Een processtuk schrijven met AI: wat kan wel en wat niet?
Inhoud
- Mag je een processtuk met AI schrijven?
- Waar AI helpt in een processtuk
- Wat rechters zien in stukken die AI schreef
- Wat AI per processtuk wel en niet kan
- Wat je controleert voordat je indient
- Moet je zeggen dat je AI gebruikte?
- Hoe ik het zou aanpakken
- Een onderzoeksbasis onder je processtuk
- Veelgestelde vragen
Het korte antwoordJa, AI mag meeschrijven aan een processtuk, en voor opbouw, formulering en inkorten werkt het goed. Ik trek de grens bij de redenering: de stellingen en de bronnen moet je ter zitting kunnen verdedigen, dus die lees en kies je zelf. Geen procesreglement verbiedt AI in een processtuk. Rechters straffen wel gronden af die ze niet kunnen volgen en verwijzingen die niet kloppen.
Een advocaat bij de rechtbank Oost-Brabant liet ChatGPT beoordelen of een businessplan aan de offerte voldeed. Hij legde die analyse als productie over en bouwde zijn conclusie van antwoord erop. In april 2026 sloeg de rechtbank geen acht op de analyse. Zijn beroep op een tekortkoming was daardoor onvoldoende gemotiveerd, “omdat er zonder de inhoud van het antwoord van ChatGPT vrijwel niets overblijft” (ECLI:NL:RBOBR:2026:2232, r.o. 4.7). Zijn verweer bestond vrijwel alleen uit die analyse.
Mag je een processtuk met AI schrijven?
Ja, een advocaat mag AI gebruiken bij een processtuk, zolang hij voor elke zin instaat. Een verbod bestaat niet: het landelijk procesreglement voor de rechtbanken (tweede versie, 1 juli 2026) en dat voor de gerechtshoven (achttiende versie, 1 januari 2026) zeggen niets over AI. De Rechtspraak gaat er in haar AI-strategie zelfs van uit dat het gebeurt: “Procespartijen zullen AI gebruiken”.
De verantwoordelijkheid verandert er niet door. Gedragsregel 14 begint met “De advocaat draagt volledige verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de opdracht”, en de NOvA schrijft in haar aanbevelingen: “De advocaat blijft altijd zelf verantwoordelijk voor het uiteindelijke advies en de bescherming van cliëntbelangen.” Die aanbevelingen zijn niet bindend, maar ik zou ze als maatstaf voor AI-gebruik aanhouden. Wat dat voor het beleid op een kantoor betekent, staat in Mag een advocaat AI gebruiken?
Waar AI helpt in een processtuk
AI is bij een processtuk het nuttigst voor de vorm: volgorde, kopjes, lengte en toon. De redenering ligt anders. Welke feiten je stelt, welke verweren je voert en welke bron je stelling draagt, moet je ter zitting kunnen verdedigen.
Voor vormwerk zou ik een chatbot gerust gebruiken:
- Indeling. Uit aantekeningen en een ruwe opzet maakt AI een opbouw met tussenkopjes en genummerde randnummers, met de opdracht niets toe te voegen.
- Inkorten. AI wijst per alinea aan wat dubbel staat of weg kan. Wat eruit gaat, beslis je zelf.
- Samenvatting. Bij een stuk van meer dan tien pagina’s vraagt het procesreglement van de rechtbanken een samenvatting, en AI kan die uit je eigen tekst maken.
- Toon. AI schrapt herhaling, emotie en lange zinnen.
- Consistentie. AI zoekt bedragen, data en namen die op verschillende plekken anders staan.
Voor de inhoud is AI minder geschikt. Het kent het dossier niet, weet niet wat de wederpartij in haar e-mails schreef en heeft geen belang bij de uitkomst. Over partijdigheid zegt de NOvA dan ook: “AI mag hierin nooit leidend zijn.”
