AI citeert een bestaande uitspraak: klopt wat er staat?

Geschreven door

Lucas HogendoornOprichter Minuut.eu

Een bestaand ECLI bewijst niets. Zo controleer je of de uitspraak en de rechtsoverweging echt zeggen wat AI beweert, en of het oordeel nog geldt.

Portret van Lucas Hogendoorn
Inhoud
  1. Een bestaand ECLI is nog geen goede bron
  2. Vijf manieren waarop een echte uitspraak verkeerd wordt geciteerd
  3. Zo controleer je wat een uitspraak echt zegt
  4. Geldt de maatstaf nog? Een uitgewerkt voorbeeld
  5. Als de wederpartij een bestaande uitspraak verkeerd citeert
  6. Hoe ik het zelf aanpak
  7. Zien wat de rechter echt schreef
  8. Veelgestelde vragen

Het korte antwoordEen bestaand ECLI bewijst alleen dat er een uitspraak is. Of die zegt wat AI erover schrijft, blijkt pas uit de rechtsoverweging zelf. Ik neem daarom niets van AI over zonder die overweging te lezen. In 2025 en 2026 troffen rechters in processtukken echte arresten aan met citaten die er niet in staan en regels die er niet in te vinden zijn. Ook een regel die de Hoge Raad heeft verlaten, staat nog ongewijzigd online, zonder waarschuwing.

Een conclusie van antwoord in een Eindhovense huurzaak bevatte de zin: “De Hoge Raad heeft bepaald dat het gaat om de duurzame persoonlijke binding met het gehuurde en het zwaartepunt van het persoonlijk leven”, met een ECLI erachter. Dat ECLI bestaat. Wie het opent, vindt een strafzaak van de Hoge Raad van 2 juli 2013, zonder gepubliceerde tekst.

Een ECLI dat niet bestaat, valt met één zoekopdracht op. Een ECLI dat wel bestaat maar iets anders zegt, valt alleen op als je de uitspraak leest. Over de eerste categorie gaat Verzonnen jurisprudentie door AI: zo controleer je een ECLI.

Een bestaand ECLI is nog geen goede bron

In die Eindhovense huurzaak stelde de kantonrechter in februari 2026 vast dat van de acht aangehaalde uitspraken er één niet bestond, en dat de zeven andere hoorden “bij heel andere uitspraken dan omschreven in de conclusie van antwoord (bijvoorbeeld een echtscheidingsbeschikking en een strafzaak)” (ECLI:NL:RBOBR:2026:909, r.o. 4.3). Zeven van de acht nummers waren dus echt.

De advocaat kreeg in juli 2026 een berisping, onder meer omdat ze de rechtspraak uit een AI-tool had overgenomen “zonder de verwijzingen op juistheid te controleren of de uitspraken ook maar te lezen” (ECLI:NL:TADRSHE:2026:93, r.o. 5.6). De tuchtbeslissing geeft de passages uit de conclusie letterlijk weer (r.o. 2.4). Naast de gegevens op rechtspraak.nl gelegd blijkt bij vijf nummers wat erachter zit:

Wat de conclusie erover schreef Wat er achter het ECLI zit
Hoge Raad 6 december 2013: hoofdverblijf draait om de duurzame persoonlijke binding met het gehuurde Hoge Raad 2 juli 2013, strafzaak, geen tekst gepubliceerd (ECLI:NL:HR:2013:1385)
Rechtbank Oost-Brabant 20 juli 2022: een tweede woning betekent niet dat de huurder zijn hoofdverblijf heeft opgegeven Rechtbank Oost-Brabant 12 september 2022, vreemdelingenrecht (ECLI:NL:RBOBR:2022:3899)
Rechtbank Noord-Holland 24 april 2019: een tweede ruimte huren is geen bewijs Rechtbank Noord-Holland 17 april 2019, personen- en familierecht (ECLI:NL:RBNHO:2019:3293)
Rechtbank Amsterdam 8 mei 2019: zakelijke verhuur van andere panden is geen bewijs Strafkamer Amsterdam 21 maart 2019, cocaïnebezit, 42 maanden gevangenisstraf (ECLI:NL:RBAMS:2019:3528)
Rechtbank Rotterdam 29 maart 2021: hoofdverblijf vraagt om duurzame persoonlijke binding Kantonrechter Rotterdam 19 maart 2021, ontruiming na een gebruiksovereenkomst die volgde op tijdelijke verhuur onder de Leegstandwet (ECLI:NL:RBROT:2021:2648)

