Tegenargumenten vinden met AI: zo test je je eigen standpunt
Inhoud
- Waarom je de tegenargumenten al in je eerste stuk nodig hebt
- De cliënt moet weten waar de zaak kan stranden
- Waarom een chatbot je liever gelijk geeft
- Zo laat je AI je zwakke plekken vinden
- Zo test je elk tegenargument aan de rechtspraak
- Een uitgewerkt voorbeeld: het bestelsysteem dat bestellingen kwijtraakte
- Wat ik zou doen
- Je zwakke plekken, met de rechtspraak eronder
- Veelgestelde vragen
Het korte antwoordJa, AI is een goede advocaat van de duivel, mits je de juiste vraag stelt. Mijn regel: vraag AI niet of je gelijk hebt maar waar je onderuitgaat, en zoek elk tegenargument daarna op in de rechtspraak. Een chatbot geeft je graag gelijk, en de NOvA waarschuwt daar zelf voor. Of een tegenargument hout snijdt, blijkt pas uit de rechtsoverweging.
Vraag je een chatbot of je standpunt sterk is, dan hoor je vaak dat het sterk is. Daar leer je niets van, terwijl het tegenargument dat een zaak kost vaak gewoon in de wet staat. In 2010 verloren beleggers bij de Hoge Raad op twee verweren: ze hadden te laat geklaagd, en hun stuitingsexploten dekten niet de vordering waarop ze later ook procedeerden (ECLI:NL:HR:2010:BM9615). AI kan zulke zwakke plekken opsporen. Of ze in jouw zaak gewicht hebben, blijkt uit de rechtspraak.
Waarom je de tegenargumenten al in je eerste stuk nodig hebt
Je moet de tegenargumenten vroeg kennen, omdat het procesrecht je weinig ruimte geeft om ze later nog op te vangen. Als eiser vermeld je het verweer dat de gedaagde al voerde in je dagvaarding: “Het exploot van dagvaarding vermeldt de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor.” (art. 111 lid 3 Rv). Wat een kantonrechter deed toen dit verweer ontbrak, lees je in Een processtuk schrijven met AI.
Als gedaagde heb je nog minder ruimte. Je brengt “alle excepties en zijn antwoord ten principale tegelijk naar voren” (art. 128 lid 3 Rv), en wat je niet of niet voldoende betwist, “moet de rechter als vaststaand beschouwen” (art. 149 lid 1 Rv). In hoger beroep geldt hetzelfde voor de appellant, die volgens de Hoge Raad in beginsel in zijn memorie van grieven “aanstonds” al zijn bezwaren en nieuwe stellingen moet aanvoeren (ECLI:NL:HR:2008:BC4959, r.o. 4.2.3).
Daar komt art. 21 Rv bij: je moet de feiten “volledig en naar waarheid” aanvoeren, ook de feiten die tegen je pleiten. Een zwak punt verzwijgen kan dus niet. Er een antwoord op geven wel.
De cliënt moet weten waar de zaak kan stranden
Gedragsregel 16 regelt de informatieplicht. Volgens de toelichting dient een advocaat zijn cliënt “genoegzaam en tijdig te informeren, te waarschuwen, en duidelijkheid te scheppen omtrent de kansen en risico’s en de kosten van zijn optreden”, en dat schriftelijk te bevestigen.
In december 2013 gaf het Hof van Discipline een waarschuwing aan een advocaat die een procedure met geringe slagingskans had gevoerd. Het verwijt was niet dat de advocaat procedeerde, maar dat de cliënten niet genoeg over de risico’s waren geïnformeerd, en dat de processtukken onder de maat waren:
“Anders dan in hoger beroep is betoogd namens verweerster gaat het in deze zaak niet om het bewust nemen van risico’s door een procedure met geringe slagingskans te entameren maar om het feit dat verweerster klagers over die risico’s niet genoegzaam heeft geïnformeerd en over het feit dat de processtukken niet die kwaliteit hebben die van een redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht.”