Een chatbot is bovendien geneigd het met je eens te zijn. De NOvA waarschuwt daarvoor: “Wees alert op AI-tools die geneigd zijn je prompt te bevestigen, ook als deze onjuist is.” Ik vind een chatbot die je gelijk geeft gevaarlijker dan een chatbot die niets weet, want je merkt het pas als de wederpartij je standpunt onderuithaalt. Hoe AI juist naar je zwakke plekken zoekt, staat in Tegenargumenten vinden met AI.
Ook bij vormwerk is het verstandig alleen in te voeren wat nodig is. Voor het herschrijven van een alinea zijn geen namen nodig, en een dossierstuk hoort niet in een chatbot met consumentenvoorwaarden of op een gratis abonnement. Anonimiseren of werken in een zakelijk account met afspraken over vertrouwelijkheid lost dat op. Meer daarover in ChatGPT en je geheimhoudingsplicht.

Wat rechters zien in stukken die AI schreef
Een rechter die een grond niet kan volgen, laat hem onbesproken of beoordeelt hem alleen op wat ter zitting is toegelicht. Dat gebeurde in juni 2026 bij de rechtbank Limburg, in een beroepschrift dat met een AI-instrument was opgesteld:
“De beroepsgronden zijn zeer breed ingestoken en blijven veelal in algemeenheden hangen. Het is voor de rechtbank daardoor lastig om de standpunten van eiser te doorgronden en te duiden waar het eiser echt om gaat. (…) Eiser was tijdens de zitting niet in staat om de andere gronden uit het beroepschrift toe te lichten. Deze beroepsgronden worden daarom niet door de rechtbank beoordeeld.”
Rechtbank Limburg 16 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5754, r.o. 35
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde in juli 2026 een grond wel, maar alleen aan de hand van wat de appellant ter zitting had verklaard, omdat het beroepschrift volgens de Afdeling “geen navolgbare onderbouwing” bevatte (ECLI:NL:RVS:2026:4143, r.o. 4).
In beide zaken procedeerden de partijen zonder advocaat, maar het mechanisme is voor een advocaat hetzelfde: een grond die ter zitting niet is toe te lichten, kan onbesproken blijven. Dat risico is groter als de redenering uit een chatbot komt. In Oost-Brabant vroeg de rechtbank welke opdracht de advocaat ChatGPT had gegeven, en kreeg zij dit antwoord: “De advocaat heeft aangegeven dat hij niet meer beschikt over het exact gegeven prompt.” (RBOBR:2026:2232, r.o. 4.7).
Verzonnen en onjuiste uitspraken hebben eigen gevolgen, van een verwijzing die niet meetelt tot een berisping. Die staan uitgewerkt in AI-fouten in processtukken.
Wat AI per processtuk wel en niet kan
Wat de wet per stuk vraagt, bepaalt waar AI helpt. Hieronder de dagvaarding, de conclusie van antwoord en de memorie van grieven.
Een dagvaarding die aan art. 111 Rv voldoet
Een dagvaarding bevat meer dan de eis en de gronden: ook het verweer dat de gedaagde al voert en het bewijsaanbod horen erin. Art. 111 lid 2 onder d Rv vraagt “de eis en de gronden daarvan”, en lid 3 voegt toe:
“Het exploot van dagvaarding vermeldt de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor. Verder vermeldt het exploot de bewijsmiddelen waarover eiser kan beschikken en de getuigen die hij kan doen horen ter staving van de aldus betwiste gronden van de eis.”
Art. 111 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI is hier nuttig voor de opbouw. Met een feitenoverzicht en aantekeningen over de gronden, zonder namen, maakt het een indeling in de feiten, de grondslag van de vordering, het verweer van de gedaagde en het bewijsaanbod. Daarbij hoort de opdracht niets toe te voegen wat niet in de aantekeningen staat en geen uitspraken te noemen.