Elk nummer in deze tabel bestaat, en geen ervan is een huurzaak over hoofdverblijf. De instantie klopt telkens, en de datum wijkt een paar dagen tot een paar maanden af. Daardoor oogt zo’n lijst overtuigend.

Eén verwijzing lijkt zelfs helemaal te kloppen en staat daarom niet in de tabel. De conclusie noemde een uitspraak van de kantonrechter in Amsterdam van 27 maart 2025 en schreef erover: “In die zaak was sprake van constructies waarbij panden feitelijk door de eigenaar zelf werden bewoond ondanks zakelijke financiering.” Instantie, datum en rechtsgebied kloppen, en het is echt een huurzaak. Toch gaat het vonnis over iets anders. De vraag was of een sociale huurwoning kon worden opgezegd wegens dringend eigen gebruik, “omdat de huurder, [gedaagde] , twee koopwoningen in eigendom heeft” (ECLI:NL:RBAMS:2025:2080, r.o. 4.1), en die koopwoningen werden verhuurd (r.o. 2.5 en 2.6). Deze fout zie je alleen in de tekst van het vonnis. De gegevens bovenaan de pagina kloppen.

Een rechtbank in Den Haag legde de verantwoordelijkheid hiervoor in april 2026 bij de procespartij:

“Het behoort volgens de rechtbank tot de verantwoordelijkheid van een procespartij, in dit geval de gemachtigde van eiser, om het van toepassing zijn van aangehaalde jurisprudentie te verifiëren.”

Rechtbank Den Haag 20 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9527, r.o. 5.1

Vijf manieren waarop een echte uitspraak verkeerd wordt geciteerd

Een echte uitspraak kan op vijf manieren verkeerd geciteerd worden in een AI-antwoord of processtuk. Aan het nummer zie je geen van de vijf.

Het citaat staat niet in het arrest

Een citaat met aanhalingstekens en een r.o.-nummer ziet er gecontroleerd uit en wordt daardoor minder snel nagelopen. In een zaak over de koop van aandelen stond in de conclusie van antwoord volgens de rechtbank Amsterdam “een volledig onjuist citaat” uit een bekend arrest van de Hoge Raad (r.o. 4.20). De rechtbank schreef:

“Deze bewoordingen zijn niet in het genoemde arrest te vinden, en ook niet elders in gepubliceerde rechtspraak.”

Rechtbank Amsterdam 12 augustus 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8258, r.o. 4.21

Hoe de passage in het stuk was gekomen, vond de rechtbank “niet beslissend”. Ze telde een halve punt op bij de proceskosten, € 2.315,50 (r.o. 4.22).

Het vonnis toont de passage uit de conclusie als afbeelding: drie citaten over het contractueel uitsluiten van een beroep op dwaling, toegeschreven aan r.o. 3.5.2, 3.5.3 en 3.5.4. Het vonnis noemt het arrest bij de roepnaam, en die hoort bij HR 20 februari 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AO1427), zoals een later arrest van de Hoge Raad bevestigt (ECLI:NL:HR:2016:2687). Dat arrest gaat over de uitleg van een pensioenreglement; de inhoudsindicatie begint met “Uitleg van pensioenreglement. Cao-norm.” Het heeft geen r.o. 3.5 (de overwegingen lopen van 3.1 tot en met 5.2) en het woord dwaling komt in de gepubliceerde tekst niet voor. Arrest, rechtsoverweging en onderwerp van het citaat klopten dus alle drie niet.

