de kantonrechter het aannemelijk dat het de wederpartij “extra tijd en moeite” had gekost om de stellingen “te doorgronden en zich hiertegen te verweren” (ECLI:NL:RBOBR:2025:8495, r.o. 4.30).
Wat levert het aankaarten je op?
Het aankaarten levert je vooral op dat het standpunt van de wederpartij zijn steun verliest, want een verwijzing die niet bestaat, onderbouwt niets. In de zaak in Oost-Brabant trok de wederpartij de verwijzingen zelf in (RBOBR:2026:909, r.o. 4.3).

Daarnaast zie je soms geld terug:
- Vergoeding voor nodeloos werk. De rechtbank Amsterdam rekende uit eigen beweging een halve punt extra: € 2.315,50 (RBAMS:2026:8258, r.o. 4.20-4.22).
- Werkelijke proceskosten. Die werden toegewezen bij misbruik van procesrecht, met de AI-stukken als derde grond: € 2.786,81 (RBOBR:2025:8495). In RBAMS:2026:8258 werden ze afgewezen (r.o. 4.18-4.19), maar die vordering steunde op andere verwijten dan het citaat.
- Werkelijke proceskosten wegens AI-gebruik en een niet bestaand arrest. Afgewezen. De winnende partij kreeg door de onduidelijke manier van procederen van de wederpartij ook geen kostenvergoeding: de kosten werden gecompenseerd (ECLI:NL:RBNHO:2026:10816, r.o. 4.13-4.14).
De rechtbank Amsterdam noemde voor de halve punt geen wetsartikel. Art. 237 lid 1 Rv geeft de rechter wel de ruimte: “Ook kan de rechter de kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte.” Voor werkelijke proceskosten geldt een “hoge drempel” (RBAMS:2026:8258, r.o. 4.19).
Moet je de advocaat van de wederpartij eerst waarschuwen?
Een regel die dat voorschrijft, is er niet, maar een korte brief kan je cliënt wel helpen. De Gedragsregels 2018 en de NOvA-aanbevelingen over AI zeggen er niets over. Wel gelden deze regels:
- Regel 24 gaat over welwillendheid en vertrouwen tussen advocaten. Volgens de toelichting vraagt dat om “een zorgvuldige afweging” tussen die verhouding en het belang van je cliënt.
- Regel 21 bepaalt dat je wat je de rechter schrijft, tegelijk aan de advocaat van de wederpartij stuurt, “zo tijdig dat die advocaat voldoende gelegenheid heeft om op de mededeling te reageren”.
- Regel 26 bepaalt dat je je later in rechte niet mag beroepen op wat je de confrère vertrouwelijk hebt gemeld, “tenzij het belang van de cliënt dit bepaaldelijk vordert, maar dan niet zonder voorafgaand overleg met de advocaat van de wederpartij”. Wil je de waarschuwing later kunnen gebruiken, maak haar dan niet vertrouwelijk.
In een Engelse zaak uit 2025 schreef de solicitor van de gemeente eerst dat hij vijf aangehaalde zaken niet kon vinden. Later schreef hij dat ze niet bestonden, en kondigde hij een verzoek om vergoeding van de nodeloze kosten aan ([39]-[40]). Volgens de High Court was de solicitor van de wederpartij daarmee op de hoogte gebracht: “the letter from the solicitor for the local authority was clear” ([2025] EWHC 1383 (Admin), [72]). Wie daarna nog volhield dat het om kleine citeerfouten ging, handelde volgens de rechter onredelijk: “It was unreasonable, when it was pointed out” ([48], met een citaat uit een eerdere uitspraak in dezelfde zaak). Of een Nederlandse rechter dat net zo weegt, is nog niet beslist.
Kun je de advocaat van de wederpartij bij de deken melden?