Hof van Discipline 16 december 2013, ECLI:NL:TAHVD:2013:362, r.o. 5.7
Alleen mondeling bespreken is riskant. De Raad van Discipline Den Haag stelde in 2016 vast dat de advocaat de proceskansen en risico’s niet schriftelijk had vastgelegd, en omdat de cliënt het gesprek betwistte, “komt het gebrek aan schriftelijke vastlegging voor risico van verweerder” (ECLI:NL:TADRSGR:2016:102, r.o. 5.4). In een andere zaak miste de Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden “een op schrift gestelde scenario- en risicoplanning met een afweging van goede en kwade kansen” in het dossier, en in 2019 bekrachtigde het Hof van Discipline de waarschuwing (ECLI:NL:TAHVD:2019:26, r.o. 5.1).
Een verzwegen risico kan ook geld kosten. In 2015 liet de Hoge Raad een oordeel in stand dat een advocaat een beroepsfout maakte, omdat “in de rechtspraak en literatuur ten tijde van de advisering (…) uiteenlopend werd gedacht” over de vraag waarover hij adviseerde, en hij zijn cliënt niet voor het risico had gewaarschuwd (ECLI:NL:HR:2015:1406, r.o. 3.5).
Voor bedrijfsjuristen gelden de gedragsregels en het tuchtrecht niet, maar ook een directie wil de risico’s kennen voordat ze een standpunt inneemt.
Waarom een chatbot je liever gelijk geeft
Een chatbot is geneigd mee te gaan met wie de vraag stelt, en dat komt deels door hoe hij is getraind. Onderzoekers rond Mrinank Sharma lieten in 2023 zien dat vijf toonaangevende AI-assistenten “consistently exhibit sycophancy across four varied free-form text-generation tasks”. Ze schrijven dat gedrag deels toe aan de menselijke feedback waarmee modellen worden getraind, omdat die antwoorden kan belonen “that match user beliefs over truthful ones” (arXiv:2310.13548).
Ook de makers zien dit probleem. OpenAI draaide in april 2025 een update van GPT-4o in ChatGPT terug, omdat die “overly flattering or agreeable” was. Volgens OpenAI lette de update te veel op feedback van gebruikers op korte termijn, waardoor het model antwoorden gaf die “overly supportive but disingenuous” waren.
Bij juridische vragen gebeurt hetzelfde. Onderzoek naar Amerikaanse rechtspraak liet zien dat taalmodellen “often fail to correct a user’s incorrect legal assumptions” (Dahl e.a., 2024). Zet je een verkeerde premisse in je vraag, dan bouwt de chatbot er vaak gewoon op voort. Die bronnen gaan over modellen uit 2023 en 2025, maar de NOvA neemt het risico op in haar aanbevelingen: “Wees alert op AI-tools die geneigd zijn je prompt te bevestigen, ook als deze onjuist is.”
Ik vind een chatbot die instemt gevaarlijker dan een chatbot die het antwoord schuldig blijft. Bij de tweede zoek je verder. Bij de eerste stop je, omdat het antwoord bevestigt wat je al dacht.

Zo laat je AI je zwakke plekken vinden
Laat de chatbot een rol spelen die tegen je ingaat, en geef alleen de feiten, zonder je eigen conclusie. Prompttechniek is daarvoor niet nodig.
Zo verzamel je de aanvallen in vijf stappen
- Beschrijf de zaak feitelijk. Geef de feiten, de data en wat er is gezegd of geschreven, zonder je eigen oordeel. Een advocaat uit de AI-projectgroep van de NOvA raadt in een NOvA-bericht van mei 2026 aan om prompts “altijd zo feitelijk mogelijk op te stellen, zonder interpretaties, juridische terminologie of waardeoordelen om te voorkomen dat AI je volgt of stuurt in een bepaalde denkrichting”. Laat namen weg, want voor deze vraag heb je ze niet nodig.