De uitspraak gaat over iets anders dan de stelling

Soms klopt het ECLI-nummer dat de AI noemt wel, maar staat in de uitspraak niet wat de AI erover zegt. In december 2025 besprak een kantonrechter in Groningen een stuk van een bedrijf dat zonder advocaat procedeerde. Het bedrijf beriep zich op een uitspraak van de Hoge Raad over de bewijskracht van digitale communicatie. De kantonrechter schreef daarover:

“De door [gedaagde] aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad bevat geen informatie over de bewijskracht van digitale communicatie, zoals [gedaagde] stelt, maar ziet op de vraag welke maatstaf de rechter moet hanteren bij de beoordeling van een vordering of verzoek om de tenuitvoerlegging te schorsen van een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak.”

Kantonrechter Rechtbank Noord-Nederland 23 december 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5645, r.o. 4.8

Dat arrest bestaat wel, maar gaat over een kort geding over het schorsen van een ontruiming (ECLI:NL:HR:2019:2026).

Of nog erger: de regel die de AI noemt, is precies het omgekeerde van wat geldt. In een nalatenschapszaak, met advocaten aan beide kanten, vond de rechtbank in Groningen in de aangehaalde arresten “de voorgestane rechtsregel” niet terug. Ze wees er vervolgens op dat de gestelde strekking in strijd kwam met de wet en met “wèl bestaande jurisprudentie van de Hoge Raad” (ECLI:NL:RBNNE:2025:4814, r.o. 4.5). Wie zo’n regel overneemt, geeft de wederpartij een tegenargument.

Een overweging ten overvloede wordt een regel

AI presenteert een overweging ten overvloede (obiter dictum) even stellig als een dragende overweging: voor een taalmodel staan ze in dezelfde uitspraak en klinken ze even zeker.

Het etiket “ten overvloede” is ook zelf niet beslissend. In een arrest uit 2011 verwierp het hof een verweer, omdat het niet richten van een grief tegen “een overweging ten overvloede, die niet dragend is voor de beslissing”, geen gevolgen zou hebben (r.o. 3.3). De Hoge Raad zag dat anders:

“(…) dan is het van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan, omdat op dit punt niet de aanduiding “ten overvloede” beslissend is maar hoe die overweging, naar haar inhoud genomen, zich verhoudt tot de beslissing in het dictum.”

Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0713, r.o. 3.5

Hoe lastig die toets is, blijkt uit een arbitragezaak uit 2021. Het scheidsgerecht had een deel van zijn overwegingen zelf een obiter dictum genoemd. De advocaat-generaal vond dat die overwegingen de beslissing niet zelfstandig droegen (ECLI:NL:PHR:2020:1176). De Hoge Raad oordeelde het tegenovergestelde en herhaalde de maatstaf: “Dat het scheidsgerecht die overwegingen “obiter dictum” heeft genoemd, is hierbij niet beslissend.” (ECLI:NL:HR:2021:1171, r.o. 3.1.4). Zelfs de A-G en de Hoge Raad kwamen hier tot een verschillend oordeel, dus een samenvatting kan die afweging niet voor je maken.

Een conclusie of een lager vonnis wordt een regel van de Hoge Raad

Een PHR-nummer in het ECLI staat voor het Parket bij de Hoge Raad (gerechtscodes): het stuk is een conclusie van de advocaat-generaal en geen arrest. In de arbitragezaak hierboven staat onder “Formele relaties” bij de conclusie: “Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:1171, Contrair”. Schrijft een AI-antwoord bij een PHR-nummer “de Hoge Raad oordeelde”, dan kan dat dus precies het omgekeerde zijn van wat het arrest zegt.

Hetzelfde gebeurt met lagere rechters. In de Eindhovense conclusie “bevestigde” en “benadrukte” de ene rechtbank na de andere dezelfde regel, alsof het een vaste lijn was. Maar ook als die vonnissen dat hadden gedaan, was het telkens één oordeel in één zaak geweest.