Lid 3 kan AI niet invullen. Het verweer van de wederpartij staat in haar e-mails en brieven, en die kent AI niet. Juist dit onderdeel ging mis in een zaak bij de kantonrechter in Amsterdam, in maart 2026. Het bekende verweer was in de dagvaarding niet goed weergegeven. De gedaagde stelde dat de dagvaarding een obscuur libel was, onder meer omdat er AI zou zijn gebruikt. De rechter stelde AI-gebruik niet vast en vond de dagvaarding ook niet nietig, omdat de gedaagde had begrepen waar het om ging (r.o. 4.3). Daarna merkte hij op:
“Van een juridische professional mag worden verwacht dat hij de leerstukken omtrent processtukken in acht neemt.”
Kantonrechter Rechtbank Amsterdam 19 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2855, r.o. 4.4
De eiser verleende zelf beroepsmatig juridische bijstand en trad via zijn eigen juridische onderneming op. Volgens de kantonrechter had hij “de waarheidsplicht en substantiëringplicht geschonden” door het bekende verweer “niet volledig en juist weer te geven in de dagvaarding, en aan te geven waarom dit verweer niet slaagt” (r.o. 4.4). Op grond van art. 21 Rv kan de rechter daaraan de gevolgen verbinden die hij geraden acht.
Het verweer en de reden waarom het niet opgaat zijn dus eerst eigen werk, uit de correspondentie. AI kan ze daarna in de goede volgorde zetten.
Een conclusie van antwoord waarin je hele verweer staat
In een conclusie van antwoord moet alles in één keer, dus een vergeten punt is duur. Art. 128 lid 3 Rv bepaalt:
“De gedaagde brengt alle excepties en zijn antwoord ten principale tegelijk naar voren, op straffe van verval van de niet aangevoerde excepties en, indien niet ten principale is geantwoord, van het recht om dat alsnog te doen.”
Art. 128 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 5 vraagt daarbij “de bewijsmiddelen waarover gedaagde kan beschikken tot staving van de gronden van zijn verweer, alsmede de getuigen die hij daartoe kan doen horen”.
Hier is AI het nuttigst als tweede lezer. Met de dagvaarding naast het concept somt het elke stelling van de eiser op, met het randnummer in het concept waar die wordt besproken. Wat zonder antwoord blijft, valt direct op. Ook een tweede lezer slaat weleens iets over, dus die lijst loop je daarna zelf langs de dagvaarding.
Het verweer zelf bedenkt AI slecht. Het kent de stukken van de wederpartij niet en levert een verweer dat in het algemeen bij zo’n zaak past.
Wat een vergeten verweer kost, liet de Raad van Discipline ’s-Hertogenbosch in juli 2026 zien. Hij rekende een advocaat onder meer aan dat zij in een conclusie van antwoord “met geen woord gerept” had “over de subsidiaire vordering op grond van dringend eigen gebruik en dus tegen die subsidiaire vordering geen enkel verweer gevoerd” (ECLI:NL:TADRSHE:2026:93, r.o. 5.9). Dat haar cliënt zijn standpunt toch nog kon geven, kwam volgens de raad “louter” doordat de kantonrechter hem daartoe uitdrukkelijk uitnodigde. Waarom het verweer ontbrak, werd in de zaak niet duidelijk. Wel stond in dezelfde conclusie rechtspraak die zij “klakkeloos” uit een AI-tool had overgenomen (r.o. 5.6).
Welke verweren worden gevoerd, blijft inhoudelijk werk van de advocaat. AI kan die keuzes daarna uitschrijven.
Een memorie van grieven die het hof kan volgen
In hoger beroep moet alles in de memorie van grieven staan, en wat er niet in staat, is in beginsel te laat. Art. 347 lid 1 Rv bepaalt kort: “In hoger beroep worden een conclusie van eis en een conclusie van antwoord genomen.” De Hoge Raad leidt daaruit af dat de rechter “in beginsel niet behoort te letten op grieven die in een later stadium dan de conclusie van eis” worden aangevoerd (r.o. 4.2.2), en dat van de appellant in beginsel mag worden verlangd:
“(…) dat hij in zijn conclusie van eis (memorie van grieven) aanstonds niet alleen al zijn bezwaren tegen de beslissingen van de lagere rechter aanvoert, maar ook de nieuwe feiten of stellingen naar voren brengt waarop hij zich in appel mede wenst te beroepen.”