- Vraag waar je onderuitgaat. Een vraag als “Ik sta aan de kant van de koper. Wat zijn de drie sterkste verweren van de verkoper, en welk feit maakt elk verweer het sterkst?” levert verweren op waar je mee verder kunt. De vraag “Is dit een sterke zaak?” levert vooral geruststelling op.
- Laat de wederpartij haar stuk schrijven. Vraag de chatbot om als advocaat van de wederpartij in vijf punten de kern van haar conclusie van antwoord op te schrijven, of de grieven tegen het vonnis dat jij wilt verdedigen.
- Laat daarna de rechter meelezen. Vraag welke feiten een kantonrechter of het hof nog mist om te beslissen, en welke vragen je cliënt ter zitting kan verwachten. Zo vind je naast zwakke argumenten ook de gaten in je dossier.
- Leg de lijst naast de correspondentie. Het verweer dat de wederpartij al voerde, staat in haar brieven en e-mails, en die kent een taalmodel niet. Zet wat de chatbot noemt en wat de wederpartij schreef samen in één lijst.
Dan heb je een lijst met mogelijke aanvallen, nog zonder antwoorden. De chatbot zoekt ze niet op in de rechtspraak en weet niet welke in jouw zaak gewicht hebben. Een tegenargument zonder bron is een vermoeden.
Zo test je elk tegenargument aan de rechtspraak
Een tegenargument is pas iets waard als duidelijk is welke norm erachter zit en hoe de rechter die toepast. Per tegenargument toets je dat in drie stappen: het wetsartikel waarop het steunt, in de geldende versie op wetten.overheid.nl, de rechtsoverweging waarin de Hoge Raad de maatstaf geeft, en die maatstaf naast je eigen feiten. Bij open normen noemt de Hoge Raad vaak een reeks omstandigheden, en die loop je één voor één langs. Hoe je zulke uitspraken vindt, lees je in Jurisprudentie zoeken.

Noemt de chatbot zelf een uitspraak, dan gelden vijf controlevragen. Bestaat de uitspraak? Is het de juiste (instantie, datum, onderwerp)? Staat het citaat er letterlijk in? Draagt de overweging de stelling? Geldt het oordeel nog? Het stappenplan staat in Verzonnen jurisprudentie door AI: zo controleer je een ECLI. Voor tegenargumenten komt er één vraag bij: gaat de uitspraak over feiten die op de jouwe lijken, of over een geval waarin het verweer om een reden opging die bij jou ontbreekt?
Zoek ook naar uitspraken die tegen je ingaan. In het arrest van 2015 baseerde de advocaat zijn advies op één arrest van de Hoge Raad. Volgens het hof had hij nader onderzoek moeten doen, en dan had hij kunnen ontdekken dat er in de literatuur verschillend over werd gedacht. Vind je geen uitspraak die het tegenargument draagt, dan zegt dat iets over de kracht ervan. Gepubliceerde rechtspraak is wel een selectie: niets vinden bewijst niet dat er niets is.
Een uitgewerkt voorbeeld: het bestelsysteem dat bestellingen kwijtraakte
Het geval hieronder is verzonnen, de wetsartikelen en uitspraken zijn echt. Een bakkerij sloot in februari 2021 een beheercontract met een IT-bedrijf voor haar online bestelsysteem. Al in de eerste weken kwamen er bestellingen niet door, en de bakker belde er twee keer de helpdesk over. De eerste e-mail met een klacht volgde in oktober 2021. In april 2022 liet de bakkerij het systeem door een ander bedrijf herstellen voor € 9.800 en schreef ze: “Wij stellen u aansprakelijk voor de kosten van het herstel van ons bestelsysteem.” Nu, in oktober 2026, wil de bakkerij die herstelkosten en de omzet die ze misliep terugvorderen, en jij staat aan haar kant.