Een uitspraak die niet meer geldt

Een uitspraak kan juist geciteerd zijn en toch geen geldend recht meer bevatten: een hogere rechter heeft haar vernietigd, of de Hoge Raad is later in een andere zaak van de regel teruggekomen. Het eerste staat bij de formele relaties op de pagina van de uitspraak. Het tweede staat daar niet; dat vind je met stap 6 hieronder.

Zo controleer je wat een uitspraak echt zegt

Zeven stappen om de bewering van AI naast de rechtsoverweging zelf te leggen. Ze beantwoorden de laatste drie van de vijf vragen die bij elke bron horen: staat het citaat er letterlijk in, draagt de overweging de stelling, en geldt het oordeel nog? De eerste twee vragen, of de uitspraak bestaat en of het de goede is, komen aan bod in het stappenplan voor verzonnen jurisprudentie.

  1. Zet de bewering in één zin. Welke instantie heeft volgens AI wat geoordeeld, in welke rechtsoverweging? “De Hoge Raad oordeelde in r.o. 3.4 dat…” valt te controleren, “volgens vaste rechtspraak” niet. Ontbreekt het nummer van de overweging, vraag er dan om.
  2. Zoek de overweging op in de volledige tekst. De inhoudsindicatie volstaat niet. Rechtspraak.nl heeft geen link naar één rechtsoverweging, dus zoek met Ctrl-F op het nummer of op een zinsdeel uit het citaat. Staat dat zinsdeel nergens, dan staat het er niet.
  3. Lees wat eromheen staat. In het arrest uit 2011 geeft r.o. 3.3 de redenering van het hof weer en r.o. 3.4 de klacht. Pas r.o. 3.5 bevat het oordeel van de Hoge Raad, en dat geeft het hof ongelijk. Een citaat uit r.o. 3.3 laat de Hoge Raad dus zeggen wat hij alleen weergeeft.
  4. Toets of de overweging de beslissing draagt. Was het dictum anders uitgevallen zonder deze overweging? Zo niet, dan is het waarschijnlijk een overweging ten overvloede en hooguit een aanwijzing, geen regel.
  5. Kijk of er hoger beroep of cassatie volgde. In het kopblok van de uitspraak staat onder “Formele relaties” of er hoger beroep of cassatie volgde, met de afloop erbij. Bij een uitspraak van het hof in ’s-Hertogenbosch uit 2014 staat daar bijvoorbeeld: “Cassatie: ECLI:NL:HR:2015:251, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen” (ECLI:NL:GHSHE:2014:2515). Bij een rechtbankvonnis zie je alleen het hoger beroep. Of er daarna cassatie volgde, zie je pas op de pagina van het hof.
  6. Zoek of de Hoge Raad later van de regel terugkwam. Formele relaties koppelen alleen de instanties in dezelfde zaak. Onder het kopblok opent “Verrijkte uitspraak” op linkeddata.overheid.nl een lijst met inkomende relaties: latere uitspraken die naar deze uitspraak verwijzen. Een waarschuwing staat er niet bij, dus de arresten van de Hoge Raad uit die lijst moet je zelf openen. Zoek daarnaast in de volledige tekst van uitspraken.rechtspraak.nl op het ECLI en de woorden “komt terug van”. Die zoektocht is niet volledig, want niet elke uitspraak wordt gepubliceerd. Hoe je zo volledig mogelijk zoekt, staat in Jurisprudentie zoeken.
  7. Kijk of de wet sindsdien is veranderd. Rust de overweging op een wetsartikel, vergelijk dan op wetten.overheid.nl de versie die toen gold met de huidige.
Kopblok van een arrest op rechtspraak.nl met onder Formele relaties de cassatie en de afloop, plus de link Verrijkte uitspraak
Voorbeeld uit het kopblok van een hofarrest uit 2014: de cassatie en de afloop staan erbij, een latere regelwijziging door de Hoge Raad niet.