Dat kan, maar een melding bij de deken bewaar je voor een patroon, niet voor één slordige verwijzing. De enige tuchtrechtelijke maatregel tot nu toe voor AI-fouten in een processtuk is een berisping van juli 2026. Die volgde op een bezwaar van de deken, nadat de rechtbank Oost-Brabant de deken had gewezen op onzorgvuldig AI-gebruik: “Eind 2025 heeft de deken van de rechtbank Oost-Brabant een signaal ontvangen over het optreden van verweerster in een huurzaak” (ECLI:NL:TADRSHE:2026:93, r.o. 2.2). De raad overwoog “dat alle bij de gerechtelijke procedure betrokken partijen erop moeten kunnen vertrouwen dat door een advocaat in een processtuk genoemde rechtspraak daadwerkelijk bestaat en dat verwijzingen kloppen” (r.o. 5.6). Eerder in 2026 kregen drie advocaten van de toezichthouder een waarschuwing om AI-fouten in processtukken (Advocatie, 24 februari 2026). Een waarschuwing is geen tuchtmaatregel.
Een plicht om te melden staat in geen van deze regels en uitspraken. Voor je eigen procedure helpt een melding ook niet, want de rechter bepaalt de gevolgen in de zaak zelf.
Wat ik zou doen
Je mag het AI-verwijt maken, maar ik zou het niet doen. Controleer eerst zelf elke verdachte verwijzing in de volledige tekst, benoem per verwijzing wat er mis is en laat het label weg, vraag om de kosten van de tijd die het je kostte, en bewaar de deken voor een patroon.
Hoe Minuut je helpt de stukken van de wederpartij te lezen
Om één verdachte verwijzing na te trekken heb je Minuut niet nodig, want daarvoor zijn rechtspraak.nl en de vijf vragen genoeg. Het verschil zit in de vraag erachter: of het standpunt van de wederpartij overeind blijft zonder haar verwijzingen. Minuut is een team van AI-onderzoekers dat Nederlandse wetgeving, rechtspraak en EU-recht doorzoekt, elkaars werk tegenleest en elke bronverwijzing naast de oorspronkelijke tekst legt.
Je uploadt de stukken die voor de rechtsvraag tellen als pdf, docx of e-mail, en laat weg wat er niet toe doet. Na een onderzoek van anderhalf uur of langer krijg je een memo met de rechtsvraag, het juridisch kader en de rechtspraak, de toepassing op jouw zaak, een advies en een conclusie met risico-inschatting. Elke bron of rechtsoverweging klik je met één klik na. Zo weet je wat er wel staat, voordat je schrijft wat er niet staat.
Wil je een tegenlezer die je dossier echt leest? Check of Minuut bij je past.
Veelgestelde vragen
Mag ik in een processtuk schrijven dat de wederpartij AI heeft gebruikt?
Ja, als je er aanwijzingen voor hebt, maar ik zou het niet doen. De voorzitter van de Raad van Discipline Amsterdam vond dat een advocaat zijn vermoeden “onder de aandacht van de rechter” mocht brengen. Het vermoeden steunde op de structuur van het stuk en op onjuiste of niet bestaande jurisprudentie (ECLI:NL:TADRAMS:2026:205). De fouten zelf zijn je sterkste argument.
Is het onnodig grievend om de wederpartij AI-gebruik te verwijten?
Nee, in de gepubliceerde tuchtzaken niet. “Slechte AI” was niet onnodig kwetsend (ECLI:NL:TADRSGR:2025:258), en een ChatGPT-verwijt in een verder “behoorlijk scherp” geformuleerde conclusie leidde niet tot een gegronde klacht (ECLI:NL:TADRSGR:2025:210). Maak je het toch, formuleer het dan als vermoeden: een stellige beschuldiging zonder grond kan onder gedragsregel 8 vallen.
Wat doe ik als de wederpartij niet bestaande jurisprudentie aanhaalt?