Vraag je AI waar deze zaak onderuitgaat, dan horen in het antwoord in elk geval de klachtplicht en de verjaring te staan. Ontbreken ze, dan weet je meteen hoeveel je aan dat antwoord hebt.
Of de bakkerij op tijd heeft geklaagd
Het eerste verweer van het IT-bedrijf is dat de bakkerij te laat heeft geprotesteerd. Art. 6:89 BW bepaalt: “De schuldeiser kan op een gebrek in de prestatie geen beroep meer doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar terzake heeft geprotesteerd.” Wat “bekwame tijd” is, volgt uit het arrest van 2010:
“Het hof heeft daarbij terecht tot uitgangspunt genomen dat voor het antwoord op de vraag of tijdig is geprotesteerd, acht moet worden geslagen op alle relevante omstandigheden, waaronder het nadeel als gevolg van het verstrijken van de tijd totdat tegen de afwijking is geprotesteerd, en in elk geval ook op de waarneembaarheid van de afwijking, de deskundigheid van partijen, de onderlinge verhouding van partijen, de aanwezige juridische kennis en de behoefte aan voorafgaand deskundig advies.”
Hoge Raad 8 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9615, r.o. 3.4
Die omstandigheden leg je naast de feiten. De afwijking was snel waarneembaar, want de bakker belde er in de eerste weken al twee keer over, en dat pleit tegen de bakkerij. Aan de andere kant telt de deskundigheid van partijen: een bakker is geen IT’er en had misschien advies nodig voordat hij wist of het aan het systeem lag of aan iets anders. In 2013 voegde de Hoge Raad er in een zaak tussen beleggers en hun bank aan toe dat het verstreken tijdsverloop “weliswaar een belangrijke factor” is, “maar is niet doorslaggevend”, en dat de rechter ook kijkt naar het nadeel van de schuldenaar door het late protest, zoals “een benadeling in zijn bewijspositie” (ECLI:NL:HR:2013:BY4600, r.o. 4.2.6).
Vraag je cliënt wat de bakker precies tegen de helpdesk zei, en of daar iets van op papier staat, zoals een ticketnummer. Of die telefoontjes als protest tellen, zoek je daarna in de rechtspraak op. Het IT-bedrijf moet zelf stellen welk nadeel het door de late klacht had. Bewaarde het zijn logbestanden bijvoorbeeld maar een paar maanden, dan kan het zich beroepen op een benadeling in zijn bewijspositie.
Of de brief van april 2022 de verjaring heeft gestuit
Het tweede verweer gaat over de omzet. Een vordering tot schadevergoeding verjaart volgens art. 3:310 lid 1 BW “door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade (…) als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden”. Wist de bakkerij in maart 2021 dat ze omzet misliep en wie daarvoor aansprakelijk was, dan liep die termijn voor de omzet uit die eerste maanden in maart 2026 af. Voor die omzet hangt het er dus van af of de bakkerij vóór die tijd iets schreef dat de verjaring stuitte, en de brief van april 2022 is daarvan het belangrijkste stuk.
Art. 3:317 lid 1 BW laat een schriftelijke mededeling de verjaring stuiten als de schuldeiser zich daarin “ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt”. Wat daarvoor nodig is, staat in hetzelfde arrest van 2010:
“Voor een voldoende duidelijke waarschuwing is immers noodzakelijk dat voor de schuldenaar kenbaar is welke vordering is bedoeld. Daartoe is in elk geval vereist dat de vordering zodanig is omschreven dat de schuldenaar daaruit kan begrijpen welk recht op nakoming wordt voorbehouden en waartegen hij zich eventueel heeft te verweren.”