Geldt de maatstaf nog? Een uitgewerkt voorbeeld

Stel dat je een leverancier bijstaat die een vennootschap onder firma failliet wil laten verklaren, en je vraagt een chatbot of de vennoten dan ook failliet gaan. Het antwoord is ja, met een verwijzing naar de Hoge Raad van 22 december 2009 en dit citaat:

“(…) een uitzondering te aanvaarden op de regel van Nederlands recht dat het faillissement van een vennootschap onder firma noodwendig het faillissement van haar vennoten meebrengt.”

Hoge Raad 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3574, r.o. 3.4

Het ECLI bestaat, de datum klopt, het citaat staat er letterlijk in, en het oordeel is van de Hoge Raad zelf. Vier van de vijf vragen geven dus groen licht. Toch is het antwoord fout: op 6 februari 2015 kwam de Hoge Raad van die regel terug. In r.o. 3.3 noemt hij de regel zijn “vaste rechtspraak terzake”, met een arrest uit 1927 als eerste voorbeeld en het arrest uit 2009 als laatste. Daarna overweegt hij:

“Op grond van het voorgaande komt de Hoge Raad terug van de hiervoor in 3.3 bedoelde regel dat het faillissement van een vof steeds en noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten ten gevolge heeft.”

Hoge Raad 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:251, r.o. 3.4.7

Op de pagina van het arrest uit 2009 staat geen waarschuwing dat de regel is verlaten. Onder “Formele relaties” staat alleen “Conclusie: ECLI:NL:PHR:2009:BK3574”, zonder verwijzing naar 2015. Het arrest uit 2015 noemt dat uit 2009 wel, al in de inhoudsindicatie: “Hoge Raad komt terug van regel (laatstelijk HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3574, NJ 2010/15)”. In de tekst loopt die verwijzing dus van nieuw naar oud. Vanaf het oude arrest staat het arrest uit 2015 alleen in de lijst achter “Verrijkte uitspraak”, tussen tien inkomende relaties, zonder aanduiding dat het de regel verlaat. Dat arrest vind je dus alleen door het zelf te openen (stap 6).

Tijdlijn van de vof-regel: de Hoge Raad verliet de regel in 2015, maar het arrest uit 2009 staat nog ongewijzigd online
Op de pagina van het arrest uit 2009 staat geen waarschuwing. Dat de regel is verlaten, lees je in het arrest uit 2015.

Op 26 mei 2023 kwam de Hoge Raad ook terug van een arrest van 30 maart 2012 over de devolutieve werking van het hoger beroep (ECLI:NL:HR:2023:784), en ook in het kopblok van dat oude arrest staat geen woord over 2023 (ECLI:NL:HR:2012:BU8514).

Volgens het arrest uit 2015 moet het faillissement van elke vennoot “afzonderlijk” worden verzocht, waarna de rechter per vennoot toetst (r.o. 3.4.8). Ook dat arrest loop ik met dezelfde stappen na voordat ik erop bouw.

Als de wederpartij een bestaande uitspraak verkeerd citeert

Ik benoem per verwijzing wat er mis is en laat het AI-label weg. Je kunt AI-gebruik vermoeden, maar de fouten spreken harder dan het label.

Na de controle met de stappen hierboven zet ik per verwijzing op welke rechtsoverweging er werkelijk staat en wat die zegt. Waar mogelijk noem ik de rechtspraak die het tegendeel draagt, zoals de rechtbank in Groningen deed met de “wèl bestaande jurisprudentie van de Hoge Raad”. Je kunt de rechter ook vragen de kosten van de verloren tijd te vergoeden: de rechtbank Amsterdam rekende de halve punt omdat het onjuiste citaat “zowel [eiser] als de rechtbank nodeloos extra tijd en aandacht” had gekost (RBAMS:2026:8258, r.o. 4.22).