Controleer het eerst zelf, en benoem daarna per verwijzing wat er mis is. Vraag de rechter de verwijzingen te passeren, en eventueel om toepassing van art. 21 Rv, om uitleg van de wederpartij of om de kosten van het extra werk.
Krijg ik extra proceskosten als de wederpartij nepjurisprudentie gebruikt?
Soms. De rechtbank Amsterdam rekende een halve punt extra, € 2.315,50, voor een verzonnen citaat (ECLI:NL:RBAMS:2026:8258). Werkelijke proceskosten krijg je alleen bij misbruik van procesrecht of onrechtmatig procederen, en die drempel is hoog.
Moet ik de advocaat van de wederpartij eerst waarschuwen?
Nee, daar is geen regel voor. Een korte, niet-vertrouwelijke brief kan wel helpen: de wederpartij kan daarna moeilijk volhouden dat het om kleine slordigheden gaat.
Moet ik bewijzen dat de wederpartij AI heeft gebruikt?
Nee, de rechter kijkt naar de fouten zelf. Of AI de oorzaak was, vond de rechtbank Amsterdam “niet beslissend”. Het is genoeg om aan te tonen dat een verwijzing niet bestaat, bij een andere zaak hoort of niet zegt wat de wederpartij beweert.
Bronnen
- Voorzitter Raad van Discipline Amsterdam 21 september 2026, ECLI:NL:TADRAMS:2026:205, r.o. 4.2, 4.7 en 4.8geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Voorzitter Raad van Discipline Den Haag 10 december 2025, ECLI:NL:TADRSGR:2025:258, r.o. 4.7geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Raad van Discipline Den Haag 20 oktober 2025, ECLI:NL:TADRSGR:2025:210, r.o. 5.3 en 5.4geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Hof van Discipline 3 juli 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:200, r.o. 8.2 en 8.5geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 27 juli 2026, ECLI:NL:TADRSHE:2026:93, r.o. 2.2 en 5.6geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Rechtbank Amsterdam 12 augustus 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8258, r.o. 4.18-4.22geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Kantonrechter Rechtbank Oost-Brabant 12 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:909, r.o. 4.3, 4.5 en 4.6geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Kantonrechter Rechtbank Oost-Brabant 24 december 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8495, r.o. 4.30geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Voorzieningenrechter Rechtbank Gelderland 31 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6180, r.o. 5 en 5.1geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Kantonrechter Rechtbank Amsterdam 19 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2855, r.o. 4.2-4.3 en 4.14-4.15geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Kantonrechter Rechtbank Limburg 22 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5893, r.o. 4.7geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Kantonrechter Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 april 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2537, r.o. 3.45geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6682, r.o. 4.6 en 4.7geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Kantonrechter Rechtbank Noord-Holland 19 augustus 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:10816, r.o. 4.13 en 4.14geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, art. 21, 22 en 237geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Advocatenwet, art. 46geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Gedragsregels advocatuur 2018, regels 6-8geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Gedragsregels advocatuur 2018, regel 21geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Gedragsregels advocatuur 2018, regels 24 en 26geraadpleegd op 21 oktober 2026
- Advocatie, Advocaten gewaarschuwd na misbruik van AI in processtukken, 24 februari 2026geraadpleegd op 21 oktober 2026
- High Court (Divisional Court) 6 juni 2025, [2025] EWHC 1383 (Admin), [39]-[40], [48] en [72]geraadpleegd op 21 oktober 2026
Zie je een fout of is er iets veranderd? Mail lucas@minuut.eu, dan passen we het aan.
Past Minuut bij je praktijk?
Check in twee minuten hoeveel onderzoek Minuut je uit handen neemt
Beantwoord een paar korte vragen over je praktijk, en je ziet hoeveel uur juridisch onderzoek je per maand terugkrijgt. De eerste vraag staat al hieronder.
Welke omschrijving past het best bij je?
Je antwoord gaat mee, en je gaat verder bij vraag 2.