Hoge Raad 8 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9615, r.o. 3.5
Daar zit de zwakke plek: de brief noemt de herstelkosten, en het IT-bedrijf kan zeggen dat het daaruit niet kon begrijpen dat de bakkerij zich ook de gederfde omzet voorbehield. In de zaak van 2010 vond het hof dat de beleggers niet konden volstaan met een “zeer algemene aanduiding” van hun vordering, en de Hoge Raad liet dat oordeel in stand. Daar ging het wel om een andere vordering met een andere grondslag, terwijl de omzet bij de bakkerij een andere schadepost is uit dezelfde tekortkoming. In dezelfde overweging noemt de Hoge Raad het juist dat aan de brief “niet de eis kan worden gesteld dat deze nauwkeurig de vordering moet omschrijven”. De bakkerij heeft dus een antwoord, en ook dat zoek je op. Vraag je cliënt ook of er andere brieven of e-mails zijn waarin de omzet wel ter sprake kwam.
Een uitkomst levert dit niet op. Wel weet je nu welke twee verweren komen, welke maatstaf de rechter erop toepast, welke feiten je nog mist en wat je je cliënt schriftelijk over de risico’s moet vertellen.
Wat ik zou doen
Ik zou AI vragen waar je onderuitgaat en elk tegenargument daarna opzoeken in de rechtspraak, zeker bij stukken die je later niet meer kunt aanvullen en bij adviezen waarop je cliënt een beslissing neemt.
Ik zou het in vier stappen doen:
- Laat AI de aanvallen verzamelen. Geef de feiten zonder je conclusie, laat de chatbot de wederpartij en daarna de rechter spelen, en vul de lijst aan met wat de wederpartij al schreef.
- Zoek bij elk tegenargument de norm en de maatstaf. Open het wetsartikel, lees de rechtsoverweging waarin de Hoge Raad de omstandigheden noemt, en leg je feiten ernaast.
- Schrijf je antwoord op elk punt in je stuk. Het verweer dat je al kent, beantwoord je in je eerste stuk, want later is er vaak geen ruimte meer voor.
- Leg de zwakke plekken vast voor je cliënt. Ik zou de lijst met risico’s en mijn inschatting schriftelijk aan de cliënt geven, ook als de zaak toch doorgaat.
Een tegenargument streep ik nooit weg omdat de chatbot het zwak noemde. Of het zwak is, blijkt uit de rechtsoverweging.
Je zwakke plekken, met de rechtspraak eronder
Met een kritische vraag aan een chatbot kom je al een eind, en daar heb je Minuut niet voor nodig. Het verschil zit in de stap daarna: weten welke tegenargumenten in de rechtspraak gewicht hebben, en wat je ertegen inbrengt. Minuut is een team van AI-onderzoekers dat Nederlandse wetgeving, rechtspraak en EU-recht doorzoekt, elkaars werk tegenleest en elke bronverwijzing naast de oorspronkelijke tekst legt. Het zoekt naar blinde vlekken, ontbrekende feiten en zwakke argumenten, ook in je eigen positie, en zet de sterkste lijn van de wederpartij ernaast, onderbouwd met rechtspraak.
Na een onderzoek van anderhalf uur of langer krijg je een memo met de rechtsvraag, het juridisch kader en de rechtspraak, de toepassing op jouw zaak, een advies en een conclusie met risico-inschatting. Elke bron en rechtsoverweging kun je met één klik nalezen. Ik heb Minuut ingericht rond wat de NOvA vraagt: een bron bij elke stelling en tegenargumenten standaard. Hoe zo’n memo eruitziet, zie je op de voorbeeldmemo-pagina. Hoe je zelf een memo opbouwt, lees je in Een juridische memo schrijven.
Ik bouw Minuut zodat ook een advocaat zonder researchteam een rechtsvraag grondig kan laten uitzoeken.
Wil je weten waar je zaak onderuitgaat voordat de rechter het zegt? Check of Minuut bij je past.
Veelgestelde vragen
Kan ChatGPT advocaat van de duivel spelen?
Ja, als je vraagt waar je standpunt onderuitgaat en ChatGPT de rol van de wederpartij of de rechter geeft. De tegenargumenten die het noemt, zoek je daarna zelf op in de rechtspraak.
Geeft een chatbot je vaker gelijk dan terecht is?