De deken schakel ik alleen in bij een patroon, niet bij één slordige verwijzing. Ook de tuchtrechter vond dat “niet iedere fout, zoals een enkele onjuiste verwijzing naar rechtspraak”, de deskundigheid schendt (TADRSHE:2026:93, r.o. 5.5). Hoe je zo’n verwijt opbouwt, lees je in Mag je zeggen dat het processtuk van de wederpartij door AI is geschreven?

Hoe ik het zelf aanpak

Een bestaand ECLI bewijst niets, dus ik neem niets van AI over zonder de rechtsoverweging zelf te lezen.

  • Ik vraag altijd om het nummer van de overweging. Met alleen een ECLI moet ik haar nog zelf zoeken. Een AI-samenvatting van een uitspraak stuur ik niet door zonder de overweging gelezen te hebben.
  • Ik citeer alleen wat ik zelf heb teruggevonden. Een citaat komt pas in mijn stuk als ik het met Ctrl-F in de uitspraak heb gevonden, met instantie, datum, ECLI en rechtsoverweging erbij.
  • Ik kijk bij elk arrest waarop de stelling rust of het nog geldt. Dat zijn de formele relaties en een zoekopdracht op het ECLI naar latere uitspraken, ook bij een arrest van de Hoge Raad.
  • Vind ik geen overweging die de stelling draagt, dan is dat ook een antwoord. Ik vraag dan niet door tot de AI toch een uitspraak noemt.

Hoe je een heel processtuk controleert, inclusief de wetsartikelen, staat in Een processtuk schrijven met AI en AI-fouten in processtukken.

Zien wat de rechter echt schreef

Voor deze controle heb je Minuut niet nodig: met rechtspraak.nl, Ctrl-F en tijd loop je elke uitspraak zelf na. Het verschil zit in die tijd, en in het vinden van de overweging die je stelling wel draagt.

Minuut is een team van AI-onderzoekers dat Nederlandse wetgeving, rechtspraak en EU-recht doorzoekt, elkaars werk tegenleest en elke bronverwijzing naast de oorspronkelijke tekst legt. Elke bronverwijzing in de memo opent de precieze rechtsoverweging met één klik, zodat je de woorden van de rechter zelf leest. Na een onderzoek van anderhalf uur of langer krijg je een memo met de rechtsvraag, het juridisch kader en de rechtspraak, de toepassing op jouw zaak, een advies en een conclusie met risico-inschatting.

Ik bouw Minuut zodat ook een advocaat zonder researchteam een rechtsvraag grondig kan laten uitzoeken, en zelf tijd houdt voor het oordeel.

Wil je zien wat de rechter echt schreef? Check of Minuut bij je past.

Veelgestelde vragen

Is een bestaand ECLI genoeg om een uitspraak te mogen citeren?

Nee. Een bestaand ECLI bewijst alleen dat er een uitspraak is. Wat die beslist, weet je pas als je haar leest. In een Eindhovense huurzaak bestonden zeven van de acht nummers en hoorden ze toch bij heel andere uitspraken (ECLI:NL:RBOBR:2026:909).

Wat is een obiter dictum?

Een overweging ten overvloede: een overweging die de beslissing niet draagt. Of een overweging dragend is, hangt volgens de Hoge Raad niet af van het etiket, maar van hoe zij zich naar haar inhoud verhoudt tot het dictum (ECLI:NL:HR:2011:BQ0713, r.o. 3.5).

Hoe zie ik of een uitspraak nog geldt?

Kijk eerst bij “Formele relaties” op de pagina van de uitspraak, waar hoger beroep of cassatie met de afloop staat. Dat de Hoge Raad in een andere zaak van de regel terugkwam, zie je daar niet. Je vindt het via “Verrijkte uitspraak” bij de inkomende relaties, of door op het ECLI naar latere uitspraken te zoeken. Een waarschuwing krijg je in geen van beide.

Is een conclusie van de advocaat-generaal hetzelfde als een arrest?