Hoge Raad 20 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4959, r.o. 4.2.3
Voor de geïntimeerde geldt hetzelfde: wijziging of uitbreiding van zijn verweren “dient plaats te vinden in de eerste conclusie in hoger beroep” (ECLI:NL:HR:2017:3238, r.o. 3.3.2).
Een grief moet ook te volgen zijn. In december 2025 schreef de Hoge Raad dat de gronden “voldoende kenbaar zijn voor de rechter en voor de wederpartij, welke laatste immers moet kunnen weten waartegen zij zich in de procedure in hoger beroep heeft te verweren”. En verder: “Indien is volstaan met een verwijzing naar of herhaling van hetgeen in eerste aanleg is gesteld, hangt het af van de omstandigheden van het geval of aan deze eis is voldaan.” (ECLI:NL:HR:2025:1899, r.o. 3.2). Het hof had daar een grief ten onrechte gepasseerd. Een grief die op zichzelf te volgen is, neemt dat risico weg.
Ook de lengte is begrensd. Volgens het procesreglement van de gerechtshoven beslaan de memorie van grieven en de memorie van antwoord “ieder niet meer dan 25 bladzijden”, en bij incidenteel hoger beroep 15. Gaat een memorie daar zonder toestemming overheen, dan “wordt de memorie geweigerd” (art. 2.13.1). Meer bladzijden vraag je gemotiveerd aan, uiterlijk vier dagen voor de roldatum (art. 2.13.2).
Een memorie moet dus volledig en kort tegelijk zijn, en daar kan AI bij helpen. Het knipt het vonnis per rechtsoverweging op in de beslissingen waartegen een grief nodig is. Daarna kan het inkorten waar de memorie herhaalt wat al in eerste aanleg stond. Na elke inkortronde tellen de grieven en de nieuwe stellingen opnieuw, want wat eruit valt, komt in beginsel niet meer terug.
Wat je controleert voordat je indient
Elke uitspraak gaat eerst langs vijf vragen: bestaat de uitspraak, is het de goede (instantie, datum, onderwerp), staat het citaat er letterlijk in, draagt de overweging de stelling en geldt het oordeel nog? Het stappenplan staat in Verzonnen jurisprudentie door AI: zo controleer je een ECLI. Bij een processtuk komen er zes controles bij.
- Wetsartikelen. Elk artikel dat je noemt, lees je op wetten.overheid.nl in de versie die gold op het moment waar het om gaat, en je ziet daarbij of het aangehaalde lid bestaat. De tuchtrechter rekende een advocaat aan dat het artikel waarop zij zich beriep “geenszins van toepassing” was (TADRSHE:2026:93, r.o. 5.8).
- Resten AI-tekst. Zinnen die de AI aan de gebruiker richtte in plaats van aan de rechter kunnen in het stuk blijven staan. In een bijlage bij een beroepschrift stond nog: “Als u mij de aard van de overtreding geeft, kan ik hier gerichte ECLI’s bij zetten die uw punt echt ondersteunen.” (ECLI:NL:RBMNE:2026:3994, r.o. 28).
- Feiten tegen het dossier. Elk bedrag, elke datum en elke versie van een stuk moet kloppen, want art. 21 Rv verplicht je de feiten “volledig en naar waarheid aan te voeren”. In Oost-Brabant had de advocaat een concept van het businessplan in ChatGPT gezet in plaats van de definitieve versie, en dat had “gevolgen voor het antwoord van ChatGPT” (RBOBR:2026:2232, r.o. 4.7).
- Producties. Art. 85 lid 1 Rv verplicht je een afschrift bij te voegen van elk stuk waarop je je beroept, tenzij je dat al bij een eerder processtuk in dezelfde zaak voegde. In de Amsterdamse zaak waren er producties bijgevoegd waarnaar niet werd verwezen, en werd verwezen naar producties die ontbraken (RBAMS:2026:2855, r.o. 4.4).