Ja. Onderzoek uit 2023 vond dat vijf toonaangevende AI-assistenten consequent meegingen met de gebruiker, en OpenAI draaide in april 2025 een ChatGPT-update terug die te instemmend was.
Kan AI het verweer van de wederpartij voorspellen?
Nee. AI kan de verweren noemen die voor de hand liggen. Wat de wederpartij al aanvoerde, staat in haar correspondentie, en hoe de rechter beslist, kan geen chatbot voorspellen.
Moet ik tegenargumenten al in mijn dagvaarding behandelen?
Ja, in elk geval het verweer dat de gedaagde al tegen de eis heeft aangevoerd, met de gronden daarvoor (art. 111 lid 3 Rv). Als gedaagde breng je alle excepties en je verweer ten principale tegelijk naar voren (art. 128 lid 3 Rv).
Moet ik mijn cliënt vertellen waar de zaak zwak is?
Ja. Volgens de tuchtrechter hoort het inschatten van de slagingskans en het informeren van de cliënt bij de professionele standaard (ECLI:NL:TAHVD:2013:362, r.o. 5.5). Schriftelijke vastlegging is verstandig: betwist de cliënt later dat het gesprek plaatsvond, dan kan het gebrek aan vastlegging voor jouw risico komen.
Mag ik mijn processtuk in ChatGPT zetten om tegenargumenten te vinden?
Nee, niet onbewerkt. Een dossierstuk hoort niet in een chatbot met consumentenvoorwaarden of op een gratis abonnement, en voor tegenargumenten heb je geen namen nodig. Anonimiseer eerst, of beschrijf alleen de feiten.
Bronnen
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, art. 21, 111, 128 en 149 (geldend van 14-07-2026 t/m heden)geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, art. 6:89 (geldend van 16-07-2026 t/m heden)geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Burgerlijk Wetboek Boek 3, art. 3:310 en 3:317 (geldend van 01-07-2025 t/m heden)geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Hoge Raad 8 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9615, r.o. 3.4 en 3.5geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Hoge Raad 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4600, r.o. 4.2.6 en 5.4geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1406, r.o. 3.4.3 en 3.5geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Hoge Raad 20 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4959, r.o. 4.2.3geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Hof van Discipline 16 december 2013, ECLI:NL:TAHVD:2013:362, r.o. 5.5 en 5.7geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Raad van Discipline 's-Gravenhage 23 mei 2016, ECLI:NL:TADRSGR:2016:102, r.o. 5.4geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Hof van Discipline 19 april 2019, ECLI:NL:TAHVD:2019:26, r.o. 5.1geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Gedragsregel 16 en toelichting (Gedragsregels advocatuur 2018)geraadpleegd op 22 oktober 2026
- NOvA, Aanbevelingen AI in de advocatuurgeraadpleegd op 22 oktober 2026
- NOvA, Verantwoord werken met AI in de praktijk, 21 mei 2026geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Sharma e.a., Towards Understanding Sycophancy in Language Models (arXiv:2310.13548)geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Dahl, Magesh, Suzgun en Ho, Large Legal Fictions, Journal of Legal Analysis 16 (2024) (arXiv:2401.01301)geraadpleegd op 22 oktober 2026
- OpenAI, Sycophancy in GPT-4o: what happened and what we're doing about it, 29 april 2025 (via Wayback Machine)geraadpleegd op 22 oktober 2026
Zie je een fout of is er iets veranderd? Mail lucas@minuut.eu, dan passen we het aan.
Past Minuut bij je praktijk?
Check in twee minuten hoeveel onderzoek Minuut je uit handen neemt
Beantwoord een paar korte vragen over je praktijk, en je ziet hoeveel uur juridisch onderzoek je per maand terugkrijgt. De eerste vraag staat al hieronder.
Welke omschrijving past het best bij je?
Je antwoord gaat mee, en je gaat verder bij vraag 2.