Nee. Een conclusie is een advies aan de Hoge Raad, herkenbaar aan de code PHR in het ECLI, en de Hoge Raad kan ervan afwijken. In de arbitragezaak van 2021 staat bij de conclusie: “Contrair”.

Kan ik rechtstreeks naar een rechtsoverweging linken?

Nee, rechtspraak.nl geeft je alleen een link naar de hele uitspraak. Vermeld daarom het ECLI en het nummer van de rechtsoverweging, zodat de lezer haar met Ctrl-F zelf vindt.

Bronnen

  1. Kantonrechter Rechtbank Oost-Brabant 12 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:909, r.o. 4.3geraadpleegd op 22 oktober 2026
  2. Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 27 juli 2026, ECLI:NL:TADRSHE:2026:93, r.o. 2.4, 5.5 en 5.6geraadpleegd op 22 oktober 2026
  3. Hoge Raad 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:1385 (metadata)geraadpleegd op 22 oktober 2026
  4. Rechtbank Oost-Brabant 12 september 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:3899 (metadata)geraadpleegd op 22 oktober 2026
  5. Rechtbank Noord-Holland 17 april 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:3293 (metadata)geraadpleegd op 22 oktober 2026
  6. Rechtbank Amsterdam 21 maart 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3528geraadpleegd op 22 oktober 2026
  7. Kantonrechter Rechtbank Rotterdam 19 maart 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:2648geraadpleegd op 22 oktober 2026
  8. Kantonrechter Rechtbank Amsterdam 27 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2080, r.o. 2.5, 2.6 en 4.1geraadpleegd op 22 oktober 2026
  9. Rechtbank Den Haag 20 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9527, r.o. 5.1geraadpleegd op 22 oktober 2026
  10. Rechtbank Amsterdam 12 augustus 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8258, r.o. 4.20 tot en met 4.22geraadpleegd op 22 oktober 2026
  11. Hoge Raad 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427geraadpleegd op 22 oktober 2026
  12. Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2687 (inhoudsindicatie)geraadpleegd op 22 oktober 2026
  13. Kantonrechter Rechtbank Noord-Nederland 23 december 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5645, r.o. 4.8 en 4.9geraadpleegd op 22 oktober 2026
  14. Hoge Raad 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 (inhoudsindicatie)geraadpleegd op 22 oktober 2026
  15. Rechtbank Noord-Nederland 19 november 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4814, r.o. 4.5geraadpleegd op 22 oktober 2026
  16. Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0713, r.o. 3.3 en 3.5geraadpleegd op 22 oktober 2026
  17. Conclusie A-G 11 december 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1176geraadpleegd op 22 oktober 2026
  18. Hoge Raad 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1171, r.o. 3.1.4geraadpleegd op 22 oktober 2026
  19. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 10 juli 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:2515 (formele relaties)geraadpleegd op 22 oktober 2026
  20. Hoge Raad 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3574, r.o. 3.4geraadpleegd op 22 oktober 2026
  21. Hoge Raad 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:251, r.o. 3.3, 3.4.7 en 3.4.8geraadpleegd op 22 oktober 2026
  22. Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8514 (formele relaties)geraadpleegd op 22 oktober 2026
  23. Hoge Raad 26 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:784 (inhoudsindicatie)geraadpleegd op 22 oktober 2026
  24. Linked Data Overheid (LiDO), relaties van ECLI:NL:HR:2009:BK3574geraadpleegd op 22 oktober 2026
  25. Rechtspraak, volledige lijst Nederlandse gerechtscodesgeraadpleegd op 22 oktober 2026

Zie je een fout of is er iets veranderd? Mail lucas@minuut.eu, dan passen we het aan.

Past Minuut bij je praktijk?

Check in twee minuten hoeveel onderzoek Minuut je uit handen neemt

Beantwoord een paar korte vragen over je praktijk, en je ziet hoeveel uur juridisch onderzoek je per maand terugkrijgt. De eerste vraag staat al hieronder.

Welke omschrijving past het best bij je?

Je antwoord gaat mee, en je gaat verder bij vraag 2.