- Procesreglement. Bij de rechtbank begint een stuk van meer dan tien pagina’s “met een samenvatting en bevat tussenkopjes”, en boven de 25 pagina’s licht je kort toe waarom die omvang nodig is (art. 2.13). Een vast maximum is er niet. Een advocaat schreef in een conclusie van antwoord dat het reglement een maximum van vijftien pagina’s stelde, en kreeg dat van de tuchtrechter aangerekend (TADRSHE:2026:93, r.o. 5.7).
- De redenering. Loop het stuk per randnummer door en kijk waarom elk randnummer erin staat. Is het antwoord “omdat het in het concept stond”, dan is het ter zitting nog niet te verdedigen en schrijf je het opnieuw.

Moet je zeggen dat je AI gebruikte?
Aan de rechter hoef je het niet uit jezelf te melden, maar aan de cliënt zou ik het altijd vertellen. De procesreglementen van de rechtbanken en de hoven kennen geen meldplicht, en ook op rechtspraak.nl staat er geen regel over voor procespartijen.
Wordt een AI-analyse overgelegd, dan kan de rechter vragen hoe die tot stand kwam, zoals in Oost-Brabant. Wat rechters dan vragen, staat in ChatGPT-output als bewijs. AI-output overleggen mag, maar ik zou het niet doen: AI kan de bron vinden, en die bron leg je zelf over. Gebeurt het toch, dan horen de vraagstelling en de invoer erbij.
Over de cliënt zegt de NOvA: “Vraag toestemming aan de cliënt voor AI-gebruik in het dossier.” Ik zou de cliënt vertellen hoe AI wordt gebruikt en om akkoord vragen. Eén alinea in de opdrachtbevestiging volstaat. Voor stagiairs geldt dat ook richting hun patroon.
Hoe ik het zou aanpakken
Mijn lijn: AI schrijft mee aan de vorm, de redenering is van de advocaat. In de praktijk zou ik zo werken:
- Eerst zelf het skelet. In steekwoorden: welke feiten, welke stellingen en welke bron bij welke stelling. Dat deel komt niet uit AI.
- Dan de vorm via AI. Indeling, formulering, inkorten en samenvatting, met alleen de gegevens die nodig zijn, zonder namen en met de opdracht niets toe te voegen.
- AI als tweede lezer. Het concept naast de dagvaarding of het vonnis, om stellingen of beslissingen te vinden die onbehandeld blijven. Die lijst controleer ik zelf.
- Elke bron zelf lezen. Per uitspraak de vijf vragen, en elk wetsartikel in de geldende versie.
- Een laatste lezing alsof het ter zitting is. Elke zin die ik niet kan uitleggen, gaat eruit of wordt herschreven.
Een onderzoeksbasis onder je processtuk
Voor het schrijven zelf is Minuut niet nodig: formuleren kan met elke AI. Minuut helpt bij de stap daarvoor, het uitzoeken wat de wet en de rechtspraak over jouw punt zeggen voordat je je stelling kiest. Het is de onderzoeksbasis onder je processtuk: een team van AI-onderzoekers dat Nederlandse wetgeving, rechtspraak en EU-recht doorzoekt, elkaars werk tegenleest en elke bronverwijzing naast de oorspronkelijke tekst legt.
Na een onderzoek van anderhalf uur of langer krijg je een memo met de rechtsvraag, het juridisch kader en de rechtspraak, de toepassing op jouw zaak, een advies en een conclusie met risico-inschatting. De zwakke punten in je eigen positie staan er ook in, en die wil je kennen voordat je een conclusie van antwoord schrijft of een vonnis beoordeelt voor hoger beroep. Elke bron is met één klik na te lopen. Hoe zo’n memo eruitziet, zie je op de voorbeeldmemo-pagina.
Ik bouw Minuut zodat ook een advocaat zonder researchteam een rechtsvraag grondig kan laten uitzoeken, en zelf tijd houdt voor het oordeel.
Ligt er een processtuk op je bureau? Check of Minuut bij je past.
Veelgestelde vragen
Mag ik als advocaat een processtuk met ChatGPT schrijven?
Ja. De procesreglementen van de rechtbanken en de hoven bevatten geen regel over AI, maar de advocaat blijft volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van de opdracht (gedragsregel 14). AI mag meeschrijven aan de vorm. Dossiergegevens blijven buiten de chatbot of worden geanonimiseerd.
Kan AI een dagvaarding maken die aan art. 111 Rv voldoet?
Niet op eigen kracht. AI kan de opbouw verzorgen, maar het verweer dat de gedaagde al voerde en het bewijsaanbod (art. 111 lid 3 Rv) komen uit het dossier. Een kantonrechter in Amsterdam oordeelde dat het niet volledig en juist weergeven van het bekende verweer de waarheids- en substantiëringsplicht schond (ECLI:NL:RBAMS:2026:2855).
Kan AI controleren of mijn conclusie van antwoord compleet is?
Ja, als tweede lezer. AI legt elke stelling uit de dagvaarding naast het concept, en de lijst die daaruit komt controleer je zelf. Excepties die niet tegelijk met het antwoord ten principale worden aangevoerd, vervallen (art. 128 lid 3 Rv).
Hoeveel bladzijden mag een memorie van grieven hebben?
25 bij de gerechtshoven, en 15 bij incidenteel hoger beroep. Een te lange memorie wordt zonder toestemming geweigerd (procesreglement gerechtshoven, art. 2.13.1). Bij de rechtbanken geldt geen vast maximum, wel een samenvatting en tussenkopjes boven tien pagina’s.
Moet ik de rechter vertellen dat ik AI heb gebruikt?
Nee, de procesreglementen kennen geen meldplicht. Wordt een AI-analyse overgelegd, dan kan de rechter wel vragen welke opdracht is gegeven en wat er is ingevoerd, zoals de rechtbank Oost-Brabant deed (ECLI:NL:RBOBR:2026:2232).
Bronnen
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, art. 21, 85, 111, 128 en 347 (geldend van 14-07-2026 t/m heden)geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken handel en kanton, tweede versie, 1 juli 2026, art. 2.13geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, achttiende versie, 1 januari 2026, art. 2.13.1 en 2.13.2geraadpleegd op 22 oktober 2026
- De Rechtspraak, Verantwoord en innovatief: AI voor een rechtvaardige Rechtspraakgeraadpleegd op 22 oktober 2026
- Rechtbank Oost-Brabant 8 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2232, r.o. 3.4, 4.6 en 4.7geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Kantonrechter Rechtbank Amsterdam 19 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2855, r.o. 4.2-4.4geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Rechtbank Limburg 16 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5754, r.o. 35geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 15 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4143, r.o. 4geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Rechtbank Midden-Nederland 11 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3994, r.o. 28geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Hoge Raad 20 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4959, r.o. 4.2.2-4.2.3geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Hoge Raad 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3238, r.o. 3.3.2geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Hoge Raad 12 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1899, r.o. 3.2-3.3geraadpleegd op 22 oktober 2026
- Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 27 juli 2026, ECLI:NL:TADRSHE:2026:93, r.o. 5.6-5.9geraadpleegd op 22 oktober 2026
- NOvA, Aanbevelingen AI in de advocatuurgeraadpleegd op 22 oktober 2026
- Gedragsregel 14 (Gedragsregels advocatuur 2018)geraadpleegd op 22 oktober 2026
Zie je een fout of is er iets veranderd? Mail lucas@minuut.eu, dan passen we het aan.
Past Minuut bij je praktijk?
Check in twee minuten hoeveel onderzoek Minuut je uit handen neemt
Beantwoord een paar korte vragen over je praktijk, en je ziet hoeveel uur juridisch onderzoek je per maand terugkrijgt. De eerste vraag staat al hieronder.
Welke omschrijving past het best bij je?
Je antwoord gaat mee, en je gaat verder bij vraag 2.